Antonov, de Oekraïense bouwer van het reusachtige vrachtvliegtuig AN-22, wil zijn afhankelijkheid van Rusland terugdringen.

Die afhankelijkheid stamt nog uit de tijd van de USSR. Zo betrekt Antonov voor de bouw van zijn grote toestellen onderdelen van Russische leveranciers. Een deel van de door Antonov geproduceerde toestellen is in Russisch gebruik, bijvoorbeeld bij Volga Dnepr Airlines, dat er speciale transporten mee uitvoert.

Maar die oude banden gaan knellen nu Rusland te maken heeft met sancties van de Europese Unie. Onlangs bracht Antonov daarom een nieuw, kleiner toestel, de AN-132D, op de markt waarin in het geheel geen Russische componenten zijn verwerkt.

De relatie met Volga Dnepr Airlines is in de huidige politieke omstandigheden lastig. Antonov wil zijn activiteiten voor de westerse markt uitbreiden. Het beschikt al over een enorme assemblagehal in Duitsland en doet onder meer zaken met de Duitse krijgsmacht, maar daarbij speelt op de achtergrond de Russische luchtvrachtvervoerder steeds een rol.

Zo heeft Antonov sinds tien jaar een contract met de Navo en de Europese Unie op grond waarvan de vliegtuigbouwer voortdurend zes AN-124-toestellen gereed houdt voor het geval daaraan militaire behoefte is, bijvoorbeeld voor troepentransporten naar landen waar de Navo of Europese lidstaten daarvan in crisisgebieden interveniëren.

Dat doet Antonov via het zogenoemde Stralis-programma. Voor dit doel heeft Antonov een bedrijf geopend in Leipzig, Ruslan Stralis geheten. Het lastige is echter dat de helft van de leiding van dit bedrijf wordt gevormd door mensen van Volga Dnepr.

Laatst gewijzigd: 02 augustus 2016 14:46