Nederland zal als zogenoemd focusland deelnemen aan de beurs World Food India 2017, die in november plaatsvindt.

In de strijd tegen voedselbederf en -verspilling zoekt India expertise en investeringen in de sector logistiek en transport.

De Indiase minister voor Voedselverwerking, Harsimrat Kaur Badal, bezocht afgelopen week Nederland. Ze had een ontmoeting met staatssecretaris Martijn van Dam, sprak met Wageningen Universiteit, Rabobank en de Nederlandse vakpers. Het doel van haar bezoek is het promoten van de beurs World Food India 2017, van 3 tot en met 5 in november New Delhi, die de wereldwijde industrie bekend moet maken met de mogelijkheden in India in de voedselverweringssector. ‘Als focusland zal Nederland de gelegenheid krijgen om expertise te presenteren en krijgt het de ruimte om de diensten die bedrijven leveren te tonen.’

India kent een sterk groeiende bevolking, die gevoed moet worden, terwijl de hoeveelheid landbouwgrond afneemt. Er wordt weliswaar veel voedsel geproduceerd, maar het percentage dat verloren gaat door verspilling is groot. ‘In feite wordt slechts 10% van het geproduceerde voedsel ook daadwerkelijk verwerkt – de rest moet direct worden gebruikt. Terwijl andere landen, die vaak veel kleiner zijn – zoals Nederland – er wel in slagen de ruwe producten adequaat te verwerken.’
Deze regering voert een one nation – one tax beleid.
Om die reden heeft de Indiase regering de ‘war on waste’ opgezet. ‘We voeren een zerotolerancebeleid als het gaat om voedselverspilling.’ Die verspilling speelt vooral bij transport en opslag van natuurproducten. De Indiase regering stelt de komende drie jaar een miljard dollar aan subsidies ter beschikking voor projecten die verspilling verminderen.

Efficiënt zakendoen
Veel aandacht wordt in die strijd gegeven aan een goede cold chain infrastructuur, ‘een cold chain grid’, in de woorden van de minister, waarbij alle partijen met elkaar zijn verbonden. ‘Als je kijkt naar de keten tussen boerderij en bord, dan blijkt daarin in India 915 miljard dollar om te gaan.’ Niet alleen de grootte van het land en het forse aantal klimatologische zones maken voedsellogistiek tot een ingewikkeld proces – tot voor kort kenden de verschillende deelstaten ook hun eigen belastingregelgeving, wat efficiënt zakendoen vaak in de weg stond. ‘Die situatie is beslist voorbij’, stelt Badal. ‘Deze regering voert een one nation – one tax beleid met een Goods en Services Tax.’

Zoals Nederland een draaischijf is voor het transport naar andere landen, zo wil ook India een dergelijke positie krijgen in de regio op het gebied van voedsel en export. ‘Daar is een sterke nationale infrastructuur voor nodig. Er wordt fors geïnvesteerd in wegen, in binnenvaart en in shortsea. We zoeken ook naar alternatieve transportvormen om producten van het land naar de centrale warehouses te krijgen, zoals het aanhaken van wagons met reefercontainers aan passagierstreinen.’ 

Nederlandse kennis 
Een uitgesproken mening over de Nieuwe Zijderoute, die met sterke ondersteuning van China wordt opgebouwd, heeft de minister niet. ‘Elk initiatief dat de verbindingen met de regio en tussen de landen in de regio verbetert is goed. Wij zullen van onze kant die bedrijven die zich in India vestigen en naar buurlanden willen exporteren, zo goed mogelijk faciliteren. Maar om dat efficiënt te doen is kennis nodig, kennis die Nederlandse ondernemingen als geen ander hebben.’ Er is een groot aantal Nederlandse bedrijven actief in het land. Unilever zat er al in 1931, ook Heineken is er groot. 

De overheid zal zich niet actief bezighouden met het digitaal monitoren van het geconditioneerd vervoer. ‘Dat is een verantwoordelijkheid van de private partijen. Er is in India veel kennis op digitaal gebied aanwezig, maar het ontbreekt vaak aan kapitaal. Daarvoor hopen we buitenlandse partijen te interesseren.’ Ook op het gebied van capaciteit in warehouses en beschikbare reefers is nog een achterstand in te lopen waarvoor India hoopt op buitenlandse investeringen of joint ventures met lokale ondernemers.

Samenwerking universiteiten
We vragen de minister wat Nederland van de bedrijven in India kan leren. ‘We zijn in staat op heel veel kleine akkers van soms maar 5 hectare veel te produceren. Dat kan best een interessant onderzoeksproject zijn voor Nederlandse agrarische ondernemers die hun werk op akkers van 80 hectare doen.’ Daarnaast looft Badal de samenwerking tussen de universiteiten en de praktijk. ‘Elke student moet 10 dagen per semester het land in. Enerzijds om het geleerde in praktijk te brengen, anderzijds om op de hoogte te blijven van de zorgen en behoeften van de lokale ondernemers. Die informatie brengen de studenten dan weer terug naar de collegezaal.’ In het verlengde daarvan worden ook start-ups, die ontstaan vanuit de universiteiten, ondersteund. ‘Gesprekken met de Rabobank en met Wageningen Universiteit zullen onder meer over deze pioniers en de samenwerking met universiteiten gaan.’

In de afgelopen twee jaar is ter waarde van circa 6 miljard dollar vanuit Nederland in India geïnvesteerd. Ongeveer 200 Nederlandse bedrijven doen zaken met India. ‘Er is echter zoveel meer mogelijk. Nederlandse bedrijven hebben een schat aan ervaring en technische knowhow te bieden die tegemoetkomt aan de Indiase behoefte. Om die kansen en behoeften te ontdekken organiseren we de beurs.’

Laatst gewijzigd: