Volgens W. de Rijck, hoofd marketing van het goederenvervoer, is de eigen identiteit vooral bedoeld om de binding met de klanten te versterken. “Onbekend maakt nu eenmaal onbemind. Een eigen identiteit zal ons in staat stellen om beter onze produkten onder de aandacht te brengen en duidelijk te maken dat het spoorvervoer niet achterop loopt, zoals sommigen denken.”
Hij verwacht dat de herkenbaarheid van vitaal belang zal worden als de EG besluit om de concurrentie in het spoorvervoer te bevorderen. Daartoe is een richtlijn in voorbereiding, die waarschijnlijk in 1993 in werking treedt.
Het budget voor de introductie van de merknaam staat nog niet vast, maar wel is duidelijk dat het miljoenen franken zal gaan kosten. B Cargo wordt het huismerk van de NMBS voor het vervoer van gesloten treinen (hele treinen voor een klant) en voor gespreid vervoer (wagenladingen). De afdeling volgt daarmee het voorbeeld van het stukgoedvervoer, dat sinds vorig jaar onder de merknaam ABX op de markt wordt gebracht.
De introductie van de merknaam hangt samen met een grondige herstructurering binnen de NMBS. De produktie van zowel goederen- als reizigersvervoer is nu nog in handen van een directie met A. Martens, bestuurder-directeur transport, aan het hoofd. Hetzelfde geldt voor Marketing, dat geleid wordt door J. Cornet, adjunct-directeur-generaal marketing & verkoop.
De NMBS streeft ernaar om zowel de produktie als de marketing te splitsen in aparte afdelingen voor de reizigers en de goederen. De beide afdelingen zouden zo beter kunnen inspelen op de eisen van de klant. De operationele en commerciele scheiding van goederen en reizigers is een zaak van de raad van bestuur, die daar naar verwachting in de loop van september een beslissing over neemt.
Daarmee zou de NMBS een wat minder gecentraliseerde organisatie worden, met drie divisies: Reizigersvervoer, ABX en B Cargo. Naar omzet is de laatste daarbij de grootste organisatie: het goederenvervoer is goed voor een < romzet van zo'n dertien miljard (exclusief ABX) tegen twaalf miljard voor het reizigersvervoer. Door de komst van de TGV naar Belgie zal die verhouding zich waarschijnlijk ten gunste van het reizigersvervoer wijzigen. Eurrail De nieuwe huisstijl volgt op de introductie van een aantal nieuwe produkten, zoals het Eurail-label, waarbij de spoorwegen de aankomsttijd zwart op wit garanderen. Er zijn inmiddels vier van deze verbindingen: de Interdelta tussen Belgie en Zuidoost-Frankrijk, de Scaldo op Oostenrijk, de Norlink op Scandinavie en Cargo-Bayern op op Zuid- Duitsland. De laatste is overigens pas in juni dit jaar op gang gekomen. Anders dan de eerste drie maakt deze dagelijkse lijn gebruik van bestaande treinen, die door een betere cooordinatie nu ook voldoen aan de eisen van het Eurrail-label. Volgens dit label worden goederen die 's middags op dag A worden aangeleverd 's ochtends op dag C afgeleverd. Voorts wordt gestudeerd op de mogelijkheid om een Eurrail-verbinding op Zuidwest-Frankrijk (Bordeaux/Spaanse grens) te openen; dat zal echter zeker niet voor september volgend jaar gebeuren. Door Rob Mackor