De verladers stellen steeds zwaardere eisen aan hun vervoerders. Volgens Van den Akker is daar op zich niets op tegen. “Maar het gevaar dreigt dat zekere vormen van technisch hobbyisme alleen worden toegepast in een beperkt aantal transportondernemingen.” Deze kunnen zich hierdoor profileren ten koste van hun concurrenten.
Hij waarschuwde voor een ontwikkeling waarbij het verschil tussen bedrijven met het hoogste en vervoerders met het laagste veiligheidsniveau wordt vergroot in plaats van verkleind. De vervoerders snijden zich dan in zijn visie in eigen vingers: door verladers gedicteerde tariefstellingen en schaalvergrotingen zijn de gevolgen.
Maar ook de houding van de overheid tegenover gevaarlijke stoffen is aan verbetering toe. “Op het gebied van veiligheidsbeleid mag de overheid best nog eens de hand in eigen boezem steken.” Van den Akker bepleit een betere controle van de huidige voorschriften. “Democratisch tot stand gekomen regels moeten zonder meer worden nageleefd. Degenen die deze niet zo nauw nemen moeten worden opgespoord en bestraft.”

Verantwoordelijk
De adviseur bij de afdeling Gevaarlijke Stoffen van het ministerie van Verkeer en Waterstaat, drs. J. Bloem, herinnerde hierop de aanwezigen eraan dat verladers en vervoerders samen de verantwoordelijkheid van het transport van gevaarlijke stoffen moeten dragen.
“Zij kunnen zich niet verschuilen achter de ander. Een verlader hoeft niet aan te komen met ‘het is strijdig met de regels, maar de vervoerder vindt het goed’. Artikel 9 van de Wet Gevaarlijke Stoffen stelt duidelijk dat het hoofd van de onderneming zich moet houden aan de regels.”

Regeling
In de EG lijkt de discussie al iets verder te gaan. Er is een regeling in voorbereiding die voorschrijft dat iedereen die met gevaarlijke stoffen omgaat gekwalificeerd moet zijn. “Elk bedrijf moet een persoon aanwijzen die verantwoordelijk is voor het aanbieden of aannemen van de stoffen.”
Volgens Bloem moet dit voor Nederlandse bedrijven niet veel problemen opleveren, aangezien het hoofd van elk bedrijf al verantwoordelijkheid draagt. Net als bij een onlangs gehouden congres van Koninklijk Nederlands Vervoer in Eindhoven over schone motoren, lieten de wegvervoerders gisteren in Rotterdam en masse verstek gaan. Onder de 48 deelnemers waren slechts een handvol transporteurs (onder meer Sealand, Nedlloyd Lijnen, Vervoercentrum Arnhem en de NS). Het merendeel van de aanwezigen hoorde tot de verladerskant van de vervoerketen, zoals Esso, DSM, Dow Europe, Shell, Texaco, Akzo, Basf en Hoechst.