De aandeelhouders stemden in grote meerderheid tegen de stukken omdat de raad van commissarissen zetels zou moeten vrijmaken voor enkele commissarissen uit de kring van grootaandeelhouder Torstein Hagen, en liefst ook voor Hagen zelf.
De raad van commissarissen heeft tot dusver geweigerd aan dit verzoek te voldoen. Wel herhaalt de raad in zijn verklaring van gisteren het aanbod om de raad uit te breiden tot negen zetels. Op de extra zetel zou dan een voor zowel Hagen als Nedlloyd aanvaardbare commissaris kunnen plaatsnemen. Hagen zelf kan het in elk geval niet worden, want Nedlloyd gelooft niet dat met de Noor collegiaal valt samen te werken. Over dit voorstel wordt ‘op korte termijn’ overleg geopend met de commissie van aandeelhouders en de centrale ondernemingsraad.
Omdat de aandeelhouders geen inhoudelijke bezwaren tegen de jaarrekening hebben geuit, ziet de raad van commissarissen geen reden om terug te treden. Zoals eerder gemeld ziet de raad van bestuur daartoe evenmin aanleiding. Personele consequenties in de top van het bedrijf worden ‘hoogst onwaarschijnlijk’ genoemd.
Commissarissen en bestuur bezinnen zich nog steeds op een bevredigende oplossing voor de afgekeurde stukken. Het bedrijf zou bij voorbeeld een procedure bij de Amsterdamse Ondernemingskamer kunnen aanspannen. Deze rechter kan misschien de principiele uitspraak worden ontlokt dat op de jaarrekening niets valt aan te merken en dat ze derhalve alsnog als goedgekeurd moet worden beschouwd. Als Nedlloyd daartoe inderdaad besluit, dan heeft het concern er overigens geen haast mee, zo gaf een woordvoerder eerder al te kennen.

Ontslag

Prof. mr. W.J. Slagter, emeritus hoogleraar burgerlijk recht en handelsrecht aan de Erasmus Universiteit, heeft inmiddels in een vraaggesprek met het ANP gezegd van mening te zijn dat alle commissarissen van Nedlloyd hun positie moeten aanbieden.
“Het is de taak van de commissarissen maatregelen te nemen als er geen vertrouwen meer blijkt te zijn in het bestuur. Welnu, dat hebben ze niet gedaan. Dus moeten ze opstappen.”
Slagter adviseert de ontevreden aandeelhouders naar de Ondernemingskamer te stappen. Op basis van artikel 161 lid 2 (b.w. boek II) kunnen de aandeelhouders een persoon benoemen die namens hen een vordering indient tot tussentijds ontslag van een commissaris van een structuurvennootschap.

Pagina 3:

Directie van Nedlloyd stapelde fout op fout

“Ik acht de kans groot dat de rechter de aandeelhouders gelijk geeft. Het bestuur heeft fout op fout gestapeld, zonder dat de commissarissen ook maar een keer hebben ingegrepen” . Dat is de mening van prof. mr. W.J. Slagter, emeritus hoogleraar burgerlijk recht en handelsrecht aan de Erasmus Universiteit.

Daarmee is de directie van Nedlloyd volgens Slagter echter nog niet verdwenen. Die zou door de nieuwe commissarissen moeten worden ontslagen. Slagter denkt overigens dat de commissarissen het niet zover zullen laten komen. Het is waarschijnlijk dat zij de eer aan zichzelf houden. “Dan hebben ze in ieder geval nog iets in te brengen bij de benoeming van hun opvolgers” .

Fouten

De directie van Nedlloyd heeft volgens Slagter drie belangrijke fouten gemaakt. Eerste punt van kritiek betreft de bedrijfsvoering. “De raad van bestuur voert al jaren een verkeerd management. Ze investeren en acquireren steeds op het verkeerde moment. Het concern draait al jaren slecht en dat nadat er in 1988 een eenmalige afschrijving heeft plaatsgevonden van een miljard.”
Zijn tweede bezwaar richt zich op de houding van de directie ten opzichte van grootaandeelhouder Torstein Hagen. “Ze – directie en commissarissen – hebben Hagen uitermate lomp behandeld. Steeds weer gezegd: we willen niet met u spreken. Terwijl Hagen toch duidelijk blijk heeft gegeven van kennis van de materie.”
Slagters laatste kritiekpunt kan vooral directievoorzitter H. Rootliep zich aanrekenen. Tot op heden is er nog geen vervanger aangesteld voor de vorig jaar vertrokken financieel-directeur drs. R.B. Lenterman. Nu neemt Rootliep die functie waar, hoewel deze twee taken volgens de oud-hoogleraar een te zware belasting vormen. “Zeker bij een groot bedrijf als Nedlloyd is een financieel-directeur onontbeerlijk. Bovendien wordt de invloed van Rootliep binnen de raad van bestuur daarmee naar verhouding te groot.”
Slagter begrijpt uberhaupt niet waarom het bestuur van Nedlloyd zich zo tegen Torstein Hagen verzet. “De eis van Hagen – drie plaatsen binnen de raad van commissarissen – is misschien iets aan de ruime kant. Twee plaatsen, waarvan een voor Hagen en een in overleg, vind ik alleszins acceptabel. Maar zelfs dat willen ze niet.”