Volgens J.E. van Kleef, secretaris van de Onafhankelijke Nederlandse Schippersbond (ONS), begint in Rotterdam vooral de opslagcapaciteit voor veevoeders schaars te worden. “Alles wat drijft, wordt tevoorschijn gehaald om grondstoffen in op te slaan. Ik heb zelfs gehoord dat zeeschepen die met bij voorbeeld tapioca op weg zijn naar Rotterdam, wordt gevraagd niet op volle kracht te varen, opdat ze later in de haven aankomen” , aldus Van Kleef.
De handelaren in deze branche en de bedrijven die bestanddelen als tapioca en derivaten verwerken, wachten met het bestellen van nieuwe partijen. Van Kleef: “Ze draaien eerst met eigen voorraden om de kosten zoveel mogelijk te drukken.” De winstmarges in deze branche zijn laag, zo’n twee a drie procent. Die marges worden alleen maar kleiner nu het transport duurder wordt.
In de haven van Amsterdam ligt het terrein van het Havenbedrijf De Rietlanden bijna helemaal vol. “Er kan nog worden uitgeweken naar drijvende opslag, maar het moment dat we schepen moeten weigeren, komt er aan. We kunnen niet anders, vol is vol” , aldus een woordvoerder van het Amsterdamse overslagbedrijf.

Antwerpen

ABT-Stocatra, de grootste massagoedbehandelaar in de Antwerpse haven, ondervindt weinig problemen van de extreem lage waterstand op de Rijn, omdat het grootste deel van de overgeslagen goederen voor Belgie en Noord-Frankrijk is bestemd en dus niet via de Rijn gaat.
Volgens een woordvoerder van de commerciele afdeling moet het bedrijf nu meer lichters laden om minder lading te kunnen afvoeren, maar dreigen er vooralsnog geen problemen met de opslagcapaciteit. Omdat het bedrijf voor de afvoer maar mondjesmaat van de Rijn gebruik maakt, zal het bedrijf waarschijnlijk ook niet in de problemen komen.
De woordvoerder relativeert overigens de omvang van de problemen van het Rotterdamse bedrijf EMO dat een dreigend tekort aan opslagruimte voorziet. “Om zoveel tonnen op de kaai te hebben liggen, is ook zo slecht nog niet. Elke ton in opslag moet tenslotte ook worden betaald” , aldus de woordvoerder.