Het was onlangs een schouwspel op de Nederlandse binnenwateren dat toevallige getuigen van Amsterdam tot in Vlaardingen even met de ogen deed knipperen. Intercity-treinstellen van de NS voeren mee aan boord van een binnenvaartschip. Het vaartuig in kwestie was de ‘Rosanne’, een binnenvaartschip van bouwonderneming Theo Pouw Groep, dat door sloopbedrijf Vlasman was ingehuurd om enkele uitgerangeerde NS-treinen naar Vlaardingen te varen, waar de treinen gesloopt worden.

Drachtige koe

De ‘Rosanne’ wist twee jaar geleden ook al eens de aandacht op zich te vestigen, toen het schip in Friesland werd ingezet om een drachtige koe die in het water was beland weer op het droge te hijsen. Het redden van drachtige koeien mag voor de binnenvaarbranche dan geen core-business zijn, het transport van uitzonderlijk grote vrachten is wel een activiteit waarmee de sector zich kan onderscheiden.

In de binnenvaartgeschiedenisboeken staat met dikke letters Operation Dessert Shield vermeld, de militaire troepenverplaatsingen van begin jaren ‘90 voor de Golfoorlog in Irak, toen honderden binnenvaarttransporten werden gebruikt om Amerikaans legermateriaal dat in Europa was gestationeerd naar de zeehavens te brengen voor export naar het oorlogsgebied. Het inzetten van de binnenvaart voor projectlading is dus niet van vandaag of gisteren, maar zit wel in de lift nu er door de klimaatpolitiek steeds meer druk wordt uitgeoefend om serieus werk te maken van de modal shift. Treinen die rijp zijn voor de sloop, mogen dan nog steeds vaak op een dieplader worden gezet en door een vrachtwagen naar hun eindbestemming worden gereden, zoiets kan dus ook over het water.

Mijnbouwmachines

Liebherr Mining, een producent van mijnbouwmachines, gevestigd in Colmar in het Noordoosten van Frankrijk, is een bedrijf dat recent overtuigd is geraakt van de voordelen van binnenvaarttransport. Het bedrijf, dat de machines naar de Belgische zeehavens laat vervoeren om ze van daaruit te exporteren, gebruikte voor dat voortransport normaliter zo’n duizend speciale vrachtwagens per jaar, maar besloot een kleine twee jaar geleden voorzichtig een teen in de binnenwateren te steken en te gaan experimenteren met de binnenvaart. De klus werd in handen gegeven van Haeger & Schmidt Logistics, een Duits bedrijf dat ook in Ridderkerk een vestiging heeft. Eind januari maakte Liebherr bekend dat de proef zo goed bevallen is, dat het gebruik van binnenvaartschepen structureel wordt voortgezet.

Liebherr vervoerde in de anderhalf jaar vanaf medio 2019 in totaal 148 machines verdeeld over zestig barges, waarmee 800.000 asfaltkilometers werden bespaard en 868.000 ton minder broeikasgas werd uitgestoten. ‘Een enorme CO2-besparing’, vindt het bedrijf.

Het aantal ongelukken was in die anderhalf jaar ‘bijna nul’, zo toeterde Liebherr nog verder op de loftrompet, terwijl speciale beladingssoftware een ‘perfecte stabiliteit van de schepen’ garandeerde. Ook als het om transportduur ging, had de mijnmachinebouwer geen klachten. Machines die op vrijdagochtend klaar waren voor verzending, konden op maandagochtend al in Antwerpen of Zeebrugge staan. ‘Een groot voordeel in vergelijking met het wegvervoer: een binnenvaartschip vaart zelfs op zondagen,’ aldus Liebherr. Last but not least zegt het bedrijf ‘geld te hebben bespaard dankzij het riviertransport’. De machinebouwer zegt dat ook andere fabrieken in de Liebherr-groep nu de mogelijkheden onderzoeken om over te stappen op de binnenvaart.

Speciaal transport

Van opslagtanks en silo’s tot boomstammen: het etiket ‘speciaal transport’ kan op heel uiteenlopende soorten lading geplakt worden. Zo had een van de Nederlandse specialisten in dit soort vervoer, Lekstroom Transport uit Lekkerkerk, afgelopen oktober de Nelson Mandelabrug uit de stad Utrecht aan boord van een van zijn vaartuigen. De brug was in Krimpen aan den IJssel gerepareerd en voorzien van twee extra fietspaden en werd via onder meer het Merwedekanaal terug naar zijn vaste Utrechtse stek gevaren. In november had Lekstroom opnieuw een bijzondere klus en bezorgde het bedrijf in Schiedam twee helikopterdekken.

Het zijn vaak fotogenieke transporten, wat ook gezegd kan worden van het vervoer per binnenvaartschip van drie enorme storttrechters, afgelopen januari door Koninklijke Van der Wees Transporten uit Dordrecht, een andere specialist op dit gebied.

Een klassieker in het genre is het ruimtevaartschip Buran, beter bekend als de ‘Russische Spaceshuttle’, die in 2008 vanuit de Rotterdamse haven per binnenvaartschip via de Rijn naar het Technik Museum Speyer in Duitsland werd gevaren.

Personenauto’s

Spaceshuttles op de Europese binnenwateren zullen natuurlijk geen dagelijkse kost worden, maar overheden zouden graag zien dat andere kolossale objecten wel nog vaker de boot nemen. BLG Logistics, het bedrijf met hoofdkantoor in Bremen dat zichzelf de leidende autovervoerder van Europa noemt, hoeft al niet meer door politici overtuigd te worden. Met de joint-venture BLG Interrijn Autotransport heeft het bedrijf naar eigen zeggen al meer dan drie miljoen auto’s vervoerd over de Donau en de Rijn.

BLG heeft de beschikking over vijf barges die elk ongeveer vijfhonderd personenauto’s per keer kunnen vervoeren. ‘Dat staat gelijk aan ongeveer zestig vrachtwagenladingen’, aldus BLG. ‘Een binnenvaartschip komt 3,7 keer verder met hetzelfde energieverbruik.’ En ook de trein moet volgens het bedrijf uit Bremen het hoofd buigen voor het binnenvaartschip. De barge heeft volgens BLG een kwart minder energie nodig dan de trein. Al geldt die vergelijking natuurlijk niet voor binnenvaartschepen die een trein met zich mee aan boord nemen.