Het Noorse staatspensioenfonds, dat twee maanden geleden een omvang van één biljoen dollar bereikte, overweegt om zijn investeringen in de olie- en gassector van de hand te doen.

Fondsbeheerder Norges Bank Investment Management heeft dit laten weten aan de Noorse minister van Financiën. Het in 1996 opgerichte fonds wil zichzelf en zo de Noorse welvaart ‘beschermen tegen een permanente daling van de olie- en gasprijzen’. De bank zegt dat de beslissing ‘puur is gebaseerd op financiële argumenten en analyses van de blootstelling van de hele Noorse overheid aan olie- en gas’.

De aankondiging zorgde voor een schokgolf in de olie- en gasindustrie. Met een portefeuille van olie- en gasbelangen ter waarde van zo’n zeventig miljard dollar is het fonds één van ’s werelds grootste beleggers in deze sector. Verkoop van die portefeuille kan een stevig drukkend effect op de aandelenkoersen hebben.

Maar minstens zo belangrijk is het signaal dat de Noren daarmee af zouden geven, omdat de basis van het fonds nu juist is gelegd met inkomsten uit de (offshore) winning van olie en gas. Het wereldwijde klimaatplatform 350.org reageert juichend en spreekt van ‘een nieuwe aan nagel een de doodskist van fossiele brandstoffen’ en een ‘echte mijlpaal voor de divestment-beweging’.

Van de 9.000 aandelenbeleggingen die het fonds bezit, is de 2,3% ter waarde van 5,4 miljard dollar in Royal Dutch Shell de op twee na grootste, na die in Apple en Nestlé. In Nederland zijn de Noren verder onder (veel) meer aandeelhouder in Boskalis (1,9%, $85 mln), SBM Offshore (1,35%, $45mln) en Fugro (2,5%, $32 mln).

Laatst gewijzigd: 21 november 2017 12:17