Het Bundesverwaltungsgericht, de hoogste Duitse bestuursrechter, heeft een streep gezet door de plannen om de Weser te verdiepen en zo Bremerhaven toegankelijk te maken voor zeer grote schepen.

De rechter in Leipzig spreekt van planologische fouten. De plannen voor uitdieping van de rivier hadden in drie delen moeten worden opgesplitst en de gevolgen voor het milieu hadden per gedeelte van de Weser moeten worden gespecificeerd.

Duitsland wil de Buiten-Weser, die ongeveer 65 kilometer lang is en de haven van Bremerhaven verbindt met de Noordzee, één meter dieper maken door de rivier uit te baggeren. Daarmee moet deze haven onafhankelijk van het getijde bereikbaar worden voor schepen met een diepgang van 13,5 meter.

Nu kunnen alleen schepen van 12,8 meter ook bij eb Bremerhaven bereiken. Grotere schepen moeten wachten op de vloed. Het 57 milometer lange gedeelte van de Weser tussen Bremerhaven en Brake zou moeten worden uitgediept om bij vloed bevaarbaar te worden voor schepen van 12,8 meter. Nu is de grens aan de diepgang nog 11,9 meter.

Tenslotte willen de Duitse regering, de deelstaat Nedersaksen en de vrijstaat Bremen het stuk van de Weser tussen Brake en de stadshaven van Bremen uitdiepen om dit bevaarbaar te maken voor schepen met een maximale diepgang van 11,1 meter. Nu ligt de grens bij 10,7 meter. Hier zou de vaargeul van de rivier zeventig centimeter moeten worden uitgebaggerd.

Het Bundesverfassungsgericht, vergelijkbaar met de Raad van State, heeft het plan voor de verdieping van de Weser niet volledig verworpen, maar verlangt dat de milieu-effecten voor elk riviergedeelte afzonderlijk moeten worden gespecificeerd. De planologen moeten dus hun huiswerk overdoen en dat kan weer even duren.

De bestuursrechter deed uitspraak in een zaak die was aangespannen door  natuurbeschermingsorganisatie BUND. Die is uiteraard tevreden met het oordeel en spreekt van een 'groot succes' voor de bescherming van het water. BUND roept de deelstaten en de bondsregering op de plannen voor Weser-verdieping op te geven.

Federaal verkeersstaatssecretaris Enak Ferlemann zegt, al op een negatief oordeel van de rechter te hebben gerekend. De regering is bereid de plannen bij te stellen. Ferlemann gaat er nog steeds van uit dat het uitbaggeren van de Weser op termijn plaats kan hebben.

De uitspraak kan ook gevolgen krijgen voor de voorgenomen verdieping van de Elbe, die de Hamburgse haven ongeacht het getij toegankelijk moet maken voor de jongste generatie zeer grote containerschepen.

Een jaar geleden sprak ook het Europese Hof van Justitie in Luxemburg zich uit tegen de Weser-verdieping, omdat deze in strijd zou zijn met de Europese Kaderrichtlijn Water. Maar de hoogste Europese rechter stelde daarbij ook dat onder strenge voorwaarden een uitzondering zou kunnen worden gemaakt.

Tot die conclusie kwam eerder ook de advocaat-generaal bij het Hof, bij wiens mening het Hof zelf zich dus aansloot. Aan welke voorwaarden in het geval van de Weser - en ook de Elbe - zal moeten worden voldaan, is nog niet duidelijk.

De uitspraak van het Bundesverwaltungsgericht schept ook geen duidelijkheid op dit punt, omdat deze rechter alleen formele gronden voor zijn oordeel geeft en op de inhoudelijke kant niet is ingegaan. Duidelijk is alleen dat de plannen niet alleen moeten worden bijgesteld, maar dat ze straks ook weer ter visie moeten worden gelegd en dat een nieuw bezwaar van tegenstanders bij de rechter kan worden ingediend.

Laatst gewijzigd: 13 september 2016 11:13