Het gaat om de bouw van een grote sleephopperzuiger voor de havenautoriteiten van de Deense stad Esbjerg. Zes Europese werven proberen die order in de wacht te slepen, twee in Denemarken zelf, twee in het Verenigd Koninkrijk en twee in Nederland.
De Deense overheid heeft in mei van dit jaar de EG-commissie gevraagd om te onderzoeken of de naar de order dingende werven voldoen aan de Europese concurrentieregels. Omdat de Denen zelf geen subsidie op de order zullen geven, willen ze zeker weten dat de overheden van het Verenigd Koninkrijk en Nederland dit ook niet zullen doen. De Commissie heeft daarna de Deense, Britse en Nederlandse regeringen officieel gevraagd of ze van plan waren dit scheepsbouwproject financieel te steunen.
Het Deense antwoord was heel helder. We zijn niet van plan om direct of indirect financiele steun te verlenen, zo luidde het antwoord uit Kopenhagen. Ook het antwoord uit Londen was duidelijk. Het luidde dat de Britse regering geen steun zou geven, noch kredietfaciliteiten zou verstrekken maar dat ze de zaak opnieuw zou bekijken als er geinteresseerden van buiten de Gemeenschap op het toneel mochten verschijnen.
Het antwoord dat uit Den Haag kwam, bevredigt de Europese Commissie niet. Volgens Brussel vroegen de Nederlandse autoriteiten de EG- commissie om na te gaan of een Nederlandse werf wellicht van Deense belastingmaatregelen kon genieten. Maar ze zweeg in alle talen over haar eventuele voornemen om steun te geven.
Omdat de Commissie een duidelijk antwoord wil van de Nederlandse autoriteiten, is ze nu een onderzoek begonnen. Ze stipt aan dat als er geen concurrenten van buiten de Gemeenschap opdagen om de order in de wacht te slepen, er geen financiele hulp kan worden toegestaan.