Tegelijk meent de SVZ dat in eigen land met het oog op de totstandkoming van de interne EG-markt dringend behoefte is aan enige aanpassingen. Zo zal het zeevervoer van niet-communautaire goederen tussen havens in de Gemeenschap moeten plaatsvinden onder begeleiding van douane- of commerciele documenten. De aangever voor communautair douanevervoer over zee zal aansprakelijk worden gehouden voor de aanzuivering van die documenten. Het systeem op grond waarvan documenten worden aangezuiverd, is echter zeer gebrekkig, aldus de SVZ. Het verdient volgens haar dan ook dringend aanbeveling dit systeem te baseren op toepassing van moderne communicatiemiddelen die een snelle en doelmatige aanzuivering van douanedocumenten mogelijk maken.
Ook een probleem vormen de grote risico’s die douane-aangevers lopen bij het doen van aangiften voor het in het vrije verkeer brengen van goederen in de EG. Weliswaar biedt de betreffende EG-verordening de mogelijkheid op eigen naam, maar voor rekening van een ander, goederen in het vrije verkeer te brengen, maar in Nederland is deze mogelijkheid in de praktijk nog niet geeffectueerd.
Achterstand
Maar ook nationale ontwikkelingen baren de SVZ zorgen, zo maakte directeur drs. H. Welters duidelijk. Nederland loopt in vergelijking met de oeten

ingende landen een achterstand op in infrastructurele voorzieningen. Als ons land niet het gevaar wil lopen verder af te glijden, dan moet het politieke beleid snel worden omgebogen, aldus Welters.
Volgens Welters wordt deze problematiek alom onderkend en is de bereidheid aanwezig de achterstand in te lopen, maar hij stelt dat de grote staatsschuld en het financieringstekort een daadkrachtige aanpak in de weg staan. De SVZ-directeur meent echter dat ‘politiek Den Haag’, bij voorbeeld met betrekking tot de ontwikkeling van de Betuwelijn, financiele middelen moet vinden.
Door dit alles is het werken aan nieuwe, grote toekomstbepalende Rotterdamse projecten uitgebleven. Alleen de presentatie van het plan Delta 2000-8 voor toekomstig gebruik van de Maasvlakte vormt een uitzondering, aldus Welters. De havenondernemingsvereniging juicht dit plan toe, maar wijst er wel op dat succes alleen is verzekerd als de infrastructuur van en naar Rijnmond wordt verbeterd. Het gaat dan onder meer om het doortrekken van autowegen totaan de Maasvlakte en om verdubbeling van de Rotterdam Haven Spoorlijn en aansluiting daarvan op de nog te realiseren Betuwelijn.
De grootte van de groei van de haven is echter niet alleen een politieke, maar ook een eigen Rotterdamse zaak, zo meent Welters. Volgens hem is de mate waarin het Rotterdamse (haven)bedrijfsleven erin slaagt zijn produkt te verbeteren en te vernieuwen van enorme betekenis. Al blijven de ontwikkeling van de wereldeconomie en de mate van economische machtsontplooiing van Europa belangrijke factoren. Verdere spelen concurrentie en buitenlandse vervoerspolitiek een rol in de verdere opgang van de haven.