Genk . Samen sturen ze voortaan zes treinen per week vanuit Genk naar Novara. De verbinding die Ewals Cargo Care tot voor kort onderhield, kende een frequentie van vier wekelijkse vertrekken.
ECC begon in februari van dit jaar met een spoorverbinding op Novara, waarvoor het zelf volledig het commercieel risico droeg. Het bedrijf maakt daarvoor gebruik van de Euro Terminal van TRW in Genk. De tractie en het rijpad koopt ECC in bij de Italiaanse combivervoerder Cemat.

Dertien wagens
In de nieuwe constructie is het bedrijf nog altijd verantwoordelijk voor de vulling van omgerekend zo’n vier treinen in de week. Contractueel staat het borg voor belading van dertien wagons per trein van twintig wagons; de rest van de capaciteit valt onder de verantwoordelijkheid van TRW.
ECC kwam volgens development manager Intermodaal W. Nijman, tot hernieuwde samenwerking met TRW omdat dit bedrijf weer een trein op Italië via Duitsland op de rails zette. Sinds ECC de exploitatie van de trein op zich nam, beschikte TRW nog slechts over een ’Italië-trein’ via Frankrijk.
Voor ECC maakt de uitgebreide dienstregeling de zaken operationeel veel gemakkelijker, aldus Nijman. ,,Je kan nu bij een volle trein een bak makkelijker laten staan, omdat er dan hooguit één dag, in plaats van twee zoals voorheen, verloren gaat.’’ Dat scheelt in de regel het informeren van de klant over vertraging. ,,Je wordt flexibeler.’’
Een optimale dienstverlening is volgens Nijman nodig om ’het hoofd boven water te houden’. ECC heeft zijn spoordienst op Italië sinds kort uit de rode cijfers. In de eerste operationele maanden werd er met verlies gedraaid. ,,De laatste maanden is het break-even of zelfs iets beter’’, aldus Nijman. ECC slaagt daarin door een bezettingsgraad van 95 procent te halen. ,,Terwijl de spoorwegmaatschappijen met 80 tot 85 procent rekenen.’’

Prijsverhoging
Het spoorbedrijf van de ECC-groep zag zich volgens Nijman genoodzaakt om de verbinding naar Italië zelf op te zetten, omdat de kwaliteit van de diensten van TRW tekortschoot. Een prijsverhoging van 25 procent die TRW oplegde met ingang van januari, maakte dat de levende plannen snel concreet werden. ,,Bij TRW was een nieuw interim-management aan het werk gegaan, dat tot taak had het rendement omhoog te krijgen’’, aldus Nijman. Dus gingen de tarieven omhoog.
Behalve ECC haakten ook andere belangrijke afnemers van de TRW-dienst op Italië af; de spooroperator zag zich daarop gedwongen de verbinding stil te leggen. Dat kwam ECC goed uit: als het een TRW beconcurrerende trein had ingelegd, was het spel ongetwijfeld hard gespeeld, aldus Nijman. ,,Eer je in het spoorboekje staat, ben je een half jaar verder. Dat zou betekenen: opzeggen en een hoop gedoe, want dan zijn het jouw bakken die als eerste blijven staan. Tegen de tijd dat je aan het werk kan, ben je je klanten kwijt.’’ Nu pakte het anders uit. ,,Binnen twee weken doken we in het gat’’, aldus Nijman. Spoorvervoer speelt een belangrijke rol in het Italië-pakket van ECC. Het bedrijf zet al met al ruim 95 procent van zijn lading naar Italiaanse bestemmingen op de trein. Onder de grote klanten op het land onder meer Hoogovens, Autokompu, Nissan met reserve-onderdelen, Mitsubishi en de Genkse staalfabriek ALZ.
Nijman rekent op twee ’hele moeilijke jaren’ voor ECC. ,,Je zou zeggen dat er toch eens een eind aan moet komen (aan de prijsdruk-red.), als je ziet welke percentages bezettingsgraad we nodig hebben om onze kostprijs te halen. Het zijn de grote spoorwegmaatschappijen die de touwtjes in handen hebben. Je ziet hoe de prijzen ineens verhoogd worden. Hebben we 25 procent tekort, nou, dan gaan de prijzen 25 procent omhoog.’’