
Dit voorjaar arresteerde de FIOD vier medewerkers van het bedrijf Euroturbine in Venlo omdat ze zonder vergunning dual use goederen zouden hebben uitgevoerd naar Iran. Volgens de opsporingsdienst hadden de medewerkers de exportregels bewust overtreden en waren documenten vervalst. Bankrekeningen werden geblokkeerd, ook legde de dienst beslag op een aantal panden van de verdachten. De vier werden in mei vrijgelaten, de rechter zag geen grond om hen nog langer vast te houden. Ze blijven wel verdacht van illegale export van onder meer turbineonderdelen naar Iran, valsheid in geschrifte en deelname aan een criminele organisatie.
Euroturbine is niet het enige bedrijf dat in de problemen komt door de uitvoer van dual use goederen. Zo kreeg bijvoorbeeld het bedrijf Sulzer Turbo Services uit Lomm te horen dat het geen onderdelen voor gasturbines meer mag leveren aan Iran.
Dual use goederen, de naam zegt het al, zijn bedoeld voor een civiele toepassing maar kunnen ook worden gebruikt bij het ontwikkelen van massavernietigingswapens. De uitvoer van deze goederen is verboden tenzij het bedrijf een exportvergunning heeft. Leveranties van militaire goederen naar risicolanden zijn per definitie verboden.
Iran is door de internationale gemeenschap op de zwarte lijst gezet omdat er nog altijd geen duidelijkheid is over de aard van het Iraanse nucleaire programma. Maar ook bij landen als Macedonië, Noord-Korea en Haïti zijn uiteenlopende sancties van toepassing.
Wie een exportvergunning heeft, mag wel naar Iran exporteren. Maar met die papiertjes is het ministerie erg zuinig. Aanvragen voor exportvergunningen worden gecontroleerd en verleend door het ministerie van Economische Zaken in samenwerking met de douane, een onderzoek dat gemiddeld tien weken duurt. Daarbij zijn de criteria: de aard van de goederen, de eindgebruiker en het opgegeven eindgebruik.
De goederen waar beperkingen voor gelden, zijn opgenomen in het Handboek Strategische Goederen. Dit handboek onderscheidt verschillende categorieën zoals computers, elektronica, ruimtevaart en voortstuwing, sensoren en lasers en navigatie en vliegtuigelektronica. Dat onstekingsmechanismes tot de dual use goederen behoren, zal niemand verbazen maar op de lijst staan ook artikelen als turbines, bepaalde boormachines, meetinstrumenten voor lineaire en hoekverplaatsingen en allerlei laserapparatuur. Exporteurs kunnen de technische specificaties van hun goederen vergelijken met de producten op de goederenlijsten. Zo kunnen ze zien of de lading vergunningplichtig, verboden, of toegestaan is.
Elke exporteur kan dus nagaan of er voor goederen die hij naar bestemmingen buiten de Europese Unie wil exporteren, een vergunningplicht geldt. Daarnaast hebben de Europese autoriteiten via de zogenoemde catch all bepaling de mogelijkheid om op ad hoc-basis de uitvoer van goederen die niet in het handboek voorkomen, vergunningplichtig te maken als er aanwijzingen zijn dat die goederen voor militaire toepassingen zullen worden gebruikt.
Het aantal door EU-lidstaten opgelegde 'catch all' beschikkingen voor zendingen
met bestemming Iran is de afgelopen jaren gestegen. Dit komt in de eerste plaats
doordat de inkoop- of verwervingsactiviteiten van Iran zijn toegenomen. Daarnaast wordt informatie intensiever gedeeld en vergeleken tussen EU-lidstaten.
Exporteurs die van plan zijn vergunningplichtige goederen uit te voeren maar voordat ze de commerciële besprekingen aangaan, willen weten of ze een vergunning kunnen krijgen, kunnen bij het ministerie een zogeheten sondage-verzoek indienen. Het antwoord op een sondage is een indicatie van de Nederlandse autoriteiten of er een vergunning afgegeven zal worden, natuurlijk onder gelijkblijvende omstandigheden en soort goederen. De uiteindelijke vergunningaanvraag wordt beoordeeld op het moment van de aanvraag, de sondage blijft dus een momentopname.
Ook zijn exporteurs wettelijk verplicht als ze vermoeden dat hun klant 'snode plannen' heeft, dit de overheid te melden. Is Nederland gaat de Centrale Dienst voor In- en Uitvoer over die meldingen. Aan de hand van deze melding kan namelijk worden beslist of er alsnog aanleiding bestaat de uitvoer van de desbetreffende goederen zonder vergunning te verbieden.
Het blijft voor de exporteur lastig om te ontdekken wat er met de goederen gaat gebeuren. Verwervingsorganisaties maskeren de eindbestemming van goederen door gebruik te maken van dekmantelbedrijven, agenten en andere valse eindgebruikers, die soms alleen op papier bestaan. Bij chemicaliën bieden farmaceutische, cosmetische of gewasbeschermende toepassingen aannemelijke dekmantels. Veel transacties die in potentie verdacht zijn, gaan schuil in omvangrijke orders voor de olie-industrie. Ook wetenschappelijke instellingen zouden door terroristen ingezet worden om de indruk te wekken dat het om een civiele toepassing van goederen en kennis gaat.
Voor het herkennen van risicovolle transacties is een aantal indicatoren opgesteld. Zo kan de (eind)bestemming van de goederen omstreden zijn, kan de eindgebruiker onduidelijk zijn, moet er een rood licht gaan branden als de contacten verlopen via een onduidelijk e-mailadres of als de bestelde hoeveelheid afwijkt van wat gebruikelijk is. Ook is het een teken aan de wand als de koper bereid is een hogere prijs te betalen dan gebruikelijk is of als de koper ongewone wensen of voorwaarden voor de betaling, leverantie of nazorg heeft, zoals geen installatie of service ter plaatse.
Malini Witlox





