De Nederlandse luchtvrachtexport bleef in het crisisjaar 2012 met een verlies van slechts 2,6% naar 406.500 ton redelijk overeind.

De krimp van nauwelijks 11.000 ton kan gezien de forse daling in het internationale luchtvrachtaanbod een meevaller worden genoemd. Het had voor de Nederlandse expeditie veel slechter kunnen uitpakken.

De bescheiden volumedaling van de IATA-cijfers over 2012 vertaalde zich in een afnemende omzet van 12 miljoen euro ofwel 3% naar een totale exportsom van 394 miljoen euro. Uit die exportsom blijkt dat de vrachtprijzen per kilo nauwelijks iets hebben ingeleverd ondanks de overcapaciteit in de markt en het mindere aanbod.

Een aardige noviteit in de cijfers over 2012 van CASS, de IATA-bank die het betalingsverkeer verzorgt tussen expediteurs en luchtvaartmaatschappijen, is dat de toeslagen voor brandstofkosten en security nu apart zijn vermeld. Dat betekent dat de totale verzendkosten van de luchtvrachtverladers in Nederland nu aardig in kaart kunnen worden gebracht en ook de verhouding tot het vrachttarief. Zo betaalde verladend Nederland naast de bijna 400 miljoen aan luchtvrachtpenningen vorig jaar nog eens een bedrag van grofweg 326 miljoen euro aan toeslagen, blijkt na doorrekening van de IATA-cijfers over 2012. Dat betekent dat de totale vrachtrekening op luchtvrachtgebied van 720 miljoen euro voor ruim 45% bestaat uit toeslagen.

Ook dit jaar blijven Kuehne +Nagel (K+N), DHL Global Forwarding, Rhenus, UPS en Panalpina net zoals in voorgaande jaren de topvijf op de Nederlandse IATA-lijst domineren Daarbij wordt wel de koppositie van K+N, dat drie jaar geleden ten koste van DHL marktleider werd, met 47.714 ton steeds steviger. De Zwitserse netwerkexpediteur en perishable-specialist leverde vorig jaar met een marginale groei van 0,2% met 47.637 ton bijna identieke volumecijfers af als in 2011.

Het was dan ook niet deze consoldatie maar het grotere verlies van de achtervolgers die K+N aan een grotere voorsprong hielp. Zo werd vooral de naaste rivaal van K+N, DHL. met aanzienlijk slinkende exportvolumes geconfronteerd. De nummer twee van Nederland zag het tonnage met meer dan 19% afnemen vergeleken met 2011. Ook dat jaar behoorde de Duitse expediteur met een afname van 1% tot de verliezers in de toptien. De vertrokken luchtvrachtmanager Carsten Pellicaan van DHL Global Forwarding schreef destijds in een toelichting de afkalvende gewichtcijfers toe aan het feit dat DHL min of meer meelift op de conjuncturele golven van de mondiale semiconductor-industrie. ‘Gaat het daar goed, dan gaat het ook met ons goed. Indien het daar slecht gaat, zie je dat direct terug in onze cijfers. Zo simpel is het gewoon’, zei hij destijds. Zijn analyse geldt nog steeds en toont aan hoe kwetsbaar deze netwerkexpediteur is bij een zwakke vraag naar luchttransport in de mondiale hightechindustrie.

De grip van K+N op de Nederlandse luchtvrachttop is zelfs nog groter omdat de tonnages van dochter Agriairlogistics (13), onderdeel van het in 2012 overgenomen Flowerport, nog apart zijn verwerkt op de lijst. Het is voor het eerst en tegelijkertijd voor het laatst dat dit volume op de lijst figureert. Dit jaar al zal dit tonnage onder het IATA-nummer van K+N komen, zegt zijn luchtvrachtdirecteur Dennis Verkooy.

Bij UPS SCS (3) en Rhenus (4), het oude Road Air, was het in 2012 weer stuivertje wisselen. Dit keer stak de Amerikaanse logistieke dienstverlener met duizend ton Rhenus de loef af. Opvallend was dat de twee bedrijven met respectievelijk -5% en -10,3% veel exportvolume verloren, maar zich desalniettemin wisten te handhaven in de bovenste regionen van de IATA-lijst. UPS maakte zelfs een klein sprongetje in de luchtvrachthiërarchie door het verlies te beperken vergeleken bij Rhenus, dat onlangs zonder veel toelichting afscheid nam van zijn topman Ivo Aris. Panalpina (5) wist niet te profiteren van het verlies bij Rhenus. De Zwitserse agent leed een gevoelig verlies van 7,5% na in 2011 met een volumegroei van 22% nog tot de winnaars te hebben behoord.

Nog steeds lijkt de miljoeneninvestering van Panalpina in een nieuwe afhandelingsloods aan het vrachtplatform van Schiphol zich niet terug te betalen in forse volumestijgingen. Vraag is ook of het bedrijf nog gelooft in de Europese gatewayfunctie op Schiphol.

Het Franse Geodis (6) heeft vorig jaar nadrukkelijk de aansluiting met de topvijf in de Nederlandse markt gevonden. De expediteur maakte in 2011 al een sprong van een twaalfde naar een zeven plek en schoof vorig jaar nog een positie op door een bescheiden volumegroei van 2%.
Schenker
Blue Sky Cargo (7), onderdeel van het veilingbedrijf The Greenery, blijft ook dit jaar de enige Nederlandse vertegenwoordiger in de toptien en wist na een slecht jaar in 2011 (-16,5%) zich in 2012 te herstellen met een plusje van 1,3%.

Het Duitse DB Schenker (8) zette binnen de toptien het beste resultaat neer met een groei van bijna 15%. Ook in 2011 deed de expediteur van zich spreken met een forse groei van 34%. In een sterk concurrerende markt is dat een hele prestatie. Schenker is daardoor Copex Air (9) gepasseerd en heeft ook een aanzienlijk gat (2.000 ton) geslagen met deze Rhenus-zuster. Copex moest in 2011 al een verlies incasseren van 9% en levert nu nog eens 12% in. Het Amerikaanse Expeditors sluit net als in 2011 de toptien af, ofschoon het bedrijf met een groei van 5% een mooi resultaat neerzette. Een troost is dat het bedrijf het tonnage van Copex Air dicht is genaderd.

Laatst gewijzigd: