Deze boodschap werd overgedragen door prof. Dieter Ulken, voorzitter van het Verband Deutscher Reeder (VDR), in Hamburg tijdens de presentatie van het jaarverslag over dit jaar van de vereniging. Ulken noemde de huidige situatie voor de Duitse scheepvaart ‘stabiel, maar ook fragiel’.
Volgens Ulken en VDR-directeur dr Bernd Kroger moet Bonn nu laten weten of er uberhaupt nog wel belang wordt gehecht aan scheepvaart onder Duitse vlag. De Bondsregering heeft de afgelopen jaren wel een doelgericht en succesvol scheepvaartbeleid op poten gezet, wat heeft geleid tot een groei van het aantal schepen onder Duitse vlag.
Ulken en Kroger hekelden ook het Europese scheepvaartbeleid. Eigenlijk zou er in plaats van puur nationale maatregelen ter ondersteuning van de scheepvaart, nu eindelijk eens Europese initiatieven genomen moeten worden. Het ‘Euros’-register is daarvoor echter geen geschikt instrument. Dit Europese scheepvaartregister zou beter moeten kunnen concurreren met de bestaande tweede scheepsregisters, die hun succes al hebben bewezen.
De VDR is ook ontevreden met de richting die de Europese Commissie op lijkt te gaan met betrekking tot de regelgeving voor consortia in de lijnvaart. Volgens Kroger heeft de lijnvaartsector zo snel mogelijk behoefte aan rechtszekerheid. Daarom zou de Commissie consortia moeten vrijstellen van artikel 85 van het Verdrag van Rome. Dit zou ook moeten gelden voor het bieden van huis-huis tarieven door scheepvaartconferences en consortia. Wanneer zelfs de Amerikaanse overheid, die toch zeer ‘kartelgevoelig’ is, dit toestaat, mag dit in Europa toch niet verboden worden, aldus Kroger. Hij verbaasde zich ook over de houding van de European Shippers’ Council, die zich over dit soort strijdvragen steeds vaker rechtstreeks tot de Europese Commissie wendt. “Wij moeten dit soort kwesties toch in onderlinge gesprekken op kunnen lossen? Wij als reders zijn zeker niet uit op een confrontatie met de verladers. Ik denk dat de verhoudingen tussen reders en verladers over het algemeen goed zijn.”
De leden van de VDR beschikten per 1 oktober over 402 schepen voor de grote vaart, met in totaal 4,68 miljoen GRT. Vorig jaar waren dat 421 schepen met een tonnage van 4,46 miljoen GRT. De vermindering van het aantal schepen is vooral te wijten aan de herstructurering van de scheepvaart in de voormalige DDR, dus eigenlijk bij de Deutsche Seereederei Rostock.
In het internationale Duitse register ISR waren per 1 oktober 228 schepen in Duits eigendom opgenomen met een totaal tonnage van 2,49 miljoen GRT. Het aantal schepen onder buitenlandse vlag maar in Duits management bedroeg 286 met een tonnnage van 3,41 miljoen GRT. Op dit moment hebben Duitse reders 57 schepen (groter dan 1.600 GRT) met een totaal tonnage van 517.000 GRT en een gezamenlijk laadvermogen van 989.000 dwt in aanbouw.