Eliane Achten, die in het dagelijks leven aan het hoofd staat van de Van Doosselaere & Achten-groep, vindt dat de haven het samenvallen van deze evenementen ten volle moet uitbuiten. “Ik vind dat we dat jaar alle manifestaties zoveel mogelijk in Antwerpen zelf moeten houden. Dat betekent dus zo weinig mogelijk hinterlandreizen en zo veel mogelijk mensen uitnodigen hier naar toe te komen.”
Als voorbeeld noemt ze een dag voor de Duitse staal- en machinebouw. “Als je alle relaties in die sector wilt uitnodigen, heb je al heel snel een groep van vijfhonderd man. Ik zou ze dan willen uitnodigen samen met hun echtgenoten en dan gaat het dus al om duizend mensen.” Gewoonlijk is het een heel karwei om zo’n groot gezelschap een goed programma voor te schotelen maar als culturele hoofdstad heb je een heel geschikt uitgangspunt. Ze tekent daarbij aan dat ze de organisatie van het ladies’ programme dan liever aan iemand anders over zou laten. “Ik zit waarschijnlijk al wat te lang in het zakelijk milieu om dat tot een goed einde te kunnen brengen” , lacht ze.
Ze zegt het een ‘eer voor de stad’ te vinden dat deze evenementen in 1993 samengebracht kunnen worden. “Ik zie het voor me, al die grote zeilschepen hier langs de Scheldekaai. Als we willen, kunnen we daar een unieke attractie van maken, die ook in het buitenland zeer goed zal kunnen aanslaan.”
Ze zal er dan ook niet voor schromen om haar gezag als Assiport- voorzitter aan te wenden om de Antwerpse bedrijven enthousiast te krijgen voor deze ideeen. Dat dat niet altijd vanzelf gaat, heeft de recente geschiedenis geleerd. “Het is nu eenmaal al enkele jaren geen vetpot in de lijnvaart en als scheepsagent merk je dat heel duidelijk. Voor veel bedrijven is het daarom niet zo vanzelfsprekend om veel geld in festiviteiten te steken.” Niettemin laat ze er geen misverstand over bestaan: 1993 moet een succesjaar worden voor Antwerpen.
Ook de totstandkoming van de eerste Transcaldia in 1987 heeft heel wat overtuigingskracht gekost. “Het idee voor een maritieme vakbeurs kwam, gek genoeg, van een Nederlands bedrijf. We vonden dat een heel goed idee, maar we wilden het natuurlijk wel zelf organiseren. We zijn toen uitgekomen bij STI Vakbeurzen, dat ook nu nog bij de organisatie is betrokken. Zij verzekerden ons dat ze een maritieme vakbeurs konden organiseren. Daarmee hadden we een organisator, maar nog geen exposanten. De volgende stap was het overtuigen van de maritieme bedrijven en dat is redelijk gelukt.”

Cafe

De eerste Transcaldia was vooral gezellig. “Transcaldia kreeg al meteen het predikaat grootste cafe van Antwerpen opgeplakt. Ik vond dat vreselijk en was vastbesloten om dat in de toekomst te vermijden omdat de beurs anders niet levensvatbaar zou zijn. Naar mijn gevoel zijn we daar uitstekend in geslaagd. De tweede Transcaldia had al een heel andere allure; nog steeds zeer gezellig, maar ook zakelijk van hoog niveau. Het aanbod was ook veel breder dan de eerste keer, toen er eigenlijk allen maar havengebonden bedrijven exposeerden.”
“Het ziet er naar uit dat het dit jaar alleen maar beter zal worden. Het symposium dat Assiport organiseert staat in het teken van het intermodalisme, waarmee we nog eens benadrukken dat we ons niet puur tot de haven sec willen beperken.” Verder ziet ze als positief dat de standhuur zeer vlot is verlopen (enkele maanden geleden was alles uitverkocht). Ze verwacht trouwens een groot aantal bezoekers uit het buitenland.
Als directeur van Van Doosselare & Achten ervaart ze Transcaldia als een grote PR-manifestatie. “Die week zien we mij niet thuis. Elke avond houden we recepties en ontvangen we onze relaties. Het is een enorm drukke, maar zeer verfrissende gebeurtenis. Ik vind het bijna jammer dat de deuren pas om half drie ’s middags open gaan.” Wel is ze blij dat de publieksdag dit jaar is afgeschaft. “Het was bijna een straf voor onze mensen om dan op de stand te staan. Het was enorm druk en je stand werd geplunderd door mensen waar je geen zaken mee kunt doen.” Volgens Eliane Achten is Transcaldia te professioneel om voor het grote publiek interessant te zijn.

Tekort

Als de vraag naar standruimte blijft toenemen, kampt de beurs in 1993 met een ruimtetekort van ettelijke duizenden vierkante meters. Daarvoor zijn twee oplossingen denkbaar: uitbreiding van de capaciteit of limitering van het aantal standhouders. Achtens voorkeur gaat vooralsnog naar de eerste mogelijkheid uit. “Ik heb begrepen dat er op stedelijk en provinciaal niveau ideeen leven om de expositieruimte in Antwerpen uit te breiden. We zullen als Assiport daarover binnenkort eens met de betrokkenen van gedachten gaan wisselen, zodat we weten waar we in 1993 aan toe zijn.”
Een forse aanscherping van het toelatingsbeleid zegt ze ‘niet gezellig’ te vinden. “Het druist in tegen onze traditie van gastvrijheid om tegen bepaalde sectoren te moeten zeggen: ‘Sorry, maar u bent niet welkom’. Toch wil ze die mogelijkheid nog niet uitsluiten. Als we de volgende keer weer aangewezen zijn op de huidige achttienduizend vierkante meter kan het toch nodig blijken om ergens een stop in te stellen. De vraag waar je dan de grens zou moeten leggen is volgens haar eenvoudig te beantwoorden: “Een hele eenvoudige stop zou zijn om ons te beperken tot de leden van de zeven beroepsverenigingen die zijn aangesloten bij Assiport.”

Eliane Achten: “Het idee voor een maritieme vakbeurs kwam, gek genoeg, van een Nederlands bedrijf.” (Foto: Koen Fasseur)