Na Brussel en de Waalse havens gaan nu ook Antwerpen en Zeebrugge bij het Europees Hof van Justitie de Europese eis aanvechten dat de havenbedrijven vennootschapsbelasting moeten betalen.

België heeft de havens van Antwerpen, Zeebrugge, Gent, Brussel, Charleroi, Luik, Namen en Oostende vrijgesteld van vennootschapsbelasting. Het rechtvaardigt deze vrijstelling met het argument dat de havenbedrijven publieke taken vervullen. Ook in Frankrijk is een dergelijke maatregel van kracht. Volgens de Europese Unie is dit echter een vorm van – verboden – overheidssteun. Ze heeft beide landen tot het einde van dit jaar de tijd gegeven om deze vrijstelling af te schaffen.

De Belgische havenbedrijven keren een deel van hun winst uit aan hun aandeelhouders, dat zijn lokale overheden. Een groot deel ervan steken ze in hun reserves, voor toekomstige investeringen. Dit aandeel verschilt per haven. Zo keert Gent helemaal geen dividend uit, zodat de vennootschapsbelasting voor deze aandeelhouders geen verschil zou maken.

In principe kan een overheid het ontvangen belastinggeld gebruiken voor de aanleg of verbetering van haveninfrastructuur. In België ligt dit echter lastig. Want het belastinggeld gaat naar de federale overheid, terwijl infrastructuur een bevoegdheid is van de gewesten.

Gent wacht voorlopig af. In de krant De Tijd merkt Daan Schalck, CEO van de Gentse haven, op dat de Belgische staat door Europa is gedagvaard, zodat het aan België is om eventueel te reageren. Als België de Europese eis aanvecht, zal Gent zich hierbij aansluiten. Maar deze procedure heeft volgens hem geen opschortende kracht. Gent zal dan ook vanaf volgend jaar vennootschapsbelasting betalen, maar tegelijk ook zijn investeringen afschrijven. Oostende schaart zich achter het standpunt van Gent.

Laatst gewijzigd: