De inplanting van een tweede toegang tot de Waaslandhaven op Belgisch grondgebied werd enkele maanden geleden gesuggereerd door havenschepen J.Devroe. Deze wou met zijn voorstel het dossier voor Nederland minder zwaar maken. Kelchtermans is het daar blijkbaar niet mee eens. “We hebben alternatieven op Belgisch grondgebied onderzocht” , aldus de minister. “Daarbij zijn we steeds tot de conclusie gekomen dat het terwille van de nautische veiligheid niet aangewezen was om in een toegang te voorzien ter hoogte van Oude Doel, omdat deze zich zou bevinden tegenover de twee grote sluizen en de twee containerterminals langs de Schelde. De kosten zouden zeker niet lager liggen dan in Baalhoek en de medewerking van Nederland blijft eveneens vereist. Daarbij blijft het hydrografisch een voordeel de toegang te voorzien vEEr de Bocht van Bath.” Kelchtermans was gastspreker op een lunch- causerie die gezamenlijk werd georganiseerd door de Belgisch-Nederlandse Vereniging en de Antwerpse Kamer van Koophandel. Hij wees op recente nieuwe feiten die het dossier een nieuwe wending kunnen geven. Zo zal Vlaanderen en niet Wallonie instaan voor een evenwichtige verdeling van het Maaswater tussen Vlaanderen en Nederland in periodes van grote droogte. Voor de verbetering van de kwaliteit van het Maas- en Scheldewater kan vooral het Verdrag van Helsinki van 17 maart 1992 volgens Kelchtermans een oplossing bieden. Dit verdrag voorziet in de oprichting van riviercommissies waarin de betrokken oeverstaten zijn vertegenwoordigd.

“Vlaanderen staat dus klaar om onmiddellijk met Nederland besprekingen aan te vatten over de verdieping van de Schelde, de aanleg van het Baalhoekkanaal en het besparingsprogramma voor het Maaswater op het Albertkanaal” , aldus de minister.

Tot slot van zijn lezing verwees hij naar de andere Vlaams-Nederlandse problemen die op een oplossing wachten, zoals de TGV-lijn, de VOW, de nieuwe sluis van Terneuzen en de snelwegverbinding Eindhoven-Hasselt. “Wij zijn echter geen voorstander van het aan elkaar koppelen van uiteenlopende problemen. Elk vraagstuk moet op basis van zijn eigen specifieke karakter in goede verstandhouding tussen Vlaanderen en Nederland tot een oplossing worden gebracht.”