De aardolie-industrie, de rubber- en kunststofverwerkende industrie en de voedings- en genotmiddelenindustrie vertoonden een groei die groter was dan die van de industrie als geheel. De produktiegroei in de metaalindustrie lag ongeveer op het gemiddelde. Binnen de bedrijfstak haalden de basismetaal en de instrumentenbranche dat gemiddelde echter niet.
Beneden het gemiddelde bleven verder de textiel-, kleding- en ledersector, de papier- en grafische industrie, de chemie en de hout- en bouwmaterialenindustrie.