
Twee planeten komen elkaar tegen. Zegt de één: ‘Joh, wat zie jij er slecht uit zeg.' - ‘Kan kloppen, ik heb Homo Sapiens. - ‘Oooh, dat gaat vanzelf weer weg.' Professor Michael Braungart, grondlegger van het cradle-to-cradle concept, wil met deze grap maar zeggen dat de discussie over het milieu over de verkeerde dingen gaat. Namelijk over hoe slecht de mens is, en over dat het wel fout moet aflopen allemaal. Zijn verhaal is leuker. Want het gaat niet over een procentje minder uitstoot, of een beetje meer hergebruik. Het gaat ook niet over blaming and shaming, over Greenpeace versus de industrie. Nee, als het aan Braungart ligt, gaan we met zijn allen alles opnieuw uitvinden.
Samen. ‘Let's have fun', zegt de professor. Waarmee hij direct een stuk verteerbaarder klinkt dan die sombermans Al Gore met zijn Inconvenient Truth.
Braungart was vorige week de hoofdgast op EVO's eerste jaarcongres in de Rotterdamse Van Nellefabriek. Cradle-to-cradle - van de wieg tot de wieg - is een even simpel als briljant concept. Laten we alle spullen zo ontwerpen, dat ze aan het eind van hun levensduur makkelijk om te zetten zijn in een nieuw product en dus een nieuw leven kunnen beginnen. Zorg dat het afval grondstof is, en bedenk dat al bij het ontwerp. En zorg dat er zo weinig mogelijk rotzooi hoeft te worden weggegooid.
Verder: kies niet langer alleen voor goedkoop, hanteer nieuwe criteria. Braungart: ‘Autobanden bijvoorbeeld brengen zo veel kleine vieze deeltjes in de lucht, dat je ze in moedermelk terugvindt. In moedermelk vind je trouwens meer dan honderd chemicaliën die daar niet thuis horen. Ontwerp dus voortaan banden en andere spullen zodanig dat ze niet in moedermelk terecht komen.'
Cradle-to-cradle is dus iets anders dan recyclen. Recyclen is iets van de vorige eeuw, passé. Want auto's bijvoorbeeld, worden van hoogwaardig staal gemaakt. Maar zodra dat staal wordt hergebruikt, is het gemengd met plastics en lakken, waardoor er nooit meer iets echt goeds van kan worden gebakken. Cradleto-cradle is het ontwerpen van een auto waarvan de materialen bij een total loss in een handomdraai uit elkaar kunnen worden gehaald, voor een nieuw leven met dezelfde kwaliteit. Wat we nu vaak doen, is downcyclen: van een goed product na recycling een slap product maken, dat uiteindelijk wordt weggegooid.
De chemicus Braungart schreef in 2002 met zijn compagnon, de architect William Mc Donough, een boekje waarin dit idee wordt uiteengezet. De gedachte inspireert ontwerpers en zakenmensen en is ook een marketing tool aan het worden: cradleto-cradle producten raken hip.
Nike koketteert er bijvoorbeeld mee. Inspiration manager Filip Peeters van Nike's dc in Laakdal (België) mocht komen vertellen over hoe groen Nike bezig is. Ze zijn veel minder lijm gaan gebruiken in hun sportschoenen, vervoeren het liefst per binnenvaart, hun dc is goed geïsoleerd en rondom voorzien van windmolens waarmee Nike zijn eigen energie maakt. Maar, vroeg het publiek, nemen jullie oude schoenen ook terug voor hergebruik? Nee, niet echt. Waarmee de fabriek toch niet helemaal cradle to cradle overkomt.
En dat is niet zo gek, want het concept vergt ook veel van logistiek en transport. En die wereld is daar nog maar zeer beperkt mee bezig. TNO en Capgemini onderzochten voor EVO wat cradle-to-cradle betekent voor het logistieke bedrijfsleven. Het concept vraagt vooral om een keten die nog nauwelijks is ontwikkeld: de retourketen. De fabrikant die al bij het ontwerp een tweede leven voor zijn product heeft bedacht, moet de retourketen onder controle krijgen. Die retourketen wordt volgens de onderzoekers iets heel gewoons, en zal ook een renderende schaalgrootte bereiken. Maar dat gaat nog wel even duren, zeggen ze erbij.
Vooralsnog moet de cradle-to-cradle fabrikant bij de vuilnisman aankloppen om zijn spullen terug te krijgen. Die vuilnisman wordt steeds meer leverancier van grondstoffen. ‘Wij zijn ons denken over afval opnieuw aan het uitvinden', zegt Ton François, logistiek directeur van Van Gansewinkel. Steeds meer bedrijven kloppen bij hem aan om samen uit afval nieuwe grondstoffen te winnen.
EVO-directeur Dick van den Broek Humphreij toonde zich sceptisch. ‘Als ik directeur was van een groot bedrijf, zou ik zeggen: laat dat cradle-to-cradle maar aan de afvalmanagers over. Maar dan zou ik hen moeten vertellen welke chemicaliën er precies in mijn product zitten. En dat recept geef ik liever niet prijs. Bovendien heb ik ook argumenten om te willen dat consumenten mijn producten snel weggooien, zodat ze weer nieuwe kopen.'
Walt Sep, supply chain directeur van DSM, ziet dat anders. ‘Innovatie moet bij het begin beginnen, en kun je niet overlaten aan de afvalmanager.' Het zou beter zijn als de vuilnisman meedenkt over het productontwerp, zodat hij zijn kennis kan inzetten om de recyclebaarheid van het product optimaal te maken.
Een manier om dat te veroorzaken, is om fabrikanten verantwoordelijk te maken voor het tweede leven van een product. Zoals Braungart het schetst: Bij een bouwbedrijf koop je bijvoorbeeld geen raam, maar een garantie om vijf jaar comfortabel naar buiten te kunnen kijken. Het raam zelf blijft eigendom van de aannemer, die het verrotte kozijn en het glas na vijf jaar terugneemt en daar iets anders van maakt.
Prangende vraag: wat betekent dat nou allemaal voor de transportsector? Lastig. Zoals gezegd: retourlogistiek wordt belangrijker. En verder kan de transportwe- reld nog veel beter samenwerken om bijvoorbeeld leegrijden te voorkomen. Concreter werd het deze dag niet voor de transportwereld. Anders denken, innoveren, samenwerken, bij dat soort woorden bleef het goedgevulde discussiepanel steken. Voor uitvinders is er dus nog genoeg te doen. Tom McKenna, logistieke baas bij Penske, droomde hardop: ‘Ik kan me voorstellen dat vrachtwagens in de toekomst schonere lucht uitstoten dan ze binnenkrijgen.'
Michael Braungart vertelt dat in zijn Zuidduitse geboortestreek de bevolking nog niet zo lang geleden niet veel ouder dan dertig werd. Want er waren daar geen vitaminen, en de mensen wisten van niks. Maar dankzij de logistiek werd de wereld beter. De Duitse professor wordt nu echt een goeroe als hij - half fluisterend besluit: ‘Celebrate logistics, have fun', en daar een luid applaus voor ontvangt.





