Onze partnerpublicatie DVZ publiceerde onlangs een ingezonden brief van Violeta Bulc, EU-commissaris voor Verkeer. Zij gaat in op de problemen rond de langdurige spoorstremming bij het Duitse Rastatt.

Begin oktober ging het traject bij Rastatt weer open voor het goederenspoorverkeer. De zeven weken durende stremming was de meest dramatische spoorstoring in vele decennia. De stremming van de drukste spoorcorridor van Europa heeft vooral voor het goederenverkeer dramatische consequenties, die zelfs de levensvatbaarheid van een aantal spoorbedrijven in gevaar brengt.

Voor DB Netz was het een grote uitdaging alternatieven voor de 170 tot 200 treinen te vinden die tot het ongeval dagelijks langs Rastatt reden, en ik wil DB Netz danken voor hun inzet en voor het vijf dagen eerder openstellen van het traject dan eerder was verwacht.

Voor die mensen, die, zoals ik, het transport willen decarboniseren en de kwaliteit van het goederenvervoer per spoor willen verbeteren om zo meer klanten naar het spoor te lokken, was het voorval dramatisch. Nu enkele verladers zich met langlopende contracten aan wegtransportondernemingen gebonden hebben, omdat die transporteurs in staat waren de gevolgen van de stremming op te vangen, is mijn angst dat de modaliteit spoor ook op de middellange termijn klanten heeft verloren. Kortom: er moeten lessen uit het incident getrokken worden.

Noodplannen zijn vereist
Het Europese verkeersrecht biedt in het geval van een calamiteit veel werktuigen om de gevolgen op te vangen. We moeten ons afvragen of die werktuigen in het geval van Rastatt volledig benut werden. Het Europese verkeersrecht eist van de lidstaten het opstellen van een gedegen alternatief plan dat uitgerold kan worden als bij grote infrastructurele werkzaamheden (zoals het geval was in Rastatt) een calamiteit optreedt. Het recht verbeidt de aanbieders van infrastructuur daarbij extra heffingen op te leggen voor het gebruik van (mogelijk langere) uitwijkroutes, als ze zelf de oorzaak zijn van het instellen van een dergelijke route (bijvoorbeeld als gevolg van werkzaamheden). Het verkeersrecht eist verder dat het beleid van het ministerie van Verkeer van een lidstaat, bij het werken aan de infrastructuur vastlegt wat het belang van een bepaald traject is en rekening houdt met (beschikbare) uitwijkroutes.

Tot slot hebben de nationale toezichthouderes het recht, alle vragen over het vrijgeven en toewijzing van capaciteit na een ongeplande verkeersstoring te onderzoeken. Wij zullen beslist met grote interesse volgen hoe de Duitse toezichthouder de verdeling van capaciteit na het ongeval in Rastatt beoordeelt.

Aan de andere kant hebben aanbieders van infrastructuur het recht om, als dat nodig is om de situatie op het spoor te normaliseren, resources van de spoorondernemingen te vorderen. Die operators zijn dan ook verplicht deze resources ter beschikking te stellen. Tot deze resources rekenen we ook machinisten. Toch hebben we gezien dat dure locomotieven aan de landsgrenzen moesten wachten, omdat er te weinig machinisten waren die internationaal konden en mochten werken – terwijl er wel machinisten beschikbaar waren. Het moge duidelijk zijn, dat een betere voorbereiding op calamiteiten noodzakelijk is.

Gedeelde verantwoordelijkheid
Alle partijen hebben de gedeelde verantwoordelijkheid dat het toepassen en toestaan van dat wat wettelijk, in het Europese verkeersrecht, voorgeschreven is ook in de praktijk uitgevoerd wordt. Het belangrijkste thema dat we in de komende weken op EU-niveau prioriteit moeten geven, is ervoor te zorgen dat de in het EU-recht geëiste noodplannen werkelijk effectief zijn en bij een onverhoopte toekomstige calamiteit ook goed functioneren.

Met specialisten is begin september een bespreking over het Rastatt-incident georganiseerd. De uitkomst van die ontmoeting was dat we de sector bij elkaar willen brengen om een gemeenschappelijke blauwdruk voor noodplannen te ontwikkelen. Hoewel verstoringen die vergelijkbaar zijn met Rastatt, uiterst zelden voorkomen, is een effectieve en snelle afstemming tussen alle partijen dan noodzakelijk.

Spoorgoederenvervoer in crisis
Het ongeluk in Rastatt toont echter ook hoezeer het spoorgoederenvervoer in een crisis verkeert en dat maatregelen op zowel nationaal áls Europees niveaus nodig zijn om de concurrentiepositie en de kwaliteit van deze modaliteit te verbeteren. We willen en zullen de coördinatiestructuren langs en tussen de goederenverkeerscorridors nog eens goed analyseren.

De lidstaten moeten de technische component van het vierde Europese spoorpakket, naast de bepalingen van de brancheorganisaties die een meer rechtvaardige behandeling van alle ondernemingen op het spoor voorstaan, sneller omzetten. We verwachten dat de spoorsector de meest dringende thema’s snel realiseert: heldere voorspelbare aankomsttijden en betere interoperabiliteit.

Wellicht moeten we ons daarnaast nog eens met de vraag naar de eisen voor machinisten bezighouden, nu tijdens deze crisis problemen aan het licht gekomen zijn.

We moeten tot slot de inzet van het veiligheidssysteem ERTMS niet slechts op de internationale corridors versnellen, maar ook op de uitwijkroutes. En we gaan ervan uit, dat nieuwe regels voor het opstellen van planningen tijdens werkzaamheden, in nauw overleg met alle partijen verplicht gesteld worden door de (Europese) wetgever.

Goed nageleefde regelgeving zal de basis vormen voor betere concurrentieverhoudingen voor het spoorvervoer en zo kunnen zorgdragen voor meer klanten die voor deze modaliteit kiezen

Laten we hopen dat we geen tweede Rastatt mee zullen maken!

Laatst gewijzigd: 18 oktober 2017 11:38