Zo worden er in deze samenleving heel wat ‘bulten’ als noodzakelijk en onontkomelijk aan de man gebracht en nog dagelijks komen er van die bulten bij. Een nieuwe bult wordt gelanceerd onder een krantekop als: ‘Het bedrijfsleven kan zich vinden in een verplichte veiligheidsfunctionaris’.
‘Het bedrijfsleven’ staat bij dergelijke berichten veelal voor een handvol mensen die namens het georganiseerde bedrijfsleven de advieslichamen van de regering bemannen.
Vraag je nu vijftig ondernemers, gespecialiseerd in het vervoer van gevaarlijke stoffen, op de man af wat ze ervan vinden, dan kun je de antwoorden indelen in drie categorieen:

– ‘Voor ons is het geen probleem. Wij hebben een persoon in dienst die wij als specialist naar voren kunnen schuiven en de concurrenten hopelijk niet’.
– ‘Het is onzin en draagt absoluut niet bij aan de veiligheid, maar het heeft geen zin je ertegen te verzetten. Erger nog, dat zou slecht zijn voor het image van je bedrijf, dus wij zijn ervoor’.
– ‘Wij zijn ertegen, maar wij zeggen het niet voordat er een meerderheid is die ertegen is’.
En zo kom je dan aan een meerderheid die zich kan vinden in het invoeren van een bult die qua hinder en kosten in geen verhouding staat tot het resultaat wat ermee wordt beoogd.

Van Aardenne

Een tweede bult is de door Verkeer en Waterstaat ingestelde commissie Regionaal Vervoer en Infrastructuur. In het Noorden is de eerste voorzitter benoemd, niemand minder dan de oud-minister van Economische Zaken, Van Aardenne. Kosten voor het bedrijfsleven (voorzitter en secretariaat) minimaal 300.000 gulden per jaar.
Een enquete onder de leden van de commissie levert hetzelfde beeld op, alleen staat er voor punt a en b: “Onzin, maar als we niet meedoen, worden wij niet voor vol aangezien en bovendien schoppen we een aantal hoge ambtenaren en vooraanstaande politici tegen de schenen.”
Behalve diegenen die middels de commissie hun brood moeten verdienen, is iedereen van mening dat de multimodale infrastructuur op overheidsniveau (provincie of Rijk) moet worden ontwikkeld en uitgevoerd en dat volstaan kan worden met het periodiek tijdig advies vragen aan de regionale ondernemers die dar belang bij hebben.

Begrenzer

De derde bult is de snelheidsbegrenzer. Een ludiek argument daarvoor is, dat de begrenzer zichzelf terugverdient door het verminderde brandstofverbruik. Negentig procent van de ondernemers maakte de afweging tussen brandstofverbruik en de omloopsnelheid van het rollend materieel al jaren geleden.
Naar het aantal overtredingen van de wettelijke maximumsnelheid te oordelen, houden heel wat ondernemers het nog steeds op de meerverdiensten uit de hoge omloopsnelheid. Voor de auto’s van de expresdiensten, gevolgd door de vrachtwagens die dagvers-produkten vervoeren, is uit hoofde van hun specifieke dienstverlening de dieselkostenafweging in het geheel niet relevant.
Immers, elke niet intern beheersbare vertraging (zoals te trage belading, files, grensoponthoud) moet worden gecorrigeerd; anders kost het veel extra geld. Het enige logische middel om vrachtwagens daadwerkelijk af te remmen in snelheid is het invoeren van een extra intern beheersbare vertraging; te weten het risico op langdurige stilstand bij overtreding van de maximum snelheid. De ondernemers die allang voor de brandstofbesparing hebben gekozen, blijft dan het ongemak van weer een bult bespaard.

Milieubulten

Zo komen er in de jaren negentig nog heel wat bulten op ons af; milieubulten, sociale en fiscale Europese bulten, aansprakelijkheidsbulten, ga zo maar door. Straks zijn ondernemers net skiers op een overvolle piste. Door het vele wenden om de bulten – voor het beheersen van de situatie – slijt de sneeuw rond de bulten extra waardoor de bulten steeds hoger en ongemakkelijker worden. Dat kan alleen maar leiden tot ernstige valpartijen.

H.A.C.M. Bergmans is directeur van Aalgo Benelux in Den Haag.

door H.A.C.M. BERGMANS