Het bureau deed in mei van dit jaar onderzoek naar Deense scheepsbouwsubsidies, nota bene in opdracht van het ministerie van industrie. Het rapport werd allerwege uitgelegd als vernietigend voor het Deense scheepsbouwbeleid en gaf voeding aan het vermoeden dat Denemarken de internationale afspraken over steun aan de scheepsbouw overtreedt.

De conclusies brachten EU- commissaris K. van Miert (Concurrentie) ertoe een onderzoek te beginnen naar mogelijke schending van EU-regels terzake overheidssubsidies in Denemarken. Op last van Van Miert wordt onderzoek gedaan naar mogelijke misleiding door de Deense overheid, die onjuiste cijfers verschaft zou hebben over de jaren 1987 tot 1993.

Dat onderzoek wordt voortgezet ondanks de tegenwerpingen van het ministerie en de scheepsbouwers. Brussel zal overigens ook de Deense tegenwerpingen bestuderen, aldus de woordvoerder van Van Miert. De Commissie in Brussel heeft tot 16 september de tijd om tot een oordeel te komen.

Volgens het Deense ministerie staat het rapport van Coopers en Lybrand vol foute berekeningen en onjuiste interpretaties van Europese regels. Het ministerie heeft 308 gevallen van staatssteun aan de eigen werven onderzocht. Daarin is volgens het ministerie geen enkele keer het Europese plafond overschreden.

Volgens J. Soderberg, directeur van de Deense scheepvaart- en scheepsbouwmaatschappij AP Moller, moedermaatschappij van Maersk, had veel herrie voorkomen kunnen worden als de Deense en Brusselse autoriteiten direct hadden geluisterd naar de Deense industrie, die van Cooper en Lybrand niets heel hebben gelaten.