“Het Hof vindt unaniem dat de omstandigheden niet van dien aard zijn dat voorlopige maatregelen getroffen moeten worden” , aldus de voorzitter van het Hof, Sir Robert Yewdall Jennings. Volgens Jennings heeft Denemarken het Internationale Gerechtshof verzekerd dat voor eind 1994 geen werkzaamheden worden verricht aan de brug over het oostelijk kanaal van de Grote Belt die het scheepvaarverkeer kunnen belemmeren. Voor het westelijk deel (dat weer te ondiep is voor grote zeeschepen) is een tunnel gepland.
Finland was naar het Internationale Gerechtshof gestapt omdat het meent ernstig gedupeerd te worden door de bouw van deze brug tussen de eilanden Seeland en Sprogo. De Grote Belt is een van de drie waterwegen die de Baltische Zee met het Kattegat en daarmee de Noordzee verbindt. Met de brug zou de doorgang van het scheepvaartverkeer, met name van in Finland gebouwde olieplatforms en booreilanden naar olievelden, ernstig worden bemoeilijkt.
In het Deense project gaat het om een 65 meter hoge brug. Volgens de Finse autoriteiten heeft Denemarken niet het recht eenzijdig zo’n brug aan te leggen die het onmogelijk maakt dat vaartuigen, die 65 meter of hoger zijn, de zeestraat passeren. “Maar wij zijn niet teleurgesteld over de uitspraak” , zei de Finse vertegenwoordiger Tom Gronberg van het ministerie van buitenlandse zaken.

Onderhandelingen

“Het Hof stelt ook dat de Denen niets mogen doen dat de vrije vaart door de Grote Belt kan hinderen en roept de politici op onderhandelingen te beginnen. Ik verwacht dat dit snel zal gebeuren. Finland staat in elk geval open voor elke oplossing. Dat kan het beweegbaar maken van een deel van de brug zijn maar ook het verdiepen van de zeestraat of een ander technisch alternatief” , aldus Gronberg.
Wanneer het Internationaal Gerechtshof een definitief besluit neemt over de Deense brug, mocht de kwestie ook na onderhandelingen bij het Hof worden aangehouden, is niet bekend. Waarnemers vermoeden dat zo’n besluit in elk geval niet voor eind 1994 valt te verwachten.