Wil de convertibiliteit een succes worden, dan moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan: juiste wisselkoersen, toereikende monetaire reserves, een gezond macro-economisch beleid, inclusief een gezonde begroting en belastingsysteem, waardoor inflatie geen kans krijgt, en een bedrijfsleven dat in staat is om adequaat op marktprijzen te reageren. De betrokken landen kunnen kiezen tussen een snelle overgang als de voorwaarden daartoe zijn vervuld of een geleidelijke overgang. Aan beide zijn grote gevaren verbonden die kunnen leiden tot fundamentele onevenwichtigheden die niet zo gemakkelijk te elimineren zijn.
Aldus het Internationaal Monetair Fonds in een monografie over de mogelijkheden en de problemen van convertibiliteit in landen die in overgang verkeren van een centraal geleide economie naar een markteconomie. Het IMF bedoelt daarmee de convertibiliteit voor handelstransacties, om een normale buitenlandse handel mogelijk te maken. Het IMF noemt dat handelsbalans-convertibiliteit. De convertibiliteit voor het kapitaalsverkeer is een ander verhaal.

Wisselkoers

Een juiste wisselkoersverhouding is een eerste vereiste. Als de wisselkoers niet in verhouding is met de betalingsbalans, zullen er onevenwichtigheden ontstaan die het economische beleid volkomen kunnen verstoren. Het probleem daarbij is dat juiste wisselkoersen zowel doelstelling als resultaat zijn van het beleid, oorzaak en gevolg. Het resultaat is sterk afhankelijk van het resultaat dat men met de andere instrumenten behaalt, die op zich weer de koersverhouding en de betalingsbalans beinvloeden. Er zijn genoeg kapitalistische landen geweest die voortdurend door onevenwichtige handelsbalansen in de wielen werden gereden.

Een andere voorwaarde is: voldoende monetaire reserves, inclusief een beroep op buitenlandse kredieten en banksaldi van eigen burgers in buitenlandse harde valuta. Die reserves zijn vooral nodig om onverwachte verstoringen op de betalingsbalans, bij voorbeeld een plotselinge prijsverhoging van aardolie, op te vangen, zodat daardoor geen verstorende invloeden uitgaan op het hervormingsbeleid. De vraag is hoe groot die reserves moeten zijn.
Bij vaste koersverhoudingen zijn volgens het IMF en de Wereldbank reserves van zo’n vier maanden import noodzakelijk. Bij zwevende wisselkoersen kunnen die reserves kleiner zijn. Dat is bij Nigeria het geval geweest. In het huidige tijdsgewricht zijn vaste wisselkoersen niet meer zo gebruikelijk. Maar zwevende koersen hebben op zich weer grote nadelen. Zij kunnen de interne fiscale en monetaire discipline aantasten. Devaluaties zijn verleidelijk als de gevraagde discipline maatschappelijk te hard wordt gevonden. De kans is echter groot dat men daarmee door zelfbedrog in een moeras terecht komt, waarin men des te dieper wegzakt naarmate men zich meer eruit wil wringen.

Discipline

Fiscale en monetaire discipline is een van de kernstukken in het betoog van het IMF. Zonder dat is alles tevergeefs. Het macro-economische beleid verschilt van land tot land, maar het fiscale en monetaire beleid moet sterk genoeg zijn om een stabiel klimaat te scheppen voor een succesvol economisch hervormingsprogramma. Als er twijfel onstaat over de bereidheid van de autoriteiten om een stringent anti-inflatiebeleid te handhaven kunnen er ontwrichtende koersspeculaties ontstaan. Autoriteiten moeten zich volgens het IMF bewust zijn van de rol die verwachtingen in het geheel kunnen spelen.
Landen die een centraal geleide economie hebben gehad moeten nieuwe fiscale en monetaire instituties scheppen. Zij moeten ook mechanismen scheppen die vraag en aanbod kunnen sturen op basis van prijzen, lonen en rente. Dat maakt een indirecte economische sturing mogelijk, wat volgens het IMF effectiever is dan directe sturing door allerlei overheidsmaatregelen. Begrotingsbeleid, in het bijzonder het elimineren van financieringstekorten, speelt daarin een zeer belangrijke rol. Prijsverstorende subsidies moeten worden afgeschaft en er moet een einde komen aan de automatische verliescompensatie van niet rendabele staatsbedrijven. Er moet een nieuw belastingsysteem komen dat zodanig moet zijn dat de fiscale inkomsten automatisch meegroeien met economische groei. Verder moet het begrotingsbeleid investeringen stimuleren die de internationale concurrentiepositie van het bedrijfsleven kunnen versterken. De centrale bank moet zodanig worden opgetuigd dat hij door middel van rentebeleid en andere monetaire beleidsinstrumenten de economie indirect kan stabiliseren. Als er teveel geld in omloop is kan dat worden opgezogen door het vrijgeven van de prijzen en door de verkoop van staatsbezit, niet alleen staatsbedrijven, maar bij voorbeeld ook woningen in staatsbezit. Ook het rentebeleid kan overmatige geldhoeveelheid verminderen.

Marktprijzen

De vierde voorwaarde is een bedrijfsleven dat in staat is te reageren op marktprijzen. De hervorming van het prijsbeleid moet zodanig zijn dat prijzen de juiste weerspiegeling vormen van schaarsteverhoudingen. Als binnenlandse prijzen overeenkomen met wereldmarktprijzen, dan dwingt import het bedrijfsleven tot grotere efficientie en worden monopolieposities effectief aangetast. Dat kan investeerders ertoe brengen te investeren in sectoren waar het land zijn grootste competitieve voordelen heeft. Als er geen incentives zijn voor burgers en bedrijfsleven om op prijssignalen te reageren, dan zal het systeem van marktprijzen nooit goed functioneren, aldus het IMF, en dan zal het elimineren van wisselkoersrestricties en handelsbeperkingen niet leiden tot efficiente produktie en investeringen. Een belangrijk resultaat van succesvolle hervormingen is dat onevenwichtigheden zichtbaar worden, zo stelt het IMF. In centraal geleide economieen werden signalen altijd versluierd. Een stringent begrotingsbeleid is daarom een van de belangrijkste voorwaarden om tot convertibiliteit te komen.
Hoe snel een land tot convertibiliteit over kan gaan, hangt sterk af van de snelheid waarmee de voorwaarden daartoe geschapen kunnen worden. Polen is een voorbeeld van snel handelen. Op 1 januari 1990 startte Polen een vergaand hervormingsprogramma met stringente fiscale en monetaire maatregelen, prijsliberalisatie, renteverhoging, een forse devaluatie van de zloty, een sterke vermindering van de verliescompensatie voor onrendabele staatsbedrijven, liberalisatie van het ondernemimngsmanagement, terwijl de zloty praktisch volledig inwisselbaar werd gemaakt voor bijna alle goederentransacties met het buitenland. De meeste kwantitatieve importrestricties werden opgeheven en er werd een samenhangend systeem van invoertarieven geschapen. Verder werd het burgers mogelijk gemaakt om banksaldi in buitenlandse valuta aan te houden. Joegoslavie heeft ook een versneld liberaliseringsbeleid gevoerd. Maar dat voorbeeld is door de burgeroorlog voorlopig irrelevant geworden.
De voorbeelden van Polen en Joegoslavie tonen echter wel aan, aldus het IMF, dat een liberaal prijsbeleid en sterke stimuli voor het bedrijfsleven om op het prijsmechanisme te reageren belangrijk middelen zijn geweest om in betrekkelijk korte tijd de voorwaarden te scheppen voor convertabiliteit. Daarmee zijn ook belangrijke voorwaarden geschapen voor institutionele veranderingen en andere structurele hervormingen.

Door Jan Salomons

– De zwarte wisselmarkt uit de hoogtijdagen van de staatsgeleide economie had toch ook zo z’n voordelen, constateert het IMF.