De Commissie vroeg in januari de internationale binnenvaartorganisaties hun visie te geven op de toekomstige ontwikkelingen in de Europese binnenvaart. Met name gaat het de EC erom duidelijkheid te krijgen omtrent de rol van marktordening, waarover in Brussel al enige tijd wordt gediscussieerd. De Europese Schipperorganisatie (ESO) heeft nooit onder stoelen of banken gestoken, de ordening van de markt hoog in het vaandel te voeren. Deze week kwam tijdens een vergadering in Straatsburg ook de andere grote Europese binnenvaartorganisatie, de UINF, tot een eensluidend advies.
Ongeveer 55 procent van de goederen die over de Europese binnenwateren wordt vervoerd (jaarlijks ca 430 miljoen ton), wordt bevracht in een vrije markt. De overige 45 procent is ‘geordend’ door toerbeurten, margetarieven, eigen vervoer en contractenregelingen.
De UINF (de afkorting staat voor ‘Union Internationale de Navigation Fluviale’) vindt dat het streven naar een gemeenschappelijke binnenmarkt in de EG er op den duur onherroepelijk toe zal leiden dat de nationale ordeningen van de binnenvaartmarkt niet kunnen worden gehandhaafd.

Onjuist
“Even onjuist als het handhaven van deze systemen is het om in de grote Europese vervoersmarkt het zonder ordening te willen stellen” , aldus de UINF, waarvan onder meer de Nederlandse organisaties Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart en de Federatie van Schippersbonden deel uitmaken.
Volgens de UINF zou een volledig vrije markt in de Europese binnenvaart onmiddellijk een desastreuze invloed hebben op de capaciteitsbeheersing van de vloot binnenschepen. “Het gevolg zou zijn een voortdurende overcapaciteit met als gevolg een ruineuze concurrentie en een verval van de vrachtenmarkten. Deze voortdurende hang naar overcapaciteit wordt veroorzaakt door de niet beinvloedbare fluctuaties in het aanbod in verband met weersinvloeden, maar ook door kenmerken van de bedrijfstak zelf, zoals de lange levensduur van de produktiemiddelen, het hoge niveau van de vaste kosten en de neiging om bij teruglopende bezetting het vrachtenniveau te baseren op dat van de variabele kosten. Er is tevens in de binnenvaart sprake van een onevenwichtige marktstructuur, gekenmerkt door een groot aantal aanbieders (ca 11.000 ondernemingen) tegenover een relatief klein aantal grotere en middelgrotere ondernemingen aan vraagzijde. Het is een bedrijfstak van middenstanders die een structuur kent met hoge uittrededrempels.”
Het ligt volgens de UINF niet aan de kwaliteit van de ondernemers in de binnenvaart, dat door een groot aanbod van scheepsruimte de prijzen vrijwel meteen gaan dalen. “De cumulatie van genoemde factoren leidt reeds bij een geringe overcapaciteit tot een verval van de opbrengsten uit het vervoer en tot verlieslatende bedrijfsuitoefening, ook bij goed geleide ondernemingen. Bij een volledig vrije markt bestaat bovendien het gevaar voor een negatieve ontwikkeling ten aanzien van de sociale omstandigheden, zowel voor de zelfstandige beroepsbeoefenaar als voor de in loondienst werkende. Flankerend beleid is nodig voor de overgang naar een Europese marktordening.”

Pagina 3: .
UINF bepleit verlenging van ‘sloopregeling’ .
STRAATSBURG – Om zonder schade voor de bedrijfstak binnenvaart de nationale marktordeningen ook maar gedeeltelijk te kunnen afschaffen, dienen er volgens de UINF stabiliserende mechanismen op Europees niveau te worden ingevoerd.
Een goed voorbeeld daarvan is de oud-voor-nieuw-regeling, waarbij voor het hele Rijnstroomgebied geldt dat voor toegevoegde scheepstonnage oude tonnage moet worden gesloopt tenzij een forse boete voor nieuwbouw wordt betaald. Deze regeling is echter tijdelijk ingesteld. De UINF bepleit in het kader van een Europese ordening van de markt een voortzetting van deze capaciteitsbeheersregel na de oorspronkelijke afloopdatum 28 april 1994.
Bovendien stelt de UINF voor, een stillegregeling in het leven te roepen, om evenwichtsverstoringen van kortere duur, van conjuncturele aard op te heffen. “De financiering van een Europees stillegfonds wordt door bijdragen van het bedrijfsleven veiliggesteld. Een dergelijk fonds laat het toe een deel van de Europese vloot gedurende een bepaalde periode op basis van vrijwilligheid stil te leggen.” Reeds in ’77 werd een ontwerp voor een

gelijke regeling opgesteld. “Ten behoeve van een tijdige vaststelling van een crisissituatie is verder de ontwikkeling van een effectief marktobservatiesysteem noodzakelijk. Tevens zou een kostenindexsysteem, dat de kostenstructuur van een modelonderneming in de binnenvaart weergeeft, als indicatie moeten dienen voor het tijdstip van inwerkingstelling van crisismechanismen.”
Dat het einde van de nationale ordeningen – zoals in Nederland het systeem van Evenredige Vrachtverdeling – in zicht is, staat voor de UINF vast. De Europese organisatie van binnenvaartreders ziet echter geen abrupt einde in het verschiet voor de EV. “De aanpassing van de nationale marktordeningssytemen aan het Europese ordeningskader kan slechts fasegewijs geschieden. Een dergelijke aanpassing moet echter in ieder land zodanig plaatsvinden, dat het aanpassingsproces gelijktijdig wordt gerealiseerd.
In de overgangstijd is het noodzakelijk de interne concurrentie tussen de vloten van de afzonderlijke landen en die met de overige vervoersdragers te harmoniseren.”

Door Michel Gonlag