Nederland is tevreden met het slotdocument van de conferentie, zo zegt beleidsmedewerker H. de Jong van het Directoraat-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken. De Jong was tijdens de conferentie woordvoerder van de zogenoemde B-groep, de landen die lid zijn van de OESO.
Omdat het slotdocument geen amendementen op de Code of bevat, maar slechts (juridisch vrijblijvende) richtlijnen, heeft het geen volkenrechtelijke consequenties en hoeven de lidstaten van het verdrag de tekst niet te ratificeren.
Drie van de zes overeengekomen richtlijnen hebben betrekking op het beroemdste artikel van de Code of Conduct, namelijk artikel 2, dat gaat over de eerlijke verdeling van het bilaterale zeetransport over de twee nationale lijnen en lijnen uit derde landen. In de wandeling wordt naar dit artikel verwezen met de bekende formule 40-40-20.
In de eerste richtlijn van het slotdocument wordt nu gesteld, dat een rederij die alleen slots chartert (dus een NVOCC in de oude, beperkte, betekenis van dit woord) ook lid moet kunnen worden van een conference. De tweede richtlijn maakt duidelijk dat wanneer het gaat over zeevervoer, dit ook geldt voor het zeetraject van intermodaal huis-huisvervoer. Ten slotte staat in de derde richtlijn, dat artikel twee ook opgaat voor transhipment en voor het zeevervoer in het traject tussen twee door land ingesloten landen (‘landlocked countries’).
De vierde richtlijn sanctioneert de bestaande praktijk, dat twee landen in bilaterale gesprekken de uitvoering van de conventie in hun onderlinge handelsrelaties nader uitwerken. In de vijfde richtlijn wordt regionale consultatie toegestaan, zodat niet alleen nationale verladersraden in gesprek kunnen gaan met conferences, maar ook overkoepelende organisaties daarvan. Ook hier liep de praktijk al voorop, bij voorbeeld bij de gesprekken tussen conferences en de European Shippers’ Councils.
Tenslotte wordt in een meer algemeen gestelde richtlijn gesteld, dat alle bij artikel 2 van de conventie betrokken partijen, inclusief de overheden, elkaar zouden moeten consulteren, zodra uitvoering van de conventie tot problemen dreigt te leiden.
Militant
De conferentie kwam niet tegemoet aan de belangrijkste wensen van de groep van ontwikkelingslanden, de zogenoemde Groep van 77. Ivoorkust had, als woordvoerder van de Groep, er op aangedrongen dat de Code of Conduct voortaan van toepassing zou zijn op de gehele lijnvaart, dus ook op de onafhankelijke lijnen. Verder drong de Groep aan op een belangrijker rol van de overheden in toepassing van de Code.
De Groep van 77 werd tijdens de conferentie gedomineerd door het meest militante blok, namelijk de Westafrikaanse landen. Deze landen waren ook het sterkst vertegenwoordigd, omdat een groot aantal Aziatische en Latijns-Amerikaanse landen geen afvaardiging naar de conferentie had gestuurd, of zich liet vertegenwoordigen door niet in de lijnvaart gespecialiseerde carrierediplomaten die permanent in Geneve werkzaam zijn.
Veel Westafrikaanse landen beperken de rol van onafhankelijke lijnen bij hun overzeese handel, door verscheping van een groot deel van hun lading voor de conference te reserveren.

Door Chris Kl