De nieuwe Duitse verpakkingsvoorschriften zijn formeel alleen geldig op het grondgebied van de Bondsrepubliek. Maar iedere Duitse importeur en handelaar in buitenlandse produkten moet rekening houden met de verpakkingen die hem door zijn leveranciers worden aangereikt. Hij moet met die verpakkingen omgaan volgens de Duitse wet, ook al komen ze uit een ander land. Hij zal dus zijn leveranciers vragen of zelfs verplichten om die verpakkingen zodanig te construeren dat ze aan de eisen van de Duitse wetgeving voldoen. Zou hij dat niet doen, dan snijdt hij zichzelf in de vingers.
En je mag veronderstellen dat geen Duitse importeur bereid zal zijn vanwege z’n relatie met de buitenlandse exporteur zich problemen op de hals te halen bij de Duitse regering. De conclusie is dan ook: de Duitse verpakkingsvoorschriften zijn van grote invloed op het Nederlandse verpakkingsmanagement. Dat zal zich aan de Duitse regels moeten houden. Omdat het veel verpakkende verladers een lief ding waard zal zijn, wanneer ze niet voor elk afzonderlijk land een aparte verpakkingsstrategie moeten volgen, zullen de Duitse regels daarom ongetwijfeld maatstaf worden voor alle Europese verpakkende industrieen.

Principe

De regering van de Bondsrepubliek bepaalt in de nieuwe Verpackungsverordnung dat fabrikanten en handelaren in principe verplicht zijn zelf transportverpakkingen (pallets, vaten, omdozen en de wikkels en omsnoeringsmaterialen ervan) terug te nemen. Ditzelfde geldt voor verkoopverpakkingen: dozen, flessen, trays, emmers et cetera die door de consument gebruikt worden om het produkt mee naar huis te nemen en om het daar te bewaren totdat het produkt verbruikt is. Ook aparte omverpakkingen zoals presentatiedozen en winkelstandaards vallen onder het terugnameprincipe van de verordening. Maar doordat er sprake is van een principe, is de mogelijkheid geopend de terugname door anderen dan de producent- of leverancier-zelf te laten verzorgen.
De terugnameplicht eindigt overigens niet bij het pure inzamelen van verpakkingen. De fabrikant en of handelaar moet er ook voor zorgen dat het ingezamelde produkt opnieuw gebruikt wordt. Is hergebruik niet mogelijk, dan moet de ‘eigenaar’ van de verpakking er voor zorgen dat het materiaal op een milieuvriendelijke manier wordt gerecycled. Het teruggenomen verpakkingsmateriaal mag onder geen beding gedeponeerd worden op de vuilnisbelt of verbrand worden. De Duitse wetgever vindt dat er geen verpakkingsafval bestaat dat voor zo’n behandeling in aanmerking komt. “Verpakkingen zijn opnieuw te gebruiken of het materiaal kan worden gerecycled” , zegt de Duitse milieuminister dr Klaus Toepfer. “Wanneer dat niet het geval is, kan er geen sprake van zijn dat zo’n verpakking in Duitsland toegelaten wordt” .

Problemen

En daar zit ‘m nou de kneep. Hoe kunnen Nederlandse verpakkende verladers er voor zorgen dat hun produkten in Duitsland toegelaten blijven worden, zonder problemen te krijgen met de verpakkingen? De Duitse advocaat dr York Strothmann is gespecialiseerd in dit soort zaken. Deze in Keulen gevestigde ‘Rechtsanwalt’ (van het kantoor Gaedertz, Vieregge en Quack) kent veel Nederlandse exporteurs en behartigt vaak hun belangen.
Hij zegt: “De Verpackungsverordnung opent de mogelijkheid dat fabrikant en handelaar niet zelf de terugnameverplichtingen nakomen, maar daarvoor derden inschakelen. Die mogelijkheid wordt ook aan de Nederlandse leverancier geboden.” Maar aan deze mogelijkheid is wel de verplichting verbonden dat de betreffende leverancier lid wordt van zo’n derden- organisatie die voor de inname en de verwerking zorgt van het verpakkingsmateriaal.
Wat staat de nietsvermoedende Nederlandse leverancier nu te wachten, iljoen

neer hij na 1 oktober aanstaande goederen levert aan zijn vaste Duitse afnemer en die afnemer vervolgens de transportverpakkingen niet aan hem kwijt kan? Strothmann: “De Duitse handelaar moet de transportverpakkingen terugnemen van de winkels en van de fabrikanten aan wie hij de uit Nederland afkomstige goederen heeft geleverd. Doet ‘ie dat niet, dan wordt hem een geldboete opgelegd. De overheid kan hem ook door het opleggen van een dwangsom er toe dwingen het materiaal terug te nemen.
Ten slotte kunnen ook concurrenten of consumentenorganisaties een procedure tegen hem beginnen, wanneer hij z’n verpakkingsmateriaal niet terugneemt. De Duitse ondernemers zullen er dus wel voor waken om het verpakkingsmateriaal bij hun afnemers achter te laten. Maar zij willen het ook niet zelf behouden en zullen het dus weer doorschuiven naar hun leverancier.”

Conflicten

De leverende Nederlandse exporteur kan vanwege de Duitse wetgever geen boete opgelegd krijgen wanneer hij het verpakkingsmateriaal niet terugneemt, noch een dwangsom. Maar volgens Strothmann moet hij er wel rekening mee houden dat zijn Duitse afnemer geen zaken meer met hem wil doen, wanneer hij niet bereid is mee te werken aan de oplossing van het probleem waar de Duitser voor staat.
De advocaat ziet wel enkele mogelijkheden om conflicten tussen Nederlandse en Duitse handelsrelaties over verpakkingen te vermijden. Om te beginnen zijn er contractuele afspraken mogelijk tussen beide partners. Wanneer bij voorbeeld de Duitse afnemer bereid is alle gevolgen van de Verpackungsverordnung te dragen en dat wordt in hun beider leveringscontract vastgelegd, hoeft de Nederlandse leverancier zich geen zorgen te maken. Hij moet er alleen wel voor zorgen dat het door hem gebruikte verpakkingsmateriaal goed te recyclen is of opnieuw kan worden gebruikt.
Strothmann: “In geval van goed te recyclen materiaal zal zo’n contract zin hebben, hoewel betwijfeld moet worden of de Duitse handel dit echt zal willen. Maar het wordt een probleem wanneer we verpakkingen hebben die gemakkelijk opnieuw gebruikt kunnen worden. Want de Duitse handelaar heeft niets aan die lege transportverpakkingen. Ze zijn alleen te gebruiken op het traject tussen zijn leverancier en hem. Dus zal hij die verpakkingen willen retourneren.”
Geen contract dus voor dergelijk materiaal. Wat dan wel? De Keulse deskundige: “Je kunt als Nederlandse verlader een contract afsluiten met een derde, bij voorbeeld een in afvalverwerking gespecialiseerd bedrijf. Je kunt met dat bedrijf overeen komen dat hij het Nederlandse verpakkingsafval weghaalt bij de Duitse ontvanger en het verwerkt. Maar ook dan moet je er als Nederlandse leverancier wel voor zorgen dat het afval betreft dat goed gerecycled kan worden. Contractueel kun je dan afdwingen dat jouw materiaal niet naar Nederland wordt teruggestuurd. Dan ben je in ieder geval van dat probleem af.”

Clausule

Strothmann ziet het niet zitten dat Nederlandse leveranciers in hun algemene leveringsvoorwaarden een clausule opnemen die de afnemer verplicht om voor de verpakkingen te zorgen. “Dat zal strijdig blijken te zijn met de Duitse wetgeving” , zegt hij. Wat naar zijn mening misschien wel mogelijk is, betreft het opnemen van een aparte clausule in ieder afzonderlijk leveringscontract. Die clausule moet dan tot strekking hebben dat niet de Duitse wet op deze levering van toepassing is, maar de Nederlandse.
“Op die manier kan de afnemer tegenover de Duitse overheid aannemelijk maken dat hij verantwoordelijk is voor het verpakkingsmateriaal.” Waaruit blijkt dat de kern van het hele verhaal de ketenaansprakelijkheid is: de Duitse overheid stelt degene aansprakelijk die in de totale logistieke keten begonnen is met het verpakken van dit ene produkt. En alleen wanneer die verpakkende verlader er in slaagt zijn verantwoordelijkheid over te dragen aan een derde, is de Duitse overheid bereid niet verder in de keten af te dalen dan tot die aansprakelijke derde.
Zoals gezegd kan de Nederlandse verlader ook anderen dan z’n afnemer tot derde partij bombarderen. De Duitsers hebben daarvoor een aparte mogelijkheid in het leven geroepen: het inmiddels tot stand gekomen inname- en verwerkingssysteem. Daartoe is het ‘Duale System Deutschland zur Abfallvermeidung und -verminderung’ (DSD) ingesteld. Het DSD is een initiatief van ‘milieubewuste ondernemers’ zoals ze het zelf zeggen. Het is voortgekomen uit overleg van 95 ondernemers die daarover consensus hebben bereikt. Deze ondernemers zijn afkomstig uit de verpakkende industrie, de verpakkingsindustrie en hun toeleveranciers. Inmiddels hebben zich ruim 400 geestverwanten bij het DSD aangesloten. Samen exploiteren zij de firma ‘Duales System Deutschland GmbH’. De werkwijze van deze organisatie en de manier waarop Nederlandse bedrijven er lid van kunnen worden, is uiteengezet in het kader.

Branches

Voor het innemen en verwerken van glas, blik, karton en kartonlaminaat, alsmede van kunststof hebben de afzonderlijke brancheverenigingen een oplossing bedacht. Nederlandse leveranciers en gebruikers van dat verpakkingsmateriaal kunnen zich voor informatie inzake het doen terugnemen ervan, wenden tot hun Duitse zusterbrancheorganisaties.
Overigens zijn de Nederlandse brancheverenigingen niet zo maar van plan om zich bij de Duitse wetgeving neer te leggen. Woordvoerder Braakman van Van Leer’s verpakkingsindustrie (R&D Division) uit Mijdrecht heeft al laten weten dat hij in de Stichting Verpakking & Milieu, waarin hij deelneemt namens de Nederlandse verpakkingsindustrie, uitdrukkelijk aan de orde zal stellen dat de Duitsers niet moeten proberen hun wil aan Nederlanders en andere buitenlandse toeleveranciers op te leggen. Hij zal in ieder geval de Nederlandse minister van economische zaken vragen te proberen in Europees verband het Duitse initiatief terug te draaien. Maar advocaat Strothmann geeft hem weinig kans.

Door Jan van

– In Duitsland moeten transportverpakkingen zoals vaten en drums na gebruik schoongemaakt en hergebruikt worden. Voor verpakkingen van gevaarlijke stoffen wordt voorlopig een uitzondering gemaakt. Detailinformatie hierover is verkrijgbaar bij de organisatie DSD GmbH in Bonn. .

– Pallets worden in Duitsland niet beschouwd als een transportmiddel maar als een verpakking. Ze moeten daarom aan het eind van de logistieke keten verzameld worden en teruggestuurd worden naar de leverancier. Ook mogen ze op milieu- vriendelijke wijze gerecycled worden. Verbranden en deponeren op de vuilnisbelt is uit den boze. .

. – Karton en papier komt volgens de Duitse Verpackungsverordnung in aanmerking voor hergebruik dan wel voor recycling. Leveranciers en degenen die de omdoos als eerste gebruiken, moeten daar rekening mee houden: in materiaalkeuze, in de wijze van bedrukking van het materiaal, het (niet) voeren van eenmalige opschriften en ze moeten vooraf bepalen of ze de doos zelf inzamelen of laten inzamelen door derden aan het eind van z’n levenscyclus. Wanneer deze zaken vooraf aangemeld zijn bij DSD GmbH, kan de doos voorzien worden van de Groene Stip.