Het Agence Maritime International (AMI) wordt in die jaren opgericht om de lokale belangen in Afrika te verdedigen.
De naam CMB ontstaat in 1930, na de opslorping van de Lloyd Royal Belge, in een periode waarin de wereld een enorme economische crisis te verwerken krijgt. De Lloyd Royal Belge werd in 1916, midden in de Eerste Wereldoorlog, opgericht met de bedoeling het bezette Belgie te bevoorraden. Aan de lijndienst naar Afrika wordt nu een dienst naar Amerika toegevoegd. Iets later wordt van start gegaan met de bediening van de Oostkust van Zuid-Amerika.
De tol die de Tweede Wereldoorlog eist is zwaar: 22 schepen gaan verloren en 271 bemanningsleden verliezen het leven. De overblijvende vloot, bestaande uit zes oude schepen, moest onmiddellijk worden uitgebreid om het hoofd te kunnen bieden aan de immense na-oorlogse vraag naar transport. Kongo was immers sinds 1940 afgesneden van het moederland: tal van Belgische expatriates wachtten op aflossing en wilden hun familie terugzien, terwijl ook een enorm volume van exportgoederen in Afrika te wachten lag. Om de diensten zo snel mogelijk uit te bouwen werden schepen van het Liberty-type, die in de oorlog een belangrijke rol hadden gespeeld, gekocht en inderhaast omgebouwd tot vreedzame handelsschepen. Na twee jaar bereikte de trafiek van en naar Kongo weer het vooroorlogse niveau. In het najaar van 1947 telde de CMB- vloot 26 schepen. Na de lijn naar Kongo werden achtereenvolgens ook de diensten naar Noord-Amerika, Oost-Afrika en Zuid-Amerika hervat.
In 1987 bekomt CMB een concessie van de stad Antwerpen voor de uitbouw van een eigen terminal in de Antwerpse haven. Totdien werden alle schepen behandeld aan de Scheldekaaien. In 1951 werden deze installaties, ook wel het Zeestation genaamd, aan het Leopolddok plechtig geopend ddoor prins Boudewijn. De daaropvolgende jaren werd vooral aandacht besteed aan de hernieuwing van de vloot. Met de opkomst van het luchtvervoer schakelt men over van pakketboten op conventionele schepen met beperkte passagiersaccomodaties.

Deppe

In 1960 wordt een meerderheidsparticipatie in Armement Deppe genomen, de oudste Belgische rederij. Een akkoorrd inzake gemeenschappelijk beheer en exploitatie wordt gesloten en CMB breidt haar lijnennet uit met een lijn naar Florida, Mexico en de Amerikaanse Golfhavens. Later zou Deppe volledig in CMB worden geintegreerd.
In 1961 gaat CMB een fusie aan met haar belangrijkste aandeelhouder, de Union Financiere et Maritime (Ufimar). Ufimar heeft op haar beurt participaties in aanverwante maritieme sectoren zoals scheepsherstelling, sleepdiensten, bergingen en scheepsverzekeringen.
In de jaren zestig wordt ook van start gegaan met de bulkvaartactiviteiten ten behoeve van de Belgische staalindustrie. Er wordt verder een aandeel genomen in de Antwerpse goederenbehandelaar Stevedoring Company Gylsen.
Als gevolg van de opkomst van de container op de Atlantische route besluit CMB een aantal van haar conventionele schepen om te bouwen. De behoefte aan grootschalige investeringen laat zich echter voelen en in 1968 is CMB, samen met Bristol City Line of Steamships en Clark Traffic Services uit Montreal, een van de stichtende leden van het Dart- consortium. Op 1 juni 1969 begint de Dart Containerline haar exploitatie. Op diezelfde dag gaat ook de dienst op Zuid-Amerika van start in samenwerking met Duitse en Zuidamerikaanse partners.

Distrigaz

In 1973 werd een contract met Distrigaz getekend en werd de ‘Methania’ bij de Boelwerf besteld. Dit LNG-schip wordt ingezet voor het vervoer van aardgas tussen Algerije en Zeebrugge.
In 1976 kreeg CMB de kans om een aandeel van 40% in de bulkrederij Bocimar te nemen. Bocimar werd in 1972 opgericht om de maritieme activiteiten van Boelwerf te groeperen en geleid door Jaques Saverys. Deze participatie werd geleidelijk verhoogd en in 1982 kwam Bocimar voor 100% onder CMB-controle.
Eveneens in 1976 startte het ACE-consortium een containerddienst tussen Europa en het Verre Oosten met derde-generatie-containerschepen. Samen met het Franse Chargeurs Reunis vormde CMB de Franco Belgian Services (FBS), die op haar beurt een van de leden van het consortium was.
Eind 1983 werd de Dart Containerline naar de Oostkust van Amerika gestaakt. Onmiddellijk daarop werd Canada Maritime opgericht met Canadian Pacific (CP) voor de bediening van Canada.

Haven

In 1986 verhoogde CMB haar aandeel in de bulkterminal Stocatra van 40% naar 100%. Gesprekken met Union Miniere, een andere dochter van Generale Maatschappij van Belgie, die eveneens massagoedterminals uitbaatte, werd de joint venture ABT/Stocatra opgericht, waarin CMB eveneens geleidelijk 100% verwierf. In 1988 werd de controle over stukgoedbehandelaar Hessenatie verworven. CMB concentreerde vervolgens alle belangen in de goederenbehandeling in de Antwerpse haven (massa- en stukgoed) onder de naam Hessenatie-Gylsen.
Aan het eind van de jaren tachtig kenden de lijnvaartactiviteiten een grote uitbreiding. Vijf diensten werden aangekocht: de EAC West Africa Service, Dafra Lines en Woermann Linie (alle op West-Afrika), de Deutsche Ost-Afrika Linie (DOAL, naar Oost-Afrika) en de maritieme diensten van Andreo Merzario, nu onder de naam Merzario Marittima. Deze diensten werden geintegreerd binnen de West-Afrikadienst en de in 1989 opgerichte Indische Oceaan Lijn, die Europa met Oost-Afrika, het Indische subcontinent en het Midden Oosten verbindt in een soort driehoeksdienst.
De lijndiensten zijn vooral noord/zuid gericht. De aandelen in het door overcapaciteit geplaagde oost/westverkeer werden, met uitzondering van Canada Maritime, van de hand gedaan. Zo werden de laadrechten op het Midden Oosten aan het Deense Maersk Line verkocht.

CMB Transport

Als gevolg van de belangrijke acquisities en structuurwijzigingen aan het einde van de jaren tachtig werden de activiteiten in drie dochtermaatschappijen gefilialiseerd. De eerste ervan, CMB Transport NV, groepeert de lijnvaart en het intermodale vervoer. De diensten onder de namen CMB Transport, Dafra, DOAL, EAC-WAS, Merzario Marittima en Woermann Linie tussen Noord- en Zuid-Europa, West-Afrika, Centraal Afrika, Zuid-Afrika, Oost-Afrika, het Nabije en het Midden Oosten, het Indische subcontinent en de beide kusten van Zuid-Amerika, worden aangevuld door de feederactiviteiten van Portlink. De divisie Trutainer biedt diensten aan tussen direct bediende gebieden en regio’s die niet door CMB Transport worden bediend, via een aantal connecting carrier- akkoorden.
CMB Transport baat een vloot uit van ongeveer vijftig schepen en beheert 65.000 containers.

Kantoren

De verkoop van de lijndiensten in Europa gebeurt door een aantal CMB- filialen onder de naam Aseco, Walina en Medimmar. Aseco heeft vertegenwoordigingen in zestien Europese landen.
In Afrika is CMB in vijftien landen actief onder de naam AMI. AMI heeft een zestigtal kantoren en verzorgt ook intermodaal vervoer in Afrika. In Europa treedt AMI Forwarding op als expediteur.
Andere filialen van CMB Transport zijn de Nederlandse Hewi-groep, actief in expeditie, distributie, containerbehandeling en reparaties, en de wegvervoersfirma Tracto.
Niettegenstaande het feit dat CMB Transport ongeveer tweederde van de totale omzet van CMB vertegenwoordigt, heeft de lijnvaartdochter te kampen met zware verliezen. Om hier iets aan te doen wordt getracht samenwerkingsakkoorden te sluiten om de risico’s te spreiden. Er zijn al slotcharterakkoorden gesloten met DSR (West-Afrika) en CGM (Midden Oosten en India//Pakistan).

Bocimar

Bocimar is wereldwijd actief in het vervoer van massagoed. Als een van de belangrijkste onafhankelijke tramprederijen ter wereld vervoerde het vorig jaar een volume van 32 miljoen ton, voornamelijk steenkool, ijzererts en olieprodukten.
Hessenatie is veruit het grootste havenbedrijf in Belgie. Behalve ABT/Stocatra (diverse bulkgoedterminals) en Hessenatie/Gylsen (terminals voor containers en breakbulk, waaronder de Schelde Containerterminal) is ook ACE, het grootste Europese containerherstelbedrijf, een dochter van Hessenatie. CMB wil haar huidige aandeel van 83% geleidelijk verminderen, maar wil wel meerderheidsaandeelhouder blijven. Behalve de Generale en de NMBS zouden er nog andere binnen- en buitenlandse geinteresseerden zijn.
CMB is ook sterk betrokken bij de goederenbehandeling in Zeebrugge, onder andere via de dochter CTO en een aandeel in de Ocean Container Terminal.

1991

Het jaar 1991 wordt een belangrijk jaar voor CMB. Eerst en vooral verwierf de groep Almabo/Exmar de controle over CMB, vervolgens werd 49% van CMB Transport verkocht aan het Zuidafrikaanse Safmarine.
Met de overneming van CMB door Almabo/Exmar ontstaat een maritieme groep van wereldformaat. Exmar, de rederij-dochter van Almabo, is sterk actief in de trampvaart, vooral in het vervoer van gas. Exmar is de derde grootste gasvervoerder ter wereld. Bij de Belgische Boelwerf, een andere Almabo-dochter, staat de ‘Flanders Harmony’ (85.000 kubieke meter) op stapel, dat het grootste LPG-schip ter wereld zal worden.
Almabo maakte bij de overneming van CMB snel duidelijk dat er voor de in moeilijkheden verkerende sector van de lijnvaart een sterke partner zal worden gezocht. Dit werd dus de Zuidafrikaanse rederij Safmarine, waarmee CMB reeds samenwerkt binnen het SAECS-consortium tussen Europa en Zuid-Afrika. Saverys verklaarde enkele weken geleden ter gelegenheid van de transactie met Safmarine, dat de lijnvaart in 1993 uit de rode cijfers zal komen. De bestaande diensten zullen blijven, maar worden wel gerationaliseerd. Bottom-line wordt belangrijker dan marktaandeel.

STEVEN THIJSMANS

De ‘Fabiolaville’ was jarenlang het vlaggeschip van CMB en werd ingezet op West-Afrika (Foto: Steven Thijsmans)

De ‘Elisabethville’ (9.622 dwt) voer tussen 1949 en 1968 voor CMB. Het zou gevaarlijk zijn de huidige periode van snelle groei te gaan hanteren als maatstaf voor de toekomstige ontwikkeling van het goederenvervoer in de haven van Antwerpen. “Alleen al wat op dit ogenblik gebeurt aan industriele investeringen in de haven is een in Europa zonder meer unieke ontwikkeling. Dat doet zich nergens anders voor.”