Amsterdam heeft met de verzelfstandiging van het havenbedrijf en het recente besluit rond de nieuwe zeesluis de belangrijkste logistieke prijzen binnengehaald.

Welke uitdagingen staan de maritieme sector in de hoofdstad nu nog te wachten? ‘Laten we eens gewoon gaan werken’, zegt de winnaar van de Amsterdamse havenpenning Kees Jan Hendriks.

De vijfde generatie uit een oud Amsterdams havengeslacht, dat al sinds 1840 als C.J. Hendriks Expeditie- & Veembedrijf alle logistieke stormen heeft weten te overleven, noemt het positieve besluit door de gemeenteraad een mooie zaak. ‘Maar die dag erop is het voor ons gewoon weer omzet draaien en investeren in logistiek.’ Hij denkt bij dat laatste niet direct aan nieuwe kades aan het water maar meer aan ‘de logistiek die er achter ligt’. Hendriks geeft daarbij zelf het goede voorbeeld. ‘Wij zijn bezig met de plannen voor een nieuw logistiek pand voor niche-producten zoals de opslag en distributie van gevaarlijke stoffen. Daar willen wij in 2015 invulling aan geven.’

Volgens directeur Kees Noorman van ondernemersvereniging ORAM is er nog het nodige werk te verzetten in de Amsterdamse haven. ‘We zullen er allereerst voor moeten zorgen dat we de bestaande business kunnen behouden. Het op niveau houden van de inkomsten uit benzine- en kolenopslag hebben we onder meer nodig om verder te gaan verduurzamen en te innoveren als haven. Daar ligt een belangrijke taak. Daarnaast moet de maakindustrie in de haven behouden blijven. Verder verdient de beschikbaarheid van gekwalificeerd personeel onze aandacht.’ 

We hebben daar als haven die voor de zeesluis ligt ook een eigen uitdaging


Bij Koopman Car Terminal heeft directeur Alain Bresseleers dit jaar weer het volume sterk weten te vergroten. Toch is de manager niet tevreden. Zijn zorgen liggen vooral bij de afhankelijkheid van de Amsterdamse zeehaven van importstromen. ‘We zijn te veel inbound gericht. Wat we als logistiek knooppunt nodig hebben is meer exportvolume. We zullen daar als bedrijfsleven ‘out of the box’ moeten gaan denken.’ Hij roept bedrijven in de haven op minder solistisch te werk te gaan en meer de samenwerking te zoeken. ‘Vaak weten we niet van elkaar wat we precies doen. We kunnen veel van elkaar leren en gezamenlijk de markt opgaan. Ik denk dat wij zo gemeenschappelijk nieuwe combinaties kunnen maken voor de export. 

Michael van Toledo, directeur van de nieuwe Holland Cargo Terminal, hoopt binnenkort zijn eerste klant op de oude ACT-terminal te verwelkomen. ‘De zaak staat nu nog in de steigers, maar ik denk dat we ergens in januari kunnen beginnen. Van Toledo vindt dat de focus moet komen te liggen op meer naamsbekendheid van de Amsterdamse haven in de wereld. ‘Dat is nu de belangrijkste uitdaging. Daarnaast moeten we werk maken van onze ambitie om meer projectlading, break bulk en shortsea binnen te halen.’

Kustvaartrederijen staan ook op het verlanglijst van stuwadoor Richard ter Haak. ‘Dat moet nu de focus hebben. Dan komen de grote carriers later’, zegt de havenondernemer. Daarnaast wijst hij op een aantal positieve ontwikkelingen. ‘De export van plastic en karton voor de recyling-industrie van onze USA-terminal op China stijgt, het cacaoseizoen is weer begonnen en onze railshuttle op Berlijn laat betere retourcijfers zien.’           

Dynamiek
Een havenondernemer die liever anoniem wil blijven, is meer benieuwd hoe het zelfstandige havenbedrijf zijn nieuwe rol gaat invullen. ‘Het moet minder ambtelijk en er moet meer dynamiek komen. Ik denk dat de driehoek van havenbedrijf, Amports en Oram daarvoor de noodzakelijke condities moet scheppen, want Amsterdam heeft het als havengebied niet makkelijk vergeleken met Schiphol en Rotterdam. Die hebben op logistiek gebied een veel grotere naam in de wereld.’ 

Voorzitter Frans Baud van het havenpromotieplatform Amports maant tot enige voorzichtigheid rond het binnenhalen van de zeesluis. ‘Het besluit ligt er wel, maar dit is een megaproject waarvan de Engelsen zeggen: ‘the devil is in the detail’. We moeten waakzaam blijven.’ Daarnaast vindt hij dat de verschillende havenbedrijven rond het Noordzeekanaal de komende jaren slechts organisch naar elkaar toe moeten groeien. ‘Je moet hier niets afdwingen en alles geforceerd onder het Havenbedrijf van Amsterdam willen brengen. Ik denk dat het integratieproces heel veel tijd nodig heeft. Het Noordzeekanaal ligt er al 135 jaar en in die tijd zijn er langs dit water verschillende bestuurlijke structuren gegroeid. Daar moet je rekening mee houden. Het ligt dan ook bijzonder gevoelig.’ De komst van een Europoort aan het Noordzeekanaal is voor Baud dan ook ‘twee stappen te ver’. 

Voor de Amports-voorzitter is het verder belangrijk dat er meer draagvlak komt uit de omgeving voor de haven. ‘We moeten voorkomen dat er een beeld ontstaat dat er maar een beetje oude economie wordt bedreven in de haven. Daar ligt voor ons allen een rol.‘

Directeur Gerard van de Herik van het gelijknamige spoorbedrijf wil dat er in 2015 meer aandacht komt voor het spoor en de spooraansluiting van bedrijven in de Amsterdamse haven. ‘Daar schort het nog steeds aan. Er zijn gewoon te weinig gebouwen met een goede spooraansluiting. Wij zoeken bijvoorbeeld voor ons railbedrijf nog naar een geschikte loods met spooraansluiting, maar kunnen die gewoon niet vinden.‘ 

De spoorondernemer, die begin volgend jaar zijn in mei van dit jaar gestaakte railshuttle tussen Amsterdam en Milaan wil hervatten, gaat zich verder sterk maken voor het behoud van de spoorlijn naar IJmuiden. ‘Ze zijn daar van plan om het oude spoor af te breken en daar een busbaan aan te leggen. Doodzonde. Een diepzeehaven als IJmuiden heeft een goede spooraansluiting nodig en daar ga ik het komend jaar veel energie in steken.’  

Algemeen directeur Peter van de Meerakker van Zeehavens IJmuiden is niet overtuigd van het nut van die spoorlijn. ‘De laatste goederentrein met vis verliet IJmuiden in 1983. Spoorvervoer is voor de vis niet meer van deze tijd. Verse vis wordt tegenwoordig via een bijzonder fijnmazig distributienet over de weg afgevoerd naar de diverse afzetmarkten, terwijl diepgevroren vis met barges over water naar Rotterdam wordt afgevoerd.’ Ook bij de offshore, een andere belangrijke werkgever in zijn haven, voorziet Van de Meerakker weinig vraag voor het spoorvervoer.

De havendirecteur hoopt verder dat veel lokale bedrijven straks bij de bouw van de zeesluis betrokken zullen worden en dat die een nieuwe impuls geeft aan de regionale economie. Daarnaast verwacht hij dat IJmuiden een grote rol kan spelen bij de ontwikkeling van de nieuwe windparken in de Noordzee. ‘We hebben daar als haven die voor de zeesluis ligt ook een eigen uitdaging’, zegt hij.

Laatst gewijzigd: