Veel Nederlandse gemeenten hebben inmiddels vergunningen om beroepsvervoer te bedrijven. Het begint veelal met het inzamelen van afval en verbreedt zich dan tot andere vormen van binnenlands goederenvervoer. De wegvervoerders maken zich zorgen over deze ontwikkeling, die overigens al enkele jaren aan de gang is.
“De gemeenten beconcurreren ons vanuit een bijzondere positie” , zo heet het. Bijzonder, aangezien bij afvalinzameling de gemeente zowel vergunningverlener als uitvoerder is. Wegvervoer-CVO heeft onlangs geprobeerd meer te weten te komen over invulling van de eisen die de Commissie Vergunningen Wegvervoer aan gemeenten stelt. De Commissie had de aanvraag van Utrecht ingewilligd zonder weer te geven hoe ze hierbij de rechtsregels interpreteerde.

Ongelijkheid

In een procedure voor het College van Beroep voor het bedrijfsleven vocht mr. H. Kramer van de CVO de beslissing aan van de Commissie Vergunningen Wegvervoer een vergunning voor beroepsvervoer te verlenen aan de Utrecht Reinigings-, Markt- en Havendienst. “Een pricipiele zaak” , zo omschrijft Kramer deze zaak. Utrecht was de eerste gemeente die aan beroepsvervoer wilde doen, met 38 vrachtauto’s.
Het betoog dat Kramer hield, komt er op neer dat sprake is van rechtsongelijkheid als de Commissie bij vergunningsaanvragen van een gemeente de eisen uit de Wet Autovervoer Goederen (WAG) anders toepast dan in het geval van een particuliere vervoerder. “Als zij dit doet, is er sprake van een oneerlijke concurrentie.”

Omdat onduidelijk is of Utrecht wel aan alle eisen voldoet, lijkt het erop dat de gemeente de vergunning ten onrechte heeft gekregen. “Zo weten we bij voorbeeld niet of degene die vakbekwaam is, ook de bevoegdheden heeft de vervoerswerkzaamheden te leiden” , illustreert hij. Een bedrijf werkt anders dan een gemeente. “Bij een gemeentelijke organisatie mag een leidinggevende niet beslissen over de aanschaf van vrachtwagens.”
Hij vindt de procedure van de vergunningverlening in dit geval nogal ondoorzichtig. “Hoe gaat het bij voorbeeld inzake het winstcriterium? Elke transporteur moet na twee jaar kunnen aantonen winst te hebben gemaakt. Geldt dat ook voor gemeentebedrijven?” Kramer zei te vrezen dat ook de grotere gemeenten zich als beroepsvervoerder op de markt zullen begeven. “Zij zijn daar natuurlijk vrij in, maar het betekent meer concurrentie vanuit een positie waar we vraagtekens bij zetten.”
Tot teleurstelling van de CVO deed het College van Beroep geen uitspraak in de zaak. De organisatie werd ‘niet-ontvankelijk’ verklaard. Dat wil zeggen dat zij niet is toegelaten als procespartij. Via de WAG bepaalt dat ‘degene die rechtstreeks in het belang is getroffen’ tegen een beslissing van de Commissie Vergunningen Wegvervoer in beroep kan.

Volgens de rechter waren de doelstellingen van de CVO zo ruim dat ze niet aan deze voorwaarde beantwoordde. De procedure bij de vergunningverlening blijft hiermee ondoorzichtig. “De enige oplossing is dat een ‘getroffen’ vervoerder zelf naar het College van Beroep stapt.” Maar die is tot op heden niet gevonden.

– De gemeente Schiedam is een van de nieuwe ‘beroepsvervoerders’. (Foto: Ben Wind)