Nederland ontving vorig jaar ruim 590 miljard kilo aan goederen uit het buitenland. Dat meldt het CBS. Een jaar eerder was dat nog 613 miljard kilo; een daling van 3,7%.

Van de 590 miljard kilo was 185 miljard bestemd voor doorvoer en 114 miljard kilo voor wederuitvoer. Het verschil tussen deze twee categorieën is dat bij doorvoer de goederen in buitenlandse handen blijven, maar worden op- of overgeslagen in Nederland, terwijl bij wederuitvoer de goederen tijdelijk Nederlands eigendom worden, al dan niet om te worden bewerkt. De overige 287 miljard kilo ingevoerde goederen bleef in Nederland.

Bij invoer van goederen is zeevaart zeer dominant. Van de doorvoergoederen komt zo'n 85% ons land binnen via zeevaartschepen. Bij de overige invoercategorieën is dat zo'n 55%. Binnenvaart en wegvervoer volgen op ruime afstand, gevolg door pijpleidingen en het spoor. Het aandeel van de luchtvracht is qua volume minimaal.

Uitvoer
Tegenover de invoer van 590 miljard kilo, stond een uitvoer van 547 miljard kilo. Het gaat dan om doorvoer, wederuitvoer en in Nederland geproduceerde artikelen samen. Deze laatste categorie was met 215 miljard kilo de grootste van de drie. 

Bij uitvoer is de scheepvaart ook dominant, maar niet zo overheersend als bij de invoer. Zeevaart en binnenvaart zijn samen goed voor zo'n 60% van de totale hoeveelheid geëxporteerde goederen. Daarna komen wegvervoer en pijpleidingvervoer.

Fossiele brandstoffen zijn de belangrijkste productsoort bij zowel in- als uitvoer. Andere belangrijke productcategorieën zijn ertsen en landbouw- en voedingsproducten. Ook chemische producten en meststoffen hebben een fors aandeel in de handel met het buitenland.

Laatst gewijzigd: 09 december 2017 13:56