Het is vaak arbitrair, maar de winnaars op de IATA-lijst van 2014 zijn eigenlijk niet langer op de vingers van één hand te tellen. Dat is wel eens anders geweest.

Aan de top kunnen bijna alle expeditiebedrijven zich feliciteren, afgezien van Copex en Geodis, die lichte verliezen moesten incasseren. Wie naar de hoogte van de groeipercentages (volumes) kijkt, komt uit bij de bedrijven Penske (309%), Crane Freight (298%), Gelders Air (131%), EAT/DHL (96,7%), Mission Freight (81%), Allport (66%), IAA (57%) en Nado Logistics (50%). Deze bedrijven wisten vorig jaar een enorme sprong te maken in het vrachtklassement op Schiphol. Daarnaast waren er ook nieuwkomers zoals het bedrijf Asian Transport dat uit het niets neerstreek op plaats 47 van de IATA-top-100. 

Waar komt die groei vandaan en in hoeverre zijn de winnaars van vorig jaar niet straks de verliezers van dit jaar? Zo was het bedrijf Fercam over 2013 (+885%) de grote winnaar, maar verloor het vorig jaar bijna de helft van dat vrachtvolume. Hetzelfde geldt voor het Deense Blue Waters, dat in 2014 ruim 30% van de tonnage verloor, maar in 2013 tot de groeiparels van Schiphol behoorde. 

We houden niet op. We zijn dit voorjaar al met 50% gegroeid.

Logistiek dienstverlener Penske kan voor 2014 in ieder geval die laatste titel claimen. Het Amerikaanse bedrijf sprong van een zestigste plaats naar een 23ste plek op de IATA-lijst en ziet zichzelf zeker niet als een eendagsvlieg. ‘We verwachten dit jaar in de top-10 te eindigen’, zegt vrachtmanager Kees de Mooij van Penske. Hij is vorig jaar door Penske bij Damco weggehaald om de luchtvrachtexpeditie nieuw leven in te blazen en die taak heeft hij gelet op het groeiende vrachtvolume enthousiast ingevuld. ‘We hadden natuurlijk in het kader van onze bestaande logistieke dienstverlening ook al een stuk luchtvracht, maar dat werd grotendeels uitbesteed aan andere expediteurs in de Nederlandse luchtvrachtmarkt. Vanaf september vorig jaar zijn wij dat alles weer zelf gaan doen en dat hebben wij tevens aangevuld met een aantal nieuwe contracten voor klanten, onder meer op Latijns-Amerika’, legt De Mooij uit. Het gaat daarbij vooral om het vervoer van (reserve)onderdelen voor de auto-industrie. ‘We zijn dus weer onze eigen forwarder geworden.’ 

Concurrent Crane Freight wist vorig jaar ook een grote sprong te maken in het Nederlandse luchtvrachtklassement. In 2013 behoorde het bedrijf van de voormalige topman van het Amerikaanse EGL al tot de snelstgroeiende expeditiebedrijven op Schiphol met een toename van het vrachtvolume van 140%, maar dat stijgingspercentage wist de expediteur vorig jaar nog eens ruimschoots te verdubbelen. Dat leverde het bedrijf de 35ste plek op in de IATA-lijst over 2014 en directeur Harry Gerritsen van de Nederlandse vestiging verwacht dat het daar niet bij blijft. De oud-manager van Circle en EGL schrijft de opvallende opmars in de Nederlandse markt hoofdzakelijk toe aan het ‘bouwen op kennis’ en het ‘zoeken naar de beste logistieke talenten in de markt.’ Daarnaast heeft Crane Freight met de wortels in de Texaanse olie-en gasindustrie een sterke positie in deze energiemarkt waar ook het kantoor op Schiphol van profiteert. ‘Ruim 30% van de omzet halen wij uit die sector’, zegt Gerritsen. Ook is het bedrijf sterk in het transport van onderdelen voor de vliegtuigindustrie. 
De vrachtmanager van Crane freight verwacht voor dit jaar een verdere groei van het ladingpakket, hoewel dat in het tweede kwartaal door de malaise in de mondiale olie- en gaswinning ‘iets is teruggevallen’. Gerritsen: ‘We zitten voor de eerste helft van dit jaar op een groei van 18%. We blijven dus groeien.’ In Nederland beschikt Crane Freight intussen naast Schiphol over filialen in Rotterdam en Tilburg (contractlogistiek). 

IAA wist het mooie resultaat in 2013 (+24%) in 2014 vast te houden en zelfs uit te bouwen, maar directeur Tony van den Brande wijst er wel op dat hij als ‘neutrale luchtvrachtbroker’ een beetje een andere rol vervult dan de meeste andere expediteurs op de IATA-lijst. ‘Wij zijn alleen met IAA Fresh een expediteur. Onze eigenlijke rol is wholesaler’, verduidelijkt hij. Onder meer ontleent IAA de groeiende positie op de Nederlandse IATA-lijst aan de logistieke diensten voor het agentennetwerk IAA, voegt Van den Brande eraan toe. ‘Daardoor is 90% van onze lading afkomstig uit het buitenland.’ Voor dit jaar voorziet Van den Brande een verdere toename van de IATA-export. ‘We houden niet op. We zijn nu al vergeleken met 2014 met 50% gegroeid.’ Daarbij wijst hij er wel op dat een deel van zijn luchtvrachtboekingen bij niet bij IATA aangesloten luchtvaartmaatschappijen worden gemaakt. Voor 2014 was dat maar iefst 4.000 ton. 

Directeur en grootaandeelhouder Victor Wever van Allport blikt ook tevreden terug op 2014. ‘We hebben de stijgende lijn van 2013 weten door te zetten. Het geheim? Kort op de klant zitten, snel reageren, spreiding van het ladingpakket  en niet te duur zijn’, vat hij de succesformule samen. Voor dit jaar verwacht Wever, ooit verantwoordelijk voor de snelle opmars van het Australische Toll Forwarding op de Nederlandse luchtvrachtmarkt, ‘nog harder te groeien’. Waar en hoe? Dat wil hij pas volgend jaar verklappen. 
Voor zijn oude Australische werkgever waren vorig jaar de druiven zuur op luchtvrachtgebied. Het volume van de expediteur,  die recent door de Japanse Post is overgenomen, daalde vorig jaar met 77,5% ofwel 6.000 ton en zorgde ervoor dat Toll van een verdienstelijke 14de naar een anonieme 40ste plek afgleed. Andere verliezers waren vorig jaar Altrex (-30,5%), Lift Freight (41,3%) en het eerder genoemde Fercam (-40%).  De groep grote verliezers is daarmee vergeleken met voorgaande jaren uiterst klein te noemen.  

Laatst gewijzigd: