Volgens de cijfers van de Havenkapiteinsdienst waren de forest products in Antwerpen in 1990 goed voor 3.369.154 ton. Dat betekent een stijging van 87% in vergelijking met 1986. De gezamenlijke berekening van de drie grote behandelaars komt zelfs uit op meer dan 4 miljoen ton. Dat komt in de eerste plaats doordat sommige distributeurs ook een gedeelte niet- havengebonden trafiek verdelen. Ook het feit dat een gedeelte van de lading in containers wordt aangevoerd verklaart het verschil.
Vooral de geleidelijke ingebruikname van het Vrasenedok vanaf 1986 heeft geleid tot een spectaculaire toename. Vandaag de dag is het dok dan ook uitgegroeid tot een belangrijk Europees distributiecentrum voor forest products. Vooraleer het zover was moesten er binnen de sector wel wat ingrijpende veranderingen plaatsvinden.
“Vijftien jaar geleden was het niet mogelijk geweest een aparte terminal voor te behouden voor forest products” , zegt Wim Van Erck, managing director van Varant. “De lading werd toen verkocht op CIF- basis, zodat het in feite de eindontvanger was die besliste over de aanvoerhaven. Later zijn deze condities gewijzigd in een free-delivery basis, zodat de producenten een grotere vat hebben gekregen op de goederenstroom.”
Toen de producenten meer voordelen begonnen te zien in een centrale aanvoerhaven werd de trade lucratief genoeg voor het opzetten van specifieke terminals. Met het oog op 1993 waren het vooral de Scandinavische landen die hun aanwezigheid op het Europese continent veilig wilden stellen. Varant zelf is een schoolvoorbeeld van deze politiek.

Meer eindprodukten

Het bedrijf werd opgericht in hetzelfde magische jaar 1986 als Belgische distributiedochter van Finnpap en Finnboard, allebei associaties van de Finse papier- en kartonindustrie. Als stuwadoor werd gekozen voor het gespecialiseerde bedrijf Westerlund, dat goed thuis was in de behandeling van Finse woudprodukten. Varant en Westerlund vonden het opportuun om een gezamenlijke terminal uit te bouwen. Als lokatie werd geopteerd voor het toen nog onbekende en maagdelijke Vrasenedok op de linkeroever. “Wij werden toen collectief gek verklaard” , zegt Van Erck.
Net voor het opstarten van Varant bedroeg het pakket van Finnpap en Finnboard ongeveer 160.000 ton. In 1990 was dit verdrievoudigd tot om en bij de 500.000 ton. Het grootste gedeelte van de lading, ongeveer 90%, bestaat uit eindprodukten. Deze tonnage werd in de eerste plaats weggehaald bij de Franse havens. “Vooral Calais, La Palisse en Rouen hebben heel wat tonnages aan ons kwijtgespeeld” , zegt Van Erck. “Toen wij met onze activiteiten begonnen werden wij meteen uitgroepen tot ‘vijand nummer een van de Franse havens’.” Volgens Van Erck heeft zich intussen in Frankrijk wel een mentaliteitswijziging voorgedaan, die onder meer geleid heeft tot een vermindering van de distributiekosten met 30%. Via haar eigen dochter Varasto France, opgericht in 1989, behandelt Varant nu ook zo’n 100.000 ton per jaar in Rouen.
Ook voor Antwerpen blijft Frankrijk een grote klant, die goed is voor 230.000 ton afgewerkte producten per jaar. “Dagelijks vertrekken er 50 a 60 trucks richting Frankrijk. Wij werken daar met een drop-off systeem, de enige manier om de controle over de goederen te behouden.”

Pionierswerk

De kaai-operaties van Varant worden logischerwijze uitgevoerd door Westerlund, de pionier van de forest product-behandeling in Antwerpen. Met 2 miljoen ton per jaar behandelt dit bedrijf het leeuwedeel van deze trafiek. Westerlund startte met zijn activiteiten op kaai 414 op de rechteroever. Daar worden behalve Finse ook Noord-Amerikaanse ladingen behandeld. Op de linkeroever zijn momenteel elf magazijnen in gebruik. Vijf daarvan zijn eigendom van Westerlund, vier van Varant. De overige twee zijn toegewezen aan Finnwest, een joint-venture van Westerlund, Finncarriers en Ahlers.
Finnwest staat in voor de distributie van de produkten die niet voor Varant behandeld worden. De terminal is behoorlijk vol en Westerlund heeft aan de overkant van de straat nog eens 100.000 vierkante meter in optie genomen. Deze terreinen worden vanaf 1992 verder uitgebouwd. Ze zijn bedoeld om de Chileense trafiekaangroei op te vangen. Na Finland is namelijk Chili de tweede grootste klant van Westerlund.
“Het verschil tussen beide ligt vooral in het feit dat Finland geen pulp meer uitvoert en zich is gaan toeleggen op afgewerkte produkten. Chili stuurt ons vooral grondstoffen en newsprint” , zegt assistant- general manager Walter Timmermans. Westerlund investeert veel en regelmatig in het meest moderne materieel en probeert ook hierin een pioniersrol te spelen.
Als enige Antwerpse bedrijf is Westerlund in 1989 begonnen met het gebruik van het zogenaamde ‘wheelless system’. Het systeem bestaat uit wielloze cassettes, ‘transflats’ genoemd, van 12,20 bij 2,60 meter. Zij worden verplaatst door middel van Translifters, die ongeveer even lang zijn en langs beide kanten onder de transflats kunnen worden geschoven. De transflats passen perfect in de lijnschepen die de Westerlund-vracht aanvoeren en de behandelaar had dus weinig keus. In juli jongstleden nam Westerlund, als eerste bedrijf buiten Finland, de intelligente Auramoklemmen in gebruik. Deze computergesturde klemmen herleiden de schade aan de gevoelige newsprintrollen tot een minimum.
Opvallend is dat het bedrijf zeer rigoureus vasthoudt aan een low- profile policy. Successen en nieuwe investeringen worden nauwelijks bekend gemaakt en het bedrijf is een opvallend afwezige op Transcaldia. “Financieel betekent dat een erg grote belasting” , zegt Timmermans. “Bovendien haleen wij onze klanten niet in Antwerpen. Wij nemen dus liever deel aan manifestaties die specifiek te maken hebben met forest products.”

Toegevoegde waarde

De Scandinavische belangstelling voor het Vrasenedok beperkt zich niet alleen tot de distributiemogelijkheden. In 1990 werd op de Varant/Westerlundconcessie de papierversnijdingsfabriek Lumipaper opgestart. Lumipaper is een 100% dochter van de Finse papierproducent Veitsiluoto Oy. Ook kartonproducent Metsa-Botnia Oy, het vroegere Kemy Oy, denkt erover een versnijdings- en herwindingsfabriek te bouwen op de linkeroever. Deze zou dan worden gebouwd op een terrein van 4 ha op 500 meter van de Westerlund/Varant-terminal.
De mogelijkheden tot het aanbieden van toegevoegde waarde heeft trouwens ook Seaport Terminals op een idee gebracht. “Er zijn terreinen voor voorzien” , zegt bestuurder-directeur Raymond Van de Putte. “We hebben plannen in die richting en gegadigden zijn er ook, hoewel er nog niets concreets uit de bus is gekomen.”
Voor Seaport vormen de forest products geen hoofdactiviteit. “Het is een belangrijk onderdeel van onze neobulk” , zegt Van de Putte. “Over het eerste halfjaar van 1991 behandelde het bedrijf 66.000 ton board, 27.000 ton printing en writing paper, 57.000 ton plywood, 27.000 ton hout en 136.000 ton pulp. Seaport verwacht voor dit jaar dan ook een trafiekstijging van 32%. De lading komt vooral uit Brazilie, Canada en de VS en, vooral voor wat de cellulose betreft, Portugal. De verdere distributie wordt afgehandeld door NV Cargo Agency, een 100% dochter van Seaport, gespecialiseerd in forest products.
Tot augustus jongstleden werden de forest products van Seaport uitsluitend behandeld op nummer 740 van het Delwaidedok op de rechteroever. “Het ligt in de bedoeling deze activiteit echter te verdelen over beide oevers” , zegt Van de Putte. Seaport Terminals beschikt aan het Vrasenedok chter

r een zogenaamde ‘multi-purpose- terminal. Voor forest products beschikt het bedrijf daar over drie magazijnen, die onderling met elkaar verbonden zijn, plus een overdekt spoor. Tegen het einde van het jaar zal de opslagmogelijkheid zo’n 50.000 vierkante meter bedragen.
De linkeroever wordt voorbehouden voor de behandeling van de de Braziliaanse trafieken, waarvan Van de Putte een verdubbeling verwacht. De belangrijke producent Aracruz heeft namelijk een nieuwe produktielijn in dienst genomen en een groot gedeelte van deze extra productie zal naar Europa worden uitgevoerd.

Hessenatie

Met het oog op de eengemaakte markt wilden ook de Zweden een betere toegang krijgen tot Europa. In 1985 zette Mo och Domsjo (MoDo) een eigen bedrijf op onder de naam FP Distribution. De activiteiten van FP Distribution bestaan uit de supervisie van de behandeling, de opslag en het afhandelen van de expeditie naar de eindbestemming. Het bedrijf treedt ook op als vrachtagent voor het Noorse Star Shipping.
Ook FP Distribution leeft in symbiose met een vaste behandelaar, in dit geval Hessenatie. Op de terminal van kaai 1213-1219 aan het Vrasenedok wordt de MoDo-lading behandeld. Het aandeel van de forest products op deze terminal bedraagt 340.000 ton. Vorig jaar behandelde Hessenatie op deze terminal 280.000 ton, want niet de hele trafiek is watergebonden. “Er komen ook rollen toe per spoor” , zegt FP-managing-direcor Emile Demarbaix.
De MoDo-lading is ro-ro-trafiek. De mafi’s worden vanaf het schip in een overdekte shelter gezet en meteen ontstuft. Een gedeelte van de ingezette schepen is eigendom van MoDo. “Dat is het grote verschil tussen de Scandinavische landen en Noord-Amerika” , zegt Jan Van Mossevelde, commercial manager bij Hessenatie. “Terwijl de Amerikanen en Canadezen veel met onderaanneming werken, trachten de Noordse landen de hele transportketen te verzorgen.”
Op rechteroever nr. 420 (Churchilldok) worden de forest products behandeld van Star Shipping Line. Deze lading, 220.000 ton, is hoofdzakelijk afkomstig uit de VS en Canada. “Het zuivere expeditiepakket van FP Distribution bedraagt 750.000 ton, waarvan 570.000 ton afkomstig is van de eigen groep” , zegt Emile Demarbaix. De lading gaat voor 70% naar Frankrijk, de rest naar de Benelux, Spanje en Italie. Italie wordt per trein aangeleverd, de rest van Europa per truck. De magazijnen op de linkeroever zijn trouwens voorzien van drie sporen. Met 1.191.360 ton nam Hessenatie in 1990 ongeveer 35% van de Antwerpse forest products trafiek voor zijn rekening.
Behalve de 280.000 ton van het Vrasenedok werd 403.000 ton behandeld aan de terminal aan het Churchilldok. Deze was afkomstig van PCL (plywood en timber) en Star Shipping, voornamelijk pulp. Voor de opslag van forest products heeft Hessenatie hier de beschikking over twee magazijnen van 7.350 vierkante meter. De vloer is uitgevoerd in ‘polished concrete’, om schade tot een minimum te herleiden.
“Onze dokwerkers worden trouwens regelmatig samengebracht in de zogenaamde ‘damage prevention meetings” , zegt Jan Van Mossevelde. “Het zijn in feite gesprekken tussen vertegenwoordigers van de lijnen, de operation managers en de mensen die het werk uiteindelijk moeten uitvoeren. Vooral deze laatste groep heeft een serieuze inbreng en je kan echt spreken over inspraak van beneden naar boven toe.”
Aan het Zesde Havendok wordt de trafiek behandeld van Canadian transport, vorig jaar goed voor 267.000 ton. Op 212 Leopolddok komen het hout en de plywood van Panocean aan. Ook op de andere concessies van de Hessenatie worden nog forest products behandeld. Hoewel de trafiek verspreid is over verschillende terminals is Hessenatie niet van plan om hem te concentreren op een bepaalde plaats. “Concurrerende lijnen willen niet altijd op dezelfde terminal liggen” , zegt commercial manager Dirk Mondelaers.

MARCEL SCHOETERS