Het is de laatste jaren gebruikelijk in EG-verband dat verordeningen en richtlijnen dusdanig breed worden geformuleerd dat iedere lidstaat er vrede mee heeft. Deze werkwijze was ook van toepassing bij de vaststelling van de douane-verordening voor opslag. Nederland heeft de ‘stuwadoorsloods’ weten te redden, nadat deze aanvankelijk in het ontwerp voor de verordening niet voorkwam. Vooral de werkgeversvereniging in de haven, SVZ, heeft sterk aangedrongen op handhaving van de regeling voor stuwadoors.
De stuwadoorsloods betreft douane-opslag in verhuur bij een stuwadoor die niet zelf aansprakelijk is. Nederland kent als enige lidstaat regels voor de stuwadoorsloods, met controle achteraf op bewaarde documenten.
In de nieuwe verordening keert de regeling terug onder de naam ‘type B’ douane-entrepot. Er zijn vijf typen. De overige Nederlandse regelingen zijn ondergebracht onder type C en type E. De typen B en D worden weliswaar door andere lidstaten van belang geacht, maar zijn voor Nederland van geen betekenis. “Dat zijn regelingen met een zware ambtelijke tussenkomst” , stelt beleidsmedewerker mr A. Hendriks van de centrale douanedirectie in Rotterdam.
Het geeft meteen aan dat Nederland aan de liberale kant staat in Europa. Ook Belgie, Denemarken, Duitsland en Groot-Brittannie zijn te rekenen tot de landen die administratieve controle hanteren met steekproefsgewijze fysieke controle. De Britten zijn trouwens de laatste maanden diverse malen op bezoek geweest om hier poolshoogte te nemen van de wijze van afhandeling. Nederland geldt als vooruitstrevend.

Districentra

De Nederlandse douane wil dit progressieve imago ook naar buiten toe uitdragen. Gemeenschappelijk naar buiten treden is een devies van de belastingdienst. De douane was al op diverse beurzen te zien, en folders over de gunstige regelingen vinden gretig aftrek. De douane voegt zich naar het concept van Nederland Distributieland.
De opvallende presentatie is niet onterecht. In vraaggespreken met verladers, vooral de grote Amerikaanse en Japanse concerns met Nederlandse distributiecentra, wordt de douane steevast geprezen. Niet de haven van Rotterdam, niet het efficiente wegvervoer, maar de douane zou de belangrijkste reden zijn voor de Sony’s en Cannon’s om zich in Nederland te vestigen.
De angst dat de Europese regelgeving een eind zou maken aan die vooraanstaande positie, is ongegrond gebleken. De buitenlandse douanediensten kunnen hun eigen regelingen handhaven.
De voordelen van de administratieve opslagregelingen en toepassing van open entrepots zijn drieledig. De douane stelt geen bouwtechnische voorwaarden meer, en ook de keuring daarop blijft dus achterwege. Uitsluitend de locatie moet goedgekeurd worden. De douaneloods kan nu bovendien voortdurend in bedrijf zijn en is niet meer afhankelijk van de aanwezigheid van de douane. Tevens kan de bezettingsgraad van de loodsen worden opgevoerd doordat zowel douane- als niet-douanegoederen samen op- en overgeslagen kunnen worden.

Medicijn

De voordelen klinken niet alleen prachtig, maar pakken volgens bedrijven ook gunstig uit. Volgens operationeel directeur W. de Graaf van Nedlloyd Districenters Nederland, met vestigingen in Amsterdam Zuid-Oost en op Schiphol, hoeft het bedrijf niet langer voor elke uitslag een D-30 formulier op te maken en te wachten op het afstempelen. Dit scheelt de opmaak van duizenden formulieren per maand. Belangrijker is nog dat de de wagens altijd stipt op tijd kunnen uitrijden. Districenters geeft iedere maand een schijfje uit de computer met de gegevens uit de administratie aan de douane. De fysieke controle vindt nog geregeld plaats. De Graaf vindt dat minder prettig. Hij hoopt op afname.
De grootste pijn doet zich voor aan de grenzen. Het medicijn daarvoor heet ‘Communautair Douanewetboek’ en dat zal naar alle waarschijnlijkheid vanaf 1 januari 1993 in werking treden. De ministers van financien van de lidstaten moeten zich er nog over buigen. Nu al constateert de Nederlandse douane een ‘achterhoedegevecht’ waarbij douanediensten trachten hun greep op de goederenstromen te continueren. Dit uit zich ondermeer in het gekrakeel over regelingen voor controles op ziekten bij planten en dieren. De Nederlandse douane doet daar niet aan mee. Onder de slogan ‘de rest naar west’ zijn sociale plannen gesmeed met als belangrijkste doel de straks overblijvende beambten een post te bezorgen aan de buitengrenzen, dat wil zeggen op de zee- en luchthavens.