De bijdragen van de Oostenrijkse staatskas rijzen volgens minister van financien dr. F. Lacina (voorheen verkeersminister) de pan uit. Dit jaar maakt hij vijf miljard gulden over naar de spoorweginstelling, en bij ongewijzigd beleid loopt dat bedrag op tot 5,4 miljard gulden in 1992 en 5,7 miljard gulden in 1993.
Verzelfstandiging levert een directe besparing op van hooguit 250 miljoen gulden, de kosten voor de lucratieve pensioenen van de spoorwegmensen. Vanwege dit dreigende verlies van de gunstige voorwaarden hebben de vakbonden grootscheeps verzet tegen de voorgenomen maatregel voorspeld.
De grootste besparingen moeten komen uit bedrijfsmatig opereren. De kosten zullen drastisch moeten dalen. Naar verwachting zullen de spoorwegen grote delen van hun huidige onrendabele vervoer moeten afstoten teneinde de gezonde delen te kunnen behouden.
De overheid moet bepalen welke dienstverlening van dusdanig maatschappelijk nut is dat er subsidies nodig blijven en welke diensten aan het lot van de vrije markt worden overgelaten. De Bundeswirtschaftskammer heeft zich namens het bedrijfsleven in de discussie geworpen en wil er op toezien dat de overheid de verzelfstandiging en herstructurering niet halfslachtig uitvoert.