Op de vraag wie nu eigenlijk de grootste fruithaven in Europa is, antwoordt Vierstraete laconiek: cijfers liegen toch niet. In Antwerpen alleen al behandelde BNFW vorig jaar 1.055.000 ton (in Zeebrugge was dat 529.000 ton) en bij Noord Natie moet dat zoiets als 450.000 ton geweest zijn. Die twee goederenbehandelaars alleen al zijn goed voor anderhalf miljoen ton, waar Rotterdam, ‘naar mijn weten’, niet verder komt dan 750.000 ton.
“Ondanks alle andersluidende verklaringen, hebben ‘zij’ tot nog toe niet een ton van Antwerpen afgenomen” , voegt hij er zonder veel pathos aan toe. Hamburg moet ergens rond de 800.000 ton zitten en Bremerhaven haalt voorlopig toch ook een half miljoen ton.

Ook voor derden

Hoe is dat succes voor Antwerpen te verklaren?
Vierstraete: “Wij zijn onafhankelijk en dus niet gebonden aan de invoerders. In Rotterdam behoort de terminal voor de helft toe aan de grote Europese fruitinvoerders. Via onze neutraliteit kunnen wij meer mogelijkheden bieden, ook aan derden.”
Maar dat is niet de voornaamste reden. Belangrijker zijn de zeer hoge produktiviteit van de havenarbeiders met hun degelijke know-how. Nummer twee conomische

n de vooruitstrevende hoogtechnologische los- en laadinstallaties; die zijn practisch op maat gemaakt en naar de wensen van de fruittrafiek. Nummer drie zijn de competitieve prijzen.
Wat de kwaliteit van de fruitbehandelingsinstallaties betreft: in de voorbije drie jaar investeerde BNFW in Antwerpen en Zeebrugge samen voor zo’n 1.200 miljoen fr. De financiele omzet steeg van ruim 789 miljoen fr. in 1985 naar meer dan 1.654 miljoen in 1989. Het netto financieel resultaat ging van bijna 24 miljoen fr. in 1985 naar 64,5 miljoen in 1989. Het jaar nadien was dat, na belangrijke nieuwe investeringen, toch ook weer 40,5 miljoen fr.
De geografische ligging van Antwerpen is zeker niet slechter dan die van Rotterdam, zegt Vierstraete. Integendeel. Voor sommige regionen in het achterland is Antwerpen beter geplaatst, met name voor Noord-Frankrijk tot in Parijs toe en voor het zuiden van Duitsland. Voor de regio Rijn/Ruhr zijn de twee havens geografisch aan elkaar gewaagd.
De fruitomzet van BNFW bestaat voor driekwart uit bananen. Die komen bijna uitsluitend uit Centraal-Amerika. Een kwart is verdeeld tussen appelen, citrus en exoten, zoals ananas, avocado, mango, papaya en meloen.

Omzet verdubbeld

BNFW heeft zijn territorium in de Antwerpse achterhaven bijna verdubbeld. Eind 1989 werd de aanpalende goederenbehandelaar ASBA (Algemeen Stouwerijbedrijf van Antwerpen) overgenomen. BNFW heeft daar nu alles samen 20 hectare met zes ligplaatsen.
Daarmee is het bedrijf op die plaats in de haven wel aan het einde van zijn geografische expansiemogelijkheden. Maar de beschikbare ruimte geeft nog wel groeimogelijkheden voor 400.000 tot 500.000 ton meer. En Vierstraete gaat ervan uit, dat de fruitconsumptie in Europa niet tegen eenzelfde tempo als in de voorbije jaren zal blijven groeien.
De goederenomzet van BNFW is in de voorbije jaren namelijk al verdubbeld. In het eerste semester van dit jaar stagneerde de goederenomzet in Antwerpen op 562.429 ton (562.684 ton in de eerste zes maanden van 1990). Niettemin heeft ook de Antwerpse fruitbehandelaar zijn deel in de geleidelijke groei in Oost- Europa, met als belangrijkste nieuwe afzetmarkten Polen, Tsjechoslowakije en Hongarije. Die markt maakt op dit ogenblik trouwens al tien tot vijftien procent van de omzet uit. Het gaat vooral om bananen.
Realistisch

De groeimogelijkheden daar zijn enorm, maar er is natuurlijk de concurrentie van beter gelegen havens, zoals Hamburg en Bremerhaven, om Rostock vooral niet te vergeten. Vierstraete is realistisch genoeg om in te zien, dat wat nu naar die landen wordt vervoerd, waarschijnlijk maar tijdelijk is. Namelijk in afwachting van het moment dat genoemde drie havens over voldoende overslag- en opslagmogelijkheden beschikken om dat karwei zelf te kunnen klaren.
Anderzijds is hij er ook van overtuigd, dat Antwerpen zijn deel in die groeiende trafiek zal blijven behouden. “Tegelijk zullen wij, met de verruiming van de EG-markt in 1993, meer distribueren naar zuidelijk Europa, meer bepaald naar Frankrijk en ook naar Engeland” , zei Vierstraete. Dat is, volgens hem, het gevolg van de verschuiving van koopkracht en van welstand naar het zuiden toe.
Als nog alleen de afstand telt, loopt het natuurlijk achterland van de Belgische havens op zijn minst tot aan Parijs, zegt hij. De Fransen zitten nu nog altijd verscholen achter een aantal barrieres. Dat is zeker het geval voor de bananen, waar de ACP-landen nog altijd een status van meest-begunstigde handelspartner genieten. “Bananen uit Zuid-Amerika bij voorbeeld komen op dit ogenblik Frankrijk gewoon niet binnen.” Vanaf 1993 zouden die barrieres theoretisch moeten wegvallen.
Hoe zit het met de concurrentie onder de Westeuropese havens?
Vierstraete geeft liever geen concrete cijfers: “In de ene haven zijn de lonen iets lager, in een andere zijn de aanloopkosten voordeliger, bij een derde is het de produktiviteit die het hem doet, en ga zo maar door. De keuze van een haven is uiteindelijk een combinatie van een aantal kostenfactoren. Er is maar een juiste keuze: een economisch verantwoorde. Een kwestie van prijs/kwaliteitverhouding.”
En tot besluit: “Er is geen haven waar in de fruitbehandeling zo zwaar is geinvesteerd als in Antwerpen: het resultaat is er dan ook naar, in zowel behandelde volumes als financieel. Antwerpen is zijn concurrenten kennelijk altijd een technologische stap voor.”
Het zou gevaarlijk zijn de huidige periode van snelle groei te gaan hanteren als maatstaf voor de toekomstige ontwikkeling van het goederenvervoer in de haven van Antwerpen. “Alleen al wat op dit ogenblik gebeurt aan industriele investeringen in de haven is een in Europa zonder meer unieke ontwikkeling. Dat doet zich nergens anders voor.”

PETER GEURTS