Afboekingen

Het verlies over het eerste halfjaar wordt voor een aanzienlijk deel veroorzaakt door enkele flinke afboekingen. Zo is een verlies van een half miljard frank genomen op de verkoop van het 49%-belang in lijnvaartdochter CMB Transport.
Bovendien is de bij de overname van Merzario Marittima betaalde goodwill ad BEF 634 miljoen in een keer afgeschreven. Bovendien is nog een voorziening getroffen van honderd miljoen frank voor de regeling van een geschil met de East Africa Conference. Tegenover die afwaarderingen stonden overigens boekwinsten op de verkoop van het hoofdkantoor (BEF 535 miljoen) en van BEF 182 miljoen op enkele andere transacties.
Met dat al zijn de financiele verhoudingen flink gesaneerd. Met de aanpassing van de bedrijfsvoering worden inmiddels ook vorderingen gemaakt, onder meer door een beleidswijziging in de lijnvaart.
In het eerste halfjaar bleven de uitkomsten van die sector nog achter. De goede gang van zaken in de vrije vaart (Bocimar), de verzekeringen en de sleepdiensten kon daaraan slechts gedeeltelijk tegenwicht bieden. In de havensector werd de rentabiliteit gedrukt door de concurrentie, maar daar speelden ook de omvangrijke investeringen in onder meer de Scheldeterminal een rol.

Positief

CMB verwacht dat het effect van de beleidswijziging in de lijnvaart de komende maanden al in de resultaten tot uitdrukking zal komen. Positief wordt het voorts genoemd dat in de trampvaart sprake is van een stevige ondertoon. Daarenboven wordt nog een gunstig resultaat verwacht op de verkoop van enkele schepen. In de beoordeling van het effect van de herstructurering, de marktontwikkelingen en het in uitzicht stellen van dividend, gaat CMB verder dan Nedlloyd. Het Rotterdamse concern gaat niet verder dan de verwachting uit te spreken dat er dit jaar wel weer winst zal worden behaald, maar dat boekwinsten op desinvesteringen ‘daarin een rol spelen’. Wel werd bij de presentatie van de halfjaarcijfers sterk benadrukt dat het bedrijfsresultaat voor boekwinsten steeg van fl 19 tot fl 43 miljoen. “En dat is een belangrijk regeltje, omdat het de kern van het bedrijf betreft,” aldus bestuursvoorzitter Rootliep.

Op de effectenbeurzen duurt de landerige stemming inmiddels voort. Zowel in Amsterdam als in Brussel blijven de omzetten en de koersbewegingen bescheiden. In Amsterdam kwam een einde aan de teruglopende ontwikkeling van de transportwaarden ten opzichte van de andere fondsen. Met uitzondering van Van Ommeren-Ceteco trokken de transport- en opslagaandelen wat aan. Bij de irecteur

enfondsen moest HES Beheer een stap terugdoen na de bekendmaking van het verlies over het eerste halfjaar van fl 17 miljoen tegen een winst van fl 3,8 miljoen in de eerste helft van 1990. Voor het jaar als geheel wordt een aanzienlijk verlies in het vooruitzicht gesteld. Daarmee wordt het herstel onderbroken, want in 1990 kon het verlies worden beperkt van fl 24,7 tot fl 1,5 miljoen. Onderbroken, want HES rekent er op dat de resultaten na 1991 aanzienlijk kunnen verbeteren. In die verwachting wordt ervan uitgegaan dat zich na dit jaar een kentering zal voltrekken in de graanoverslag, die vrijwel geheel verantwoordelijk is voor het verlies.

Prognose

In de prognose wordt nog geen gewag gemaakt van de effecten van de deze week aangekondigde overneming van Interstevedoring in Rotterdam en OBA in Amsterdam. Beide bedrijven worden ondergebracht in een nieuw op te richten dochteronderneming, European Bulk Service. Op termijn zullen hierin ook Frans Swarttouw (nu nog 60 procent HES en 40 procent Internatio-Muller) en GEM worden ondergebracht. Als het overleg met IM over de aankoop van de resterende aandelen tot overeenstemming leidt, zal ook Frans Swarttouw dus een volledige dochter worden.

De positie van HES wordt door de bundeling ijzersterk, bijna monopolitisch op het gebied van de overslag van granen, kolen en fosfaten. Voor de beurs was de transactie echter geen hausse-motief. Niet alleen omdat er in de sector nog aanzienlijk zal moeten worden gesaneerd, maar ook omdat nog onduidelijk is wat de prijs van de transactie is, noch hoe de financiering is geregeld.

NIB

Op het gebied van de financiering van de internationale scheepvaart kwam de Nationale Investeringsbank (NIB) donderdag met de verrassende aankondiging nauw te willen samenwerking met Den Norske Bank Ship Mortgage International en de eveneens Noorse Fearnley Finans. Het is de bedoeling dat de NIB een 85 procents-belang verwerft in de Amsterdamse vestiging van de Noorse bank. De NIB heeft op het ogenblik op het gebied van de zeescheepvaartfinanciering een kredietportefeuille van fl 700 miljoen. Door de transactie zal die toenemen tot een miljard. Ook in de bewerking van de markt zullen de NIB en Den Norske Bank nauw samenwerken, met Fearnley Finans (onderdeel van scheepsmakelaardij Astrup Fearnley) als derde partner.

Het Noorse bankwezen neemt al sinds jaren een zeer sterke positie in op het gebied van de financiering van de scheepvaart en de offshore- industrie. Den Norske Bank is de grootste commerciele bank in Noorwegen. De instelling is vorig jaar april ontstaan door een fusie van Den Norske Creditbank en Bergen Bank. De samensmelting van beide banken vond plaats tegen de achtergrond van de moeilijke positie waarin de Noorse financiele wereld al enkele jaren verkeert als uitvloeisel van de daling van de olieprijzen. De Noorse economie werd daardoor zwaar getroffen en dat leidde tot een sterke stijging van het aantal faillissementen in het bedrijfsleven.

Verliezen

Voor Den Norske Bank had dat tot gevolg dat in het eerste jaar na de fusie een verlies werd geleden van NK 1,29 miljard als gevolg van verliezen op leningen aan grote bedrijven. Er moesten echter ook klappen worden geincasseerd op het gebied van de buitenlandse activiteiten, terwijl ook het inzakkken van de onroerend-goedmarkt de bank parten speelde.

Mede tegen die achtergrond is Den Norske Bank op zoek gegaan naar partners om de positie op het gebied voor internationale financieringen te versterken.
Voor de NIB betekent de samenwerking een belangrijke versterking van de marktpositie. De activiteiten op het gebied van het internationale transport zijn de laatste jaren aanzienlijk uitgebreid en het belang daarvan in de totale kredietportefeuille is sterk toegenomen. Behalve in de zeescheepvaart is de NIB ook zeer actief in de financiering van de luchtvaart.

CEES HAGEDOORN