Met de inventariserende landenstudie wil de NS ideeen opdoen voor de nieuwe structuur van de spoorwegen in Nederland. De Europese Commissie streeft er bij voorbeeld naar de internationale railinfrastructuur te liberaliseren en de spoorwegbedrijven te verzelfstandigen. Aangenomen mag worden dat ook in Nederland het railvervoer sterk zal worden gedecentraliseerd. Momenteel ontbreekt hier nog onder meer een directe relatie tussen de aangeboden vervoersdiensten en de overheidsvergoedingen op spoorgebied.
Onderzocht zijn de landen waarvan al duidelijk was dat er bepaalde elementen bruikbaar zouden kunnen zijn: Denemarken, Duitsland, Groot- Brittannie, Zweden en Zwitserland. Een expliciet prestatiegebonden systeem van overheidsvergoedingen is nergens aangetroffen. Wel bestaan er duidelijk verschillende produkten waaraan verschillende vergoedingen zijn gekoppeld. “Dit biedt zeker aanknopingspunten voor toepassing op het toekomstig produktiemodel van NS” , aldus het rapport.

Model

De niet-EG-landen Zweden en Zwitserland staan voor de EG-landen vanwege de scheiding van exploitatie van treindiensten en infrastructuur voor een deel model. Daarbij richt de aandacht van de EG zich met name op de infrastructuurheffingen.
Wat betreft de decentralisatie van overheidsbeinvloeding- en vergoeding, zoals Nederland die beoogt met de vervoerregio’s, kan het Zwitserse systeem het beste als voorbeeld dienen. Ook de schaal is vergelijkbaar met Nederland, vooral qua oppervlakte.
Het goederenvervoer in Zwitserland is substantieel. De nationale spoorwegen, de SBB, kennen verschillende produkten waarvan de overheidsinvloed uiteen loopt. Het grootste deel van het goederenvervoer blijkt rendabel in Zwitserland en is niet onderhevig aan voorzieningsnormen.

Bruikbaar

Zwitserland legt minimumfrequenties op in ruil voor bijdragen wanneer het gaat om het niet-rendabele railvervoer met een maatschappelijke functie (zoals huckepackvervoer en wagonladingen). Het beheer van de infrastructuur en de exploitatie worden in het Alpenland sinds 1987 administratief gescheiden. Volgens het rapport is deze scheiding en de produktdifferentiatie zonder meer bruikbaar voor de Nederlandse situatie.
Het spoorvervoer in Zweden heeft onlangs een belangrijke wijziging ondergaan. Het infrastructuurbeheer is geheel gescheiden van de exploitatie en ondergebracht in een apart bedrijf. Daarmee is de structuur van het railvervoer sterk te vergelijken met die van het wegvervoer. Opvallend is dat Zweden als niet-EG-land het verst is gevorderd in de richting van een situatie waarin de exploitatie van treindiensten aan een marktstructuur met concurrentie wordt overgelaten.
Niet alleen de Zweedse spoorwegen, de SJ, exploiteren op het regionale spoornetwerk. De regionale autoriteiten hebben ook de mogelijkheid de hoogst biedende exploitant ruimte op het spoor te verstrekken. Tevens worden regionale belastingmiddelen gebruikt voor bijdragen aan spoordiensten.

– De Zwitsere spoorwegen kunnen voor een deel model staan voor de NS (Foto: Ben Wind)