Het lossen van containers wordt door de arbeidsinspectie aangemerkt als ‘werken in een risicovolle omgeving’. De reden is bekend: in de container kunnen zich schadelijke gassen bevinden.

‘Veel mensen denken dat begaste containers de grootste bedreiging zijn voor de gezondheid van havenarbeiders of douanepersoneel. Dat is echter een misverstand.’ Marcel van den Brink, Country Manager Nederland bij EWS Group is duidelijk: containers die begast (of beter: gefumigeerd zijn) geven het hoogste acute gevaar maar in de keten de minste problemen. Deze containers zijn aan de buitenkant vaak voorzien van labels en stickers en voorzien van een gassingscertificaat, de gassen zijn bekend. Daarnaast is deze fumigatie doorgaans standaard bij bepaalde lading, zoals levensmiddelen. ‘Het ware gevaar zit hem bij vrijgekomen gassen door het uitdampen van goederen in de container.’ Van den Brink vergelijkt de situatie met een nieuwe auto. ‘Veel mensen vinden een nieuwe auto lekker ruiken. Maar wat je ruikt en inademt zijn in feite de oplosmiddelen die vrijkomen uit het materiaal. Bij een auto vervliegt dat vrij snel, maar als je dag in dag uit dergelijke gassen in nog veel zwaardere concentraties inademt zal dat schadelijke gevolgen hebben voor de gezondheid.’ Het fundamentele verschil met gefumigeerde containers is dat je van tevoren niet weet welke gassen zich in de container bevinden en in welke concentratie. ‘Er is geavanceerde apparatuur nodig, en gespecialiseerde medewerkers, om te kunnen bepalen welke gassen en dampen zich in de container bevinden.’

EWS Group is specialist in gasmetingen én in het fumigeren van containers. Ongeveer 45 specialisten zijn daarvoor dagelijks onderweg – in Nederland en in acht andere Europese landen. Van den Brink maakt duidelijk dat het werk niet bij het meten van gasconcentraties stopt. ‘De overheidsinstanties verlangen uitgebreide documentatie van de risico’s van het werk met containers, en welk beleid de betreffende onderneming voert. Om dit mogelijk te maken hebben we een online portal ontwikkeld, waarmee ondernemingen aan de wettelijke eisen kunnen voldoen.’ Een van die eisen is een jaarlijkse rapportage, de risico-inventarisatie & -evaluatie. Dit betekent niet dat elke container getest moet worden. ‘Als een bepaald product in een groot aantal containers binnenkomt, kan het soms afdoende zijn om een selectie van de containers te testen – maar dat moet wel statistisch verantwoord kunnen worden’, legt de Country Manager uit.

Gezondheidsschade
Na een aantal incidenten kreeg het onderwerp containergassen veel aandacht. Niet alleen in de media, maar ook bij vakbonden, bedrijven en controlerende instanties. Marcel van den Brink merkt dat die aandacht wat is verslapt. ‘Het is een sluipende bedreiging die zich pas openbaart na een groot aantal jaren. Dat maakt de bewustwording soms lastiger.’ Erg streng wordt er ook niet gecontroleerd of gehandhaafd, vult hij aan. ‘Maar áls er iets gebeurt moet je wel kunnen aantonen dat je op de hoogte was van de risico’s en adequaat hebt gehandeld.’ En zelfs als hier in Nederland dan wat minder streng wordt gecontroleerd, in het buitenland staan zowel de inspectie als de wetgeving nog in de kinderschoenen. ‘Duitsland kent wel wettelijke bepalingen voor begaste containers, maar er is nog geen duidelijkheid over product-uitdampgassen. Die bepalingen worden nu opgesteld. Frankrijk en België zetten de eerste stappen op het gebied van regelgeving – in België vooral op instigatie van de douane.’ Dat laatste is niet voor niets: het veelvuldig openen van containers, wat in het geval van douaneambtenaren onderdeel is van het werk, kan, zeker op de langere termijn tot gezondheidsschade leiden.’ Omdat oud-medewerkers jaren na hun vertrek nog gezondheidsschade kunnen claimen bij hun voormalige werkgever is het ook om die reden goed de administratie op orde te hebben.

Grenswaarden
Dat het onderwerp nog in ontwikkeling is, blijkt ook uit het feit dat grenswaarden regelmatig worden aangepast. Van den Brink neemt benzeen als voorbeeld: ‘de grenswaarde voor dat gas is verlaagd van 1 PPM (parts per milion) naar 0,22 PPM. Betekent dit dat iedereen die de afgelopen decennia 0,5 of 0,6 PPB inademde grotere kans heeft op schade in de toekomst’, is een vraag die Van den Brink zichzelf stelt. ‘Dat is voor niet-toxicologen niet in te schatten.’ Daarbij moet worden opgemerkt dat er lang niet altijd Europa-brede grenswaarden zijn opgesteld. ‘Die verschillen soms wel met een factor 10. Dat is nogal wat.’ 

Hierbij tekent Van den Brink aan dat de concentratie van een stof als benzeen in een container makkelijk kan oplopen tot 60 PPM. ‘Dat kan niet gezond zijn.’ Dit betekent overigens niet dat het in de container aanwezige gas altijd wordt afgevangen met koolfilters. Vaak wordt de container simpelweg belucht. ‘In een afgesloten ruimte kan de concentratie weliswaar hoog zijn, maar zodra het vervliegt blijft er nauwelijks iets over. Zolang de medewerkers een minimale veiligheidsafstand in acht nemen is er geen gevaar.’

EWS Group houdt zich zelf ook bezig met fumigeren, en zeker niet alleen van levensmiddelen. ‘Sinds kort stelt China bij de import van boomstammen als eis dat de lading begast wordt, dat kan op een van onze locaties.’ De fumigatiestations bevinden zich op de achterland- of diepzeeterminals. ‘Het is voor ons een groeimarkt’, geeft Van den Brink aan.

Laatst gewijzigd: