Die toegevoegde waarde van de Antwerpse haven nam in 1988 en 1989 met telkens bijna een kwart toe, wat anderhalf keer zo veel was als de BBP-groei, die op zich toch ook al opmerkelijk hoog was. Dat is een van de vele conclusies van een gisteren vrijgegeven studie, die door de afdeling Antwerpen van de Nationale Bank van Belgie gemaakt is in opdracht van havenschepen J. Devroe.
De prive-sector zorgde in het onderzochte jaar voor een toegevoegde waarde van 179 miljard frank, de publieke sector voor 9,3 miljard. Beschouwt men alleen de prive-sector, dan blijkt dat 5,9 procent van ’s lands toegevoegde waarde komt van de Antwerpse haven.
Ook de toegevoegde waarde per tewerkgestelde ligt zeer hoog in de haven: 3,13 miljoen frank in de privesector, wat 1,7 maal meer is dan het landelijk gemiddelde en bijna 2,5 maal zo veel als in textiel en bouw.
Helemaal bovenaan bij de creatie van toegevoegde waarde staat de olie-industrie met 8,68 miljoen frank per tewerkgestelde. Daarna volgen de rederijen (7,16 miljoen frank), chemie en petrochemie (4,58 mln) en in- en uitvoerbedrijven (4,33 mln).
In de periode tussen 1985 en 1989 daalde wel de tewerkstelling in de haven met ruim tien procent van 71.330 naar bijna 64.000. Die 64.000 blijft niettemin twee procent van de actieve bevolking van het hele land. Ook hier neemt de privesector met 89 procent het leeuwedeel voor zijn rekening. De publieke sector verloor op die vijf jaar meer dan zeventien procent van zijn werknemers, de privesector 9,4 procent, wat sterk contrasteert met de toename van vijf procent van de geglobaliseerde jaarrekeningen van die bedrijven.

Investeringen
In 1989 investeerde de privesector in de haven 67,3 miljard frank, 42 procent meer dan in het jaar daarvoor en zelfs 131 procent meer dan in 1985. De publieke sector (centrale overheid en stad) investeerde daarentegen slechts 3,7 miljard, wat 22 procent minder was dan in 1988 en het op twee na laagste cijfer van de voorbije vijf jaar. Dat betekent dat in de beschouwde periode van vijf jaar in de haven en de havenindustrie alles samen voor 221 miljard frank werd geinvesteerd, waarvan 91,6 procent door de privesector en amper 8,4 procent door de overheid.
In de studie werd alleen rekening gehouden met de rechtstreekse effecten van de activiteiten in het havengebied. Buiten beschouwing bleven dus de indirecte toegevoegde waarde en tewerkstelling, gerealiseerd bij toeleveringsbedrijven, producenten van kapitaalsgoederen, transportbedrijven buiten het havengebied, financiele instellingen en dergelijke meer.
Voor het maken van de studie deed de Nationale Bank een beroep op het centrum voor Transporteconomie van de RUCA- universiteit, op het Studiecentrum voor de Expansie van Antwerpen (SEA), op de stuwadoorsbedrijven Hessenatie en Noord Natie, op de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij Antwerpen en op de dienst Statistiek van de Nationale Bank van Belgie in Brussel.

Door Peter Geurts