MBZ-voorzitter Fernand Traen zegt dat het havenbestuur die inspanning wilde doen om twee redenen. Hij wilde in de eerste plaats vermijden dat andermaal een polemiek op gang zou komen over het weghalen door Zeebrugge van Cast uit Antwerpen. Dat debat zou wellicht worden gevoerd in de Vlaamse Havencommissie, maar die commissie hoeft alleen geraadpleegd te worden als het gaat om een overheidsinvestering van minimaal 300 miljoen franc. Nu vraagt de MBZ van het gewest slechts 170 miljoen.
De tweede reden voor die verregaande zelffinanciering is, volgens Traen, dat de MBZ ‘haar poeder droog wilde houden’ in het vooruitzicht van het debat over de nieuwe containerkade in de voorhaven. Ondertussen heeft de MBZ, zoals bekend, dat debat al gewonnen: de Vlaamse regering gaf haar fiat voor het eerste insteekdok in de voorhaven al op 14 november van vorig jaar en op 1 augustus werd de bouw van de containerkade definitief toegewezen aan de Belgische tijdelijke vereniging CFE-MBG.
Over de manier waarop Cast’s terminal aan de kust wordt gefinancierd, stelde de Antwerpse senator M. Schoeters onlangs enkele vragen aan minister Johan Sauwens van Openbare Werken en Verkeer. Schoeters had kenneljk in de kranten gelezen dat de Vlaamse Executieve nogal vrijgevig met geld omsprong voor de bouw van een vestigingsplaats voor een rederij, die tenslotte toch maar uit Antwerpen wordt weggehaald.
Bouw van een kademuur van 606 meter, grondverbetering en baggerwerk na voltooiing van de kade kosten alles samen 769 miljoen franc. Sinds oktober 1986 wordt haveninfrastructuur in Belgie voor nog slechts zestig procent betaald door de overheid en voor veertig procent door de geinteresseerde.
Sauwens past in dit geval de 60/40-verdeling alleen toe voor de kademuur en zegt dat grondverbetering en baggerwerk normaal gesproken volledig voor rekening van zijn departement komen. In die omstandigheden zou de Vlaamse gemeenschap ruim 73 procent van de infrastructuur hebben betaald en de MBZ niet eens 27 procent.

Besparing

Maar, schrijft Sauwens in zijn antwoord op de kamervragen van senator Schoeters, de MBZ wil de kosten van de kademuur zelf betalen en neemt ook een deel van de grondverbetering voor haar rekening, namelijk 80 van de 116 miljoen franc. De verdeling wordt in die omstandigheden iets meer dan 22 procent voor de overheid en bijna 78 procent voor het havenbestuur.
De minister is dan ook gelukkig de Antwerpse senator te kunnen melden, dat die deal tussen zijn departement en de MBZ het Vlaamse gewest rond de 392 miljoen franc bespaart.
Als senator Schoeters goed is voorgelicht, zal hij echter wel enige ‘onnauwkeurigheden’ ontdekken in het antwoord van de minister. Van de kosten van de kademuur – volgens Sauwens 519 miljoen franc groot – is bijna 75,5 miljoen franc BTW. Die belasting is voor de MBZ terugvorderbaar (voor de andere havens niet). Bovendien is de 196 miljoen franc voor grondverbetering, waarvan het havenbestuur er grootmoedig 80 miljoen voor zijn rekening neemt, normaal gesproken volledig voor rekening van het havenbestuur. De Vlaamse Executieve moet zich daar trouwens nog over uitspreken.
Blijft niettemin het feit dat de MBZ haar kademuur volledig zelf financiert, wat voor zover bekend, in geen enkele andere Belgische haven ooit het geval is geweest.

Door Peter Geurts