De transportsector wordt voorlopig uitgesloten van de nieuwe Europese detacheringsrichtlijn. Dit betekent dat chauffeurs uit lage-lonenlanden elders in Europa op minimumniveau mogen worden beloond.

Dat heeft de Europese Raad van ministers van Sociale Zaken en Arbeid besloten. Gedetacheerden in andere sectoren, bijvoorbeeld de bouwnijverheid, hebben voortaan bij uitzending naar een ander land wel recht op de loon- en arbeidsvoorwaarden die in dat gastland gebruikelijk zijn.

De nieuwe detacheringsrichtlijn, die nog door het Europees Parlement moet worden behandeld, vervangt de bestaande, uit 1996 daterende richtlijn. Met de nieuwe richtlijn wil de Europees Commissaris voor Sociale Zaken, de Belgische Marianne Thyssen, sociale dumping en oneerlijke concurrentie bestrijden.

Ze spreekt van een 'belangrijke stap in de strijd tegen sociale dumping'. De Franse president, Emmanuel Macron noemt het in Luxemburg bereikte akkoord via twitter een maatregel die leidt tot 'meer bescherming en minder fraude'.

De minister van arbeid van Estland, Jevgeni Ossinoski, de huidige voorzitter van de Europese Raad van Ministers, beschouwt het akkoord als 'van grote betekenis voor de Europese Unie, juist in een tijd waarin velen haar belang betwijfelen'.

Detachering wordt beperkt tot twaalf maanden, met een mogelijkheid tot verlenging met zes maanden. Een bouwvakker bijvoorbeeld moet in de periode waarin hij/zij werk in een andere EU-lidstaat verricht, worden beloond volgens de in het gastland geldende cao, met inbegrip van toeslagen voor overwerk, vakantiegeld en eventuele dertiende maand. Ook moeten in het gastland de daar geldende sociale premies worden afgedragen.

Ook in het Europees Parlement maakt het door de Europese ministerraad in Luxemburg bereikte akkoord een goede kans te worden aangenomen. Agnes Jongerius, namens de PvdA lid van de sociaal-democratische fractie in het EP, meent dat hiermee recht wordt gedaan aan het beginsel 'gelijk loon voor gelijk werk op dezelfde plaats'.

Maar de transportsector wordt van de nieuwe detacheringsrichtlijn vooralsnog uitgezonderd. De redenering is dat veel chauffeurs in het internationale vervoer voortdurend van het ene naar het andere land rijden. Veel landen in Midden- en Oost-Europa maken er bezwaar tegen dat een chauffeur in elk afzonderlijk land moet worden beloond volgens de daar geldende normen.

Ook Spanje en Portugal hebben zich in de Raad van Ministers in Luxemburg verzet tegen de nieuwe richtlijn voor de transportsector. Ze vrezen voor de werkgelegenheid van chauffeurs uit eigen land. Daardoor blijven chauffeurs bij internationaal vervoer alleen recht hebben op de loon- en arbeidsvoorwaarden die in hun eigen land gelden.

PvdA'er Jongerius noemt dit een 'teleurstelling'. Hierdoor is het 'gevaar van sociale dumping en oneerlijke concurrentie' in de wegtransportsector 'nog niet opgelost'. 'We zullen opnieuw moeten vechten voor een eerlijk en sociaal pakket, want ook in de transportsector heeft iedereen recht op een eerlijk loon.'

De uitzondering die voor transport is gemaakt, betekent niet dat chauffeurs uit lage-lonenlanden zonder meer kunnen worden uitgezonden naar lidstaten met een hoger loonpeil. In bijvoorbeeld Duitsland, Frankrijk en België wordt voorgeschreven dat gedetacheerde chauffeurs in elk geval voor de tijd dat ze in het gastland werk verrichten het daar geldende minimumloon moeten ontvangen.

Verder is er de cabotageregeling die moet voorkomen dat chauffeurs tegen een veel lager loon veel ritten in het buitenland uitvoeren. De huidige cabotageregeling schrijft voor dat een chauffeur na een internationale rit slechts drie binnenlandse ritten mag verzorgen binnen één week. De Europese Commissie wil die regeling overigens verruimen, maar daarover zullen het Europees Parlement en de Europese Minsterraad zich nog moeten uitspreken.

Laatst gewijzigd: 24 oktober 2017 12:23