Antwerpen en Zeebrugge hebben beide overeenkomsten gesloten met Chinese partijen om hun deelname aan het Chinees ‘One Belt One Road’-programma te verstevigen.

Antwerpen heeft een samenwerkingsovereenkomst gesloten met het bestuur van de speciale economische zone Caofeidian. Die omvat onder meer de ontwikkeling van een gelijknamige haven, die jaarlijks al meer dan 250 miljoen ton lading zou verwerken, waaronder 36 miljoen ton staal. Daarvan gaat jaarlijks ruim een half miljoen ton naar Antwerpen.

De twee gaan nu onderzoeken hoe er een directe lijnvaartdienst en een spoordienst ontwikkeld kunnen worden. Voorlopig beperkt de samenwerking zich tot het uitwisselen van informatie en zal het Antwerpse trainings- en opleidingsinstituut Apec lesmateriaal ter beschikking stellen.

Daarnaast heeft het havenbestuur van Zeebrugge een samenwerkingsovereenkomsten gesloten met de China Development Bank en met Changjiu Logistics Group. De eerste is gericht op exportfinanciering van Chinese bedrijven die via Zeebrugge goederen op de Europese markt willen distribueren.

Met Changjiu is een overeenkomst gesloten voor de ontwikkeling van een spoordienst tussen Zeebrugge en de noordelijke provincie Heilongjiang met Harbin als hoofdstad. Volgens het Zeebrugse havenbestuur gaat er vier tot zes keer per week een trein rijden, in totaal zo’n 300 vertrekken per jaar. Per vertrek zouden er 225 Volvo-personenauto’s mee gaan, wat overigens niet goed te rijmen lijkt met de 24.000 Volvo’s, die nu jaarlijks in Zeebrugge worden aangevoerd. 

Het One Belt One Road (OBOR) programma werd eind 2013 in gang gezet en beoogt de belangrijkste haven- en industriesteden van China beter aan te sluiten bij handelscentra in Azië, het Midden-Oosten en Europa. Het project omvat zowel het spoor, dat min of meer de klassieke zijderoute volgt, als de scheepvaart via Zuid-Oost-Azië en de Indische Oceaan naar Europa.

Laatst gewijzigd: 06 juni 2017 11:58