Bouw: “Je moet kunnen concurreren. Wij hopen over drie, vier jaar zover te zijn” . En in het jaarverslag staat: “Met de toenemende liberalisatie in de internationale luchtvaart werd het gevecht om behoud en uitbreiding van marktaandelen intensiever” . Het is natuurlijk eenvoudig om te stellen, dat de KLM sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog al enkele ernstige crises heeft beleefd en overwonnen. Het probleem is thans echter dat de methoden die destijds met succes zijn gebruikt, thans wellicht niet meer het fiat van de Europese Commissie in Brussel krijgen. Wie de ontwikkelingen in het Amerikaanse luchtvaartbedrijf volgt, weet dat zelfs oude, wereldberoemde namen – denk hier aan Eastern Airlines en Pan Am – het loodje kunnen leggen. Het verschil tussen deze Amerikaanse carriers en de KLM is echter dat bij laatstgenoemd bedrijf de vermogensverhoudingen nog zodanig zijn dat het kan blijven investeren. Het grote probleem van de KLM is natuurlijk een te grote afhankelijkheid van de Transatlantische routes met als gevolg een vrijwel niet aanvaardbaar dollarrisico. Bouw zei bovendien te vrezen voor een felle concurrentiestrijd op de Noordatlantische routes. Bovendien wees hij op het valutarisico. De koers van de US dollar was aan het begin en einde van het boekjaar 1990/91 weliswaar gelijk maar daar tussenin vielen grote schommelingen te constateren, – de dollar staat thans op circa fl 2, maar noteerde op 31 maart fl 1,93 en medio februari fl 1,6374!. Andere aanwijzingen voor de tegenwind: de bedrijfskosten zijn in 1990/91 met 1 procent gestegen, terwijl de bedrijfslasten met 11 procent toenamen. Gerekend in guldens namen de brandstofkosten met 15 procent toe. Als een van de lokale problemen noemde Bouw de kostenontwikkeling op Schiphol. “Het feit, dat de kosten in enkele jaren met 20 a 25 procent zijn gestegen, geeft zorgen.” In het licht van deze onzekere situatie is het begrijpelijk dat de KLM geen prognose voor 1991/92 wil geven. “Daarvoor zijn er teveel onzekere factoren, zoals het tempo van herstel van de vervoersvraag, de ontwikkelingen met betrekking tot de belangrijkste valuta, de brandstofprijzen en de kosten als gevolg van de problemen in de luchtverkeersgeleiding. Wij zullen de voorwaarden scheppen voor herstel van een rendement dat de KLM de basis voor een gezonde toekomst verschaft” , aldus het verslag tenslotte. . Prognoses . De KLM waagt zich dus niet aan een prognose voor 1991/92. Gelijk hebben ze! Veel andere ondernemingen lopen wat die prognoses betreft als katten om de hete brij. Voor zover zij veel transacties met Amerikaanse of Japanse klanten doen, hebben ze uiteraard ook gelijk! Ik kan mij bij voorbeeld voorstellen, dat Nedlloyd en Pakhoed zeggen: ‘We kijken wel uit’. Een de wereld omspanned concern als de Koninklijke Shellgroep gebruikt in haar verslag slechts op een plaats het woord vooruitzichten; dat is bij het hoofdstuk financiering, investeringen en opsporingskosten. Niettemin geeft het op 14 maart 1991 gedateerde verslag 1990 voor de goede verstaander een duidelijk beeld van de verwachtingen voor 1991. Dat zijn ‘investor relations’ op hun best. Maar voor het overige zou in sommige gevallen iets meer moed deugd doen. Het moet toch vooral voor ondernemingen die uitsluitend of vrijwel uitsluitend op de binnenlandse markt opereren, mogelijk zijn in samenwerking met de externe accountants verantwoorde prognoses op te stellen – prognosos die in elk geval een redelijk inzicht bieden in de verwachtingen voor de laatste zes maanden van het jaar. Over de eerste zes maanden van 1992 spreek ik dan nog niet eens. Daaraan wagen sommige Amerikaanse ondernemingen zich echter wel en soms blijken die prognoses zelfs nog redelijk betrouwbaar ook. Waarom brengt de gemiddelde Nederlandse top-manager die moed niet op? Is hij een angsthaas of mist hij kwaliteiten? Of ziet hij ‘teveel levensbedreigend buitenland’? . Bankwezen . Het vertrouwen in het internationale bankwezen heeft een dreun van niet geringe kracht moeten incasseren. Doordat de BCCI, de Bank of Credit and Commerce International als gevolg van gepleegde onregelmatigheden haar betalingen heeft moeten staken, is een politiek schandaal van bijna ongekende afmetingen ontstaan. Die BCCI zat in alle werelddelen in een groot aantal landen, zodat veel bona fide en louche zakenlieden alsmede particuliere spaarders in de penarie zitten. Het Amsterdamse kantoor van de BCCI is gesloten en de klanten zullen, voor zover het particulieren, verenigingen en stichtingen betreft, kunnen profiteren van de officiele collectieve garantieregeling, waardoor zij per klant maximaal flt40.000 kunnen terugkrijgen. De overige klanten kunnen voorlopig naar hun geld fluiten. Politiek Londen heeft dezer dagen zijn deel van het ontstane internationale tumult te verwerken gekregen. Niel Kinnock, leider van de Labouroppositie, beschuldigde premier John Major van grove nalatigheid in de behandeling van deze affaire. Robin Leigh-Pemberton, gouverneur van de Bank of Engeland, kon echter verklaren, dat premier Major pas van de financiele problemen van de bank op de hoogte werd gebracht na de publicatie van het rapport van de accountants van Price Waterhouse, eind juni van dit jaar. Leigh-Pemberton heeft wel verteld premier Major in oktober 1990 te hebben medegedeeld, dat het Engelse BCCI-bedrijf gezond en wel was. Maar ook zei hij: “Alle ministers van financien, waaronder ik gediend heb, waren zich ervan bewust dat BCCI moeilijkheden zou kunnen veroorzaken. Ik heb hen allen de verzekering gegeven dat ik ze zou informeren als zich onregelmatigheden voordeden die problemen en onaangenaamheden zouden kunnen veroorzaken” . De BCCI is ten ondergegaan aan het witwassen van drugsgeld en het verstrekken van leningen aan uiterst dubieuze figuren in de internationale scene. De tragische ontwikkelingen bij BCCI geven aanleiding tot het stellen van de vraag in hoeverre het toezicht op het bankwezen in landen als de Verenigde Staten voldoende is. De Nederlandsche Bank is er na enige exercities – denk aan de affaire rond de Tilburgsche Hypotheekbank – als de kippen bij om banken die verdacht worden van onregelmatigheden, aan te pakken. Denk hier alleen aan de Amsterdamse American Bank. In de VS is echter in het bankwezen een grote crisis ontstaan doordat veel banken bij de kredietverstrekking veel te lichtvaardig zijn geweest. Op het gebied van woninghypotheken en dergelijke zijn grote verliezen geleden. Bovendien zijn veel te grote leningen verstrekt aan derde wereldlanden en aan amenwerking

iteuren van twijfelachtig allooi. Thans moeten daarvoor exceptioneel grote voorzieningen worden getroffen. Een ander gevolg van deze crisis is dat veel Amerikaanse banken de handen ineenslaan en fuseren. Denk hier aan de Chemical Bank en Manufacturers Hanover en aan NCBC Corp. en aan C&S/Sovran Corp. Citicorp blijft de grootste bank der VS, gevolgd door Chemical Banking, de nieuwe naam van Chemical Bank+Manufacurers Hanover. Op de derde plaats komt dan de NationsBank, de nieuwe naam van NCNB+C&C/Sovran. Zeer recent is het nieuws dat de First Chicago Bank 1000 medewerkers zal ontslaan in de sfeer van haar global banking operaties. First Chicago gaat zich concentreren op haar winstgevendste bedrijfsonderdelen, waartoe onder meer de credit card divisie behoort. . Koeriersdiensten . De Europese koeriersdiensten hebben het op het ogenblik niet gemakkelijk, schrijft de Financial Times. Door de oorlog en recessie is de groei uit deze diensten, terwijl de vooruitzichten op korte termijn somber zijn. De PTT-monopolies lopen echter op hun laatste benen en daardoor is het niet onmogelijk, dat de koeriersdiensten zich op dezelfde wijze zullen ontwikkelen als in de Verenigde Staten. Op het ogenblik blijven de inkomsten van de koeriersdiensten echter achter bij de verwachtingen, terwijl de kosten stijgen en de concurrentie steeds feller wordt. DHL en TNT beweren dat hun operaties in Europa nog geen verlies opleveren. TNT zegt echter dat Europa nog maar net winstgevend is. Federal Express lijdt echter verlies en UPS, die eerst recent begonnen is met acquisities buiten de VS, lijdt eveneens verlies, maar niet zoveel als eerst gevreesd werd. UPS hoopt het break-even point in 1994 te bereiken. Het slechtste wereldwijde resultaat is onlangs bekendgemaakt door TNT: een verlies van Aus.$89 miljoen voor de periode van negen maanden per 31 maart 1991. De koers van het aandeel TNT is getroffen door de zware schuldenlast, een slechte gang van zaken en negatieve ontwikkelingen op de markt voor vliegtuig- leasing. Bij TNT zijn tot dusverre 300 mensen ontslagen.