De Nederlandse overheid moet zorgen voor goede douaneregelingen nu de Brexit-onderhandelingen de tweede fase ingaan. Dat zegt Havenbedrijf Rotterdam, dat vreest voor extra congestie.

Grootste bedreiging volgens het Havenbedrijf zijn de kwaliteit en capaciteit van de douane. Naar schatting zijn er per 30 maart 2019 honderd goed opgeleide extra douaniers in de haven nodig. Ook zullen er extra controle- en inspectiepunten voor de NVWA moeten komen evenals 'de nodige extra dierenartsen'. Vrees is verder dat de douane in Groot-Brittannië in 2019 nog niet klaar zal zijn om de vele extra declaraties te verwerken. 

De Nederlandse overheid moet deze problemen samen met het bedrijfsleven oppakken, vindt het Havenbedrijf. Douanedeclaraties kunnen namelijk tot langere wachttijden en kosten leiden voor verladers en vervoerders. Shortsea en ro/ro terminals verwachten nu al dat er te weinig ruimte zal zijn om de wachtende vrachtauto's op te vangen. Dat kan ook impact hebben op publieke infrastructuur zoals de A15.

Voor de Europese Unie is het daarom van belang dat er naast het capaciteitsprobleem in de onderhandelingen ook wordt ingezet op goede afstemming van de digitale infrastructuur, stelt het Havenbedrijf. Daarnaast wordt er gepleit voor een gelijk speelveld. 'Als er afspraken worden gemaakt dan moeten deze gaan gelden tussen alle havenplaatsen op het continent en het Verenigd Koninkrijk, met dezelfde procedures.'

De havenbeheerder noemt het 'onzeker' hoe de wereld er op 29 maart 2019 uit zal zien, maar stelt dat er niet veel winnaars zullen zijn. 'Alle producerende en handelende bedrijven zullen last krijgen van dalende volumes als gevolg van tarieven, lagere economische groei en fluctuerende wisselkoersen', aldus het Havenbedrijf. 

Groot-Brittannië is een belangrijke handelspartner voor Rotterdam. Met jaarlijks 40 miljoen ton aan goederen is het land goed voor 8,5% van de totale overslag in de haven.

Laatst gewijzigd: 14 december 2017 14:06