Voorzitter van de RVE, A. W. Mol, erkent dat de overstap van houten roeiboten naar ijzeren motorbootjes waarschijnlijk wel het meest revolutionaire is in de geschiedenis van de roeiers. De komst van de container, het schip van vijfduizend teu en de nog grotere olietanker heeft het werk voor de roeiers niet veranderd. Een groter schip doet er wat langer over om af te meren, maar verder?

Verder moet het materiaal steeds milieuvriendelijker, beter en veiliger. De nieuwste aanwinst op de schepen is een hydraulische trosklem, die met een handbeweging kan worden losgegooid. De tijd dat roeiers in hun bootje door het grote zeeschip uit het water konden worden getild, is daarmee ten einde. Verder wordt het drijfvermogen van de bootjes steeds verbeterd. ,,In de eerste vijf jaar dat ik hier werkte, zijn er vijf collega’s verdronken. De 25 jaar daarna niet een.”

De geschiedenis van de roeiers ligt in de communicatievaart. Schepen die naar de haven van Rotterdam kwamen, werden al op zee geenterd waarbij contracten werden gesloten voor de communicatievaart.

Communicatie

Schepen meerden immers af op boeien en werden ook daar gelost, een klus die soms wel veertien dagen duurde. Voor de communicatie met de wal voeren mannen in kleine roeibootjes heen en weer. Zij zorgden ook voor het vast- en losmaken van de schepen.

,,De toenmalige havenmeester van Rotterdam had al snel door dat er zomers veel meer van zulke mannen waren dan ’s winters. Hij vond dat er iets geregeld zou moeten worden waardoor deze dienstverlening aan de klanten van de Rotterdamse haven altijd gewaarborgd zou zijn.” Dat leidde uiteindelijk tot de Verordening op het vast- en losmaken van schepen van 1 april 1951. Op basis van die verordening kregen particulieren een vergunning voor het uitvoeren van roeierswerk. De gemeenteraad stelde de verordening al in augustus 1949 vast, maar door de toen nog heersende concurrentiestrijd werd de verordening pas later van kracht. Vlak voor de Tweede Wereldoorlog waren er nog vier roeiersverenigingen in de Rotterdamse haven. Na de oorlog trok de firma Troost zich terug en sloot Burg de Man zich aan bij de RVE. De RVE en de graanroeiers van Neptunus vonden elkaar in 1951 in de Stichting Eenus, die de vergunningen verstrekt.

Na dit samengaan van bedrijven kreeg Roeiers-Vereeniging Eendracht een monopolie in de haven. ,,Toch zijn we geen echte monopolist”, stelt Mol, ,,want we mogen niet zelf de tarieven vaststellen. Dat doet de gemeente Rotterdam. En in principe kan iedereen een vergunning aanvragen om roeier te worden. Dan moet je wel voldoen aan die verordening en dat betekent de hele haven bedienen, 24 uur per dag met goed materieel en goed opgeleid personeel. Daar voldoe je niet zo snel aan.”

De RVE heeft 320 leden, op wat kantoorpersoneel en monteurs na allemaal actieve roeiers. Alhoewel. Er zitten altijd meer roeiers thuis dan op de verschillende havenposten van de RVE. Maar de thuiszit ters zijn praktisch wel allemaal oproepbaar als het druk wordt. Om te kunnen voldoen aan de eis dat roeiers uiterlijk binnen een half uur bij een schip zijn, wonen ze her en der verspreid in de havenregio. Omdat het op de wegen in het havengebied steeds drukker wordt, heeft de RVE nu ook een snel schip waarmee ze over water naar een klus kan. Dit jaar wordt een tweede snel schip in de vaart genomen.

Binnen de RVE zijn gelijkheid en saamhorigheid kernwoorden. Al bij de opleiding tot bootman, in Nederland alleen gegeven aan het Rotterdamse Scheepvaart en Transportcollege met praktijkopleiding van de bedrijven zelf, wordt daar op gelet.

,,Natuurlijk moet je talent voor varen hebben, maar collega’s moeten dag en nacht op je kunnen vertrouwen. Wij werken ook met windkracht negen op de Maasvlakte en als er moeilijkheden ontstaan, moet je op elkaar aan kunnen. Iemand die zich niet gedraagt, zal daar op worden aangesproken. Hij kan bij verwijtbaar gedrag zelfs een boete krijgen.”

Gelijkheid komt in de werkwijze van de RVE terug in de volledige medezeggenschap van alle leden in de vereniging en de gelijke beloning, deling genoemd. ,,Tot zijn 21ste is de bootman – vrouwelijke roeiers zijn er nog nooit geweest – in loondienst van de RVE. Dan mag je het lidmaatschap van de vereniging aanvragen. Fiscaal gezien wordt je dan van werknemer zelfstandig ondernemer.

De eerste drie jaar houdt de penningmeester een stukje van de te ontvangen deling in, waarmee je je inkoopt in het bedrijf. De vloot is van de vereniging bijvoorbeeld. Die hebben we met z’n allen betaald. Als er iets fout gaat, zijn we ook allemaal ons geld kwijt.”

Ten aanzien van de delingen is afgesproken dat de afschrijvingen plus een stukje inflatie weer worden geinvesteerd. Een aantal jaren niet investeren, zou immers de delingen beinvloeden. Een RVE-er ben je voor het het leven. Want als je niet meer werkt, krijg je een pensioen van de RVE. Eendracht richtte al in 1910 een oudedagsvoorziening in, die in 1933 werd omgevormd tot een heus pensioenfonds.

De RVE voorziet dus in pensioenen en in eigen kweek. Al worden er wel steeds minder roeiers opgeleid. De afgelopen tien jaar zijn er ongeveer vijftig arbeidplaatsen verdwenen. ,,Wij zijn nu eenmaal afhankelijk van het aantal schepen dat Rotterdam aandoet.

Door de schaalvergroting neemt dat aantal langzaam af. Weliswaar worden de schepen steeds groter en worden wij per lengte betaald, maar met zo’n groot schip zijn we langer bezig.”

JEANETTE SMIT

Weer of geen weer, de Roeiers Vereeniging Eendracht is al ruim honderd jaar actief in de Rotterdamse haven.