Het is voor de Europese marketing director Robert Kelly van het Amerikaanse Federal Express Business Logistics niet te hopen dat zijn bedrijf in de laatste groep terechtkomt. Het zal dan wel de woorden van Kelly moeten waarmaken. Die luiden dat de logistieke bedrijfstak de laatste jaren in haar eigen ‘hype’ is gaan geloven: het trekken van lijntjes op een wereldkaart en zichzelf wijsmaken dat zodoende de basis is gelegd voor internationale logistieke operaties.
“Het spel is uit. Die Europese markt is er volgend jaar en de bedrijven die daar een rol op willen spelen, zullen in de praktijk met de diensten en mogelijkheden moeten komen waar ze tot nu toe alleen over praatten. It’s time to deliver” .
Kelly wees er op de World Express Conference in Amsterdam op dat ondanks de wegvallende grenzen genoeg obstakels overblijven die de levering van die diensten in Europa in de weg staan. Taal, cultuur, gewoonte en niet in de laatste plaats lokale wet- en regelgeving zullen een echt verenigd Europa nog even tegenhouden. “We zullen aan ‘Euro-logistics’ moeten werken. Iedereen die beweert dat dat al is gebeurd, gelooft in zijn eigen ‘hype’.”
Uit onderzoek is gebleken dat bedrijven die zich in de twaalf landen van de EG bezighouden met logistieke operaties, inspelen op de nieuwe situatie door hun activiteiten te centraliseren. Terecht, vindt Kelly, want door ergens in de Benelux, het noorden van Frankrijk of het westen van Duitsland te gaan zitten, kunnen vanuit die positie binnen 24 uur tweehonderd miljoen klanten via weg of spoor worden bereikt en binnen 48 uur de rest in zelfs de verste uithoeken van Europa.
“Ons voorstel is eenvoudig. Centraliseer de logistiek door een centrum te bouwen voor heel Europa. Vermeerder het aantal en type goederen dat je behandelt en voer de veertien nationale centra geleidelijk van de kaart af.”
In de huidige situatie echter wordt nog merendeels van grenzen uitgegaan, in een mengeling van vervoerders en expediteurs die onafhankelijk van elkaar werken en dat zonder een gezamenlijk beleidsperspectief doen, aldus Kelly.
Behalve zo’n perspectief is volgens Kelly ook een nauwe samenwerking tussen dienstverlener en klant noodzakelijk om de kwaliteit van de internationale logistieke service te optimaliseren. “We hebben bij voorbeeld een partnership met Commodore-computers in Noord-Amerika waarin we veel verder gaan dan de normale loods- en transportoperaties. We verzorgen tevens een belangrijk deel van hun klantenservice als een integraal gedeelte van de logistieke service, inclusief reparatie. Dit noemen we ‘supplier integration’ en we geloven dat het een steeds belangrijkere factor in de industrie wordt.”

Kelly denkt dat deze vorm van samenwerking ertoe zal bijdragen dat verladers het voor hen nogal radicale voorstel om de logistieke dienstverlening te centraliseren eerder zullen accepteren. “Die mensen voelen zich misschien heel goed bij hun veertien nationale distributiecentra, zelfs als deze volgens verschillende systemen werken. Je moet ze overhalen om een efficienter logistiek systeem te aanvaarden. Zeker als het erop lijkt dat ze de controle over de voorraad verliezen. Mensen verzetten zich vaak tegen veranderingen. We zullen hun vertrouwen moeten winnen.”