Dat is de belangrijkste conclusie die de Vereniging van Rotterdamse Cargadoors (VRC) trekt uit de gang van zaken in de branche in het vorige jaar. De VRC schrijft in haar onlangs verschenen jaarverslag, dat alle partijen betrokken bij het vervoer van goederen over zee, worden gedwongen met uiterst kleine winstmarges te werken. “Het lijkt erop dat nog maar een partij prijsstijgingen kan velen, en dat is dan de lading. Deze boodschap is moeilijk te verkopen, maar toch zal juist de lading zich moeten realiseren dat zij gebaat is bij financieel gezonde vervoerders. Gezonde zeevervoerders hebben goede agenten nodig en goede agenten kunnen eerst dan goed functioneren, wanneer zij zich verzekerd weten van een adequate beloning voor hun diensten” , aldus de VRC.
De cargadoors krijgen hun commissie van de reders als een percentage van de zeevracht. Steeds meer lijnvaartrederijen passen hun vrachten echter niet meer aan door middel van een algemene tariefsverhoging, maar door middel van allerlei toeslagen. De VRC vindt dit een slechte zaak, omdat de toeslagen geen invloed hebben op de cargadoorscommissie. De inkomsten van de cargadoor blijven dus gelijk of lopen zelfs terug, hoewel de reder wel verwacht dat hij even veel, en liefst meer, lading acquireert.
De VRC pleit ervoor dat grote cargadoors het voortouw nemen bij verdergaande automatisering en EDI-projecten. Hiervan kunnen ook de kleinere bedrijven profiteren, ‘omdat de spin- off van dergelijke projecten positief uitwerkt voor de Rotterdamse haven als geheel’.

Kwaliteit
Verder wil de VRC een stimulerende rol spelen, waar het gaat om certificering van cargadoorsbedrijven. Begin dit jaar heeft de vereniging al, in samenwerking met Bureau Veritas, een Voorbeeld Kwaliteitshandboek voor de Cargadoor uitgegeven. Dit jaar zal een aantal initiatieven worden genomen om VRC-leden te stimuleren een kwaliteits-certificaat aan te vragen. Inmiddels is ook de Cargadoors Kwaliteit Club opgericht, waar kwaliteitscoordinatoren van de verschillende bedrijven met elkaar van gedachten kunnen wisselen. Ook is met Bureau Veritas afgesproken, dat VRC-leden korting krijgen, wanneer zij tot certificering over gaan en dat voor kleine cargadoors een ‘semi-klassikale’ aanpak mogelijk wordt.
De VRC schrijft in het jaarverslag te hopen, dat minister Maij-Weggen terugkomt op haar voornemen, om alleen de Nationale Havenraad te accepteren als gesprekspartner, wanneer het gaat om problemen bij de loodsdiensten. Eerder had de minister nog toegezegd, dat ook de reders- en cargadoorsorganisaties gehoord zouden worden.
Tenslotte kondigt de VRC aan, dat binnenkort de eerste contacten worden gelegd met regionale cargadoorsorganisaties in Nederland. De Rotterdamse organisatie zit al wel regelmatig rond de tafel met de Vakgroep Cargadoors van de Amsterdamse Scheepvaart Vereniging Noord, maar tot nu toe is er nog geen sprake geweest van een landelijk overlegplatform. Er is nu besloten, dat VRC en de Vakgroep Cargadoors van de SVN een maal per jaar vergaderen met de besturen van de Maritieme Verneniging Terneuzen, de Cargadoorsvereniging Vlissingen en de Vereniging van Noord Nederlandse Scheepvaartkantoren.
Onder het kopje ‘Vooruitblik’ schrijft de VRC dat er een gezamenlijke inspanning nodig is om de haven van Rotterdam aantrekkelijk te laten blijven. “Recentelijk is bekend geworden dat enkele ladingpakketten de Rotterdamse haven zullen verlaten, of dat reeds hebben gedaan ten faveure van concurrerende havens. Het gaat daarbij om zowel massagoed als containers en neo-bulk stukgoed. Rotterdam moet zeer goed op zijn zaak letten en deze zorgwekkende tendens zien te keren. (…) Gezamenlijk zal gewerkt moeten worden aan concurrerende prijzen, optimale dienstverlening aan reder en lading en goede lokaties met voldoende ruimte, ook voor de toekomst” , aldus de VRC.