Mammoet heeft gisteren in opdracht van bouwcombinatie Sas van Vreeswijk (Besix, Heijmans, Jan de Nul) en Rijkswaterstaat, onder toeziend oog van 2000 toeschouwers de eerste kazemat verplaatst.

De kazemat, het Nederlandse woord voor een bunker die gebouwd is door de Nederlandse overheid, is de eerste van een serie van historische objecten langs het Lekkanaal in Nieuwegein die worden verplaatst om ruimte te maken voor de verbreding van de vaarweg en de bouw van de derde kolk in de Prinses Beatrixsluis in het kanaal. 



De kazemat weegt 1,2 miljoen kilo. Rijkswaterstaat en de aannemer legden speciaal voor de verhuizing een zwaar gefundeerde glijbaan aan. Voor het verplaatsen van de kazemat maakte Mammoet gebruik van een hijsportaal op Self Propelled Modular Transporters, zogenaamde SPMTs. Het gewicht van de bunker was een paar weken geleden al overgenomen door het hijsportaal en de SPMTs zodat aannemer Sas van Vreeswijk het gebouw kon losmaken van de fundering. Nadat de fundering los was kon Mammoet de 1200 ton wegende kazemat omhoog tillen en naar zijn nieuwe plek 150 meter verderop rijden.

'Dit vereist maatwerk en teamwerk tot in het kleinste detail', vertelt Ruud Jansen, commercial manager bij Mammoet. Hij is trots dat het project volledig vlekkeloos is verlopen. 'Het is echt van oud naar nieuw, iets weghalen en weer teruggeven.'



 De kazemat, een bunker met schietgaten, is een onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. De linie staat op de nominatie om Unesco Werelderfgoed te worden. Voor de verbreding van het Lekkanaal moeten in totaal drie kazematten, een schutsluis, een duikerhoofd en twee palengroepen uit de linie verdwijnen. Overwogen is om die objecten in de nieuwe dijk op te nemen, maar dat zou volgens Rijkswaterstaat geschiedvervalsing zijn. Daarom is besloten om de bouwwerken los in het landschap te plaatsen.

Laatst gewijzigd: 23 februari 2017 12:32